» Mondelinge vraag inzake de Godetia

Mondelinge vraag inzake de Godetia

Mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "een overleden militair op het marineschip Godetia" (nr. 4442)

Geachte meneer de minister,

Op donderdag 21 april overleed een Belgische militair op het marineschip Godetia ten gevolge van een niet nader bekende ziekte. De militair was pas sinds woensdag 20 april ziek, het is uitzonderlijk dat een ziekte zo snel fataal is. Indien het hier om een besmettelijke ziekte gaat, loopt de volledige bemanning een reëel gevaar.

Het schip vaarde voor de kusten van Ghana toen dit jammerlijke feit gebeurde. De autopsie is dan ook gebeurd in de Ghanese hoofdstad Accra.

Graag had ik de minster hierover volgende vragen willen stellen:

  • Is er al meer duidelijkheid welke ziekte deze persoon fataal werd?
  • Aan boord van het schip bevinden zich 109 bemanningsleden (89 uit België en 20 uit Benin). Is hun gezondheidstoestand ooit in gevaar geweest?
  • De Godetia beschikt over diverse medische faciliteiten zoals een operatiezaal, waarom vond de autopsie daar niet plaats? Over welk medisch personeel beschikt de Godetia?

Deze  militair is op 21 april 2011 omstreeks 18.25 uur aan  boord van de Godetia overleden. Het schip was op  dat ogenblik net afgemeerd in de haven van Tema
in Ghana.  De sociale dienst en de familie werden op de  hoogte gebracht. Het stoffelijk overschot werd  overgebracht naar het mortuarium van het 37th Military Hospital in Accra waar de Ghanese  autoriteiten een autopsie uitvoerden. Na de autopsie  werd het lichaam vrijgegeven voor repatriëring, in  samenspraak met de Belgische consul en het
Belgische federaal parket. De repatriëring is  gebeurd met vlucht 267 van SN Brussels Airlines  met aankomst op 2 mei om 5.15 uur te Zaventem,  onder de  verantwoordelijkheid van de Belgische  consul.  Het is niet uitzonderlijk dat een dergelijke procedure  zo lang duurt. Het land waar het overlijden  plaatsvindt, wenst ook vaststellingen te doen  omtrent de aard van het overlijden om er zich van te vergewissen dat het om een natuurlijke dood gaat.

Het stoffelijk overschot werd naar het Brusselse medicolegaal instituut gebracht, vrijgegeven door het parket en door de begrafenisondernemer opgehaald. In de overlijdensakte werd vastgesteld dat de militair overleden is aan een ziekte en dat de
doodsoorzaak onbekend is. De pensioendienst van de overheidssector, de PDOS, beslist soeverein of het om een werkongeval of om een beroepsziekte gaat. Het  vergoedingspensioen wordt toegekend door de PDOS op basis van een administratief onderzoek opgesteld door Defensie dat de dienstsituatie van de betrokken militair weergeeft. Om het risico van overlijden en het risico van permanente ongeschiktheid op te vangen, heeft Defensie een specifieke verzekering. Zij heeft in dit geval een schademelding gedaan bij de verzekering AGPM. In toepassing van het KB van 27 mei 1975 worden de kosten van vervoer van het stoffelijk overschot van de plaats van het overlijden tot de plaats van de begrafenis, crematie, bijzetting van de urne of de verstrooiingsplaats van de as in België, door de Staat ten laste genomen. De nabestaanden werden maximaal ondersteund. De familie heeft ondertussen Defensie en in het bijzonder de ex-collega's bedankt voor de steun.

De Godetia is een logistiek steunschip met een medische rol 1-capaciteit, wat betekent dat het schip werd uitgerust met een volwaardige ziekenboeg, inclusief chirurgische capaciteit. Het medisch personeel omvat een dokter met ervaring als spoedarts, een niveau 1-verpleegkundige en een aantal militairen gekwalificeerd voor eerste hulp
bij ongevallen.

 

Print Share/Bookmark

Facebook