Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de heer Pieter De Crem, Minister van Landsverdediging betreffende de decompressie en terugkeer van militairen van buitenlandse missies.
Geachte meneer de minister,
Maandag 11 april verscheen het bericht in De Standaard dat u een tweede decompressietrip naar Cyprus tegenhoudt. Ik betreur het dat alle aandacht nu gaat naar een luxeresort in Cyprus terwijl de begeleiding na een buitenlandse missie een zeer complexe en ernstige zaak is. Over de noodzaak van decompressie kan er alvast geen twijfel bestaan. Het beleid van onze buurlanden toont aan dat België op dit gebied nog veel kan bijleren.
Psychologische nazorg is cruciaal als men het risico op een Post Traumatische Stress Stoornis bij militairen na een buitenlandse missie wil verminderen. De militaire vakbonden (VSOA en ACMP) merken op dat Defensie te weinig in deze nazorg investeert. Het beoordelen van gezondheidsschade na een buitenlandse missie is verre van eenvoudig. Psychische problemen worden vaak pas weken of maanden na de terugkeer van een militair vastgesteld.[1] Er is dus naast een decompressieperiode vlak na de buitenlandse missie ook nood aan een langdurige psychologische begeleiding van de militairen. De intensiteit van deze begeleiding is uiteraard afhankelijk van het type missie dat de militairen hebben uitgevoerd. Canada, Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS voorzien al een geruime tijd psychologische begeleiding.
Ondertussen werd aangekondigd dat defensie voor een derde maal de opdracht heeft gegeven om nieuwe mogelijkheden om te ontstressen te onderzoeken. Het belang van een goede opvang van onze militairen na buitenlandse missies mag absoluut niet verwaarloosd of gebagatelliseerd worden. Onze militairen worden steeds meer op buitenlandse missies gestuurd en verdienen dan ook de beste zorgen. Graag had ik de minster daarom de volgende vragen willen stellen omtrent de recente gebeurtenissen rond terugkeer van militairen uit het buitenland:
- Uit de recente gebeurtenissen blijkt dat de militaire autoriteiten noch de militaire vakbonden het thuis/op de basis ontstressen een goede oplossing vinden. Aan welke voorwaarden zal het voorstel van defensie moeten voldoen wil het uw goedkeuring krijgen? Welke alternatieven schuift u zelf naar voor?
- Welke nazorg is er momenteel voor militairen die terugkeren na een buitenlandse missie? Hoe wordt deze begeleiding geëvalueerd? Gaat u verder investeren in langdurige psychologische begeleiding na een buitenlandse missie?
- Hoeveel militairen komen jaarlijks in aanmerking voor behandeling voor psychologische problemen sinds 2007?
Minister Pieter De Crem: Decompression werd door de defensiestaf voorgesteld omdat langdurige buitenlandse opdrachten een zeker risico inhouden voor het oplopen van traumatische ervaringen bij personeel. Zoals reeds meermaals gesteld, ben ik niet tegen een dergelijk initiatief op voorwaarde dat het een aanvulling inhoudt op reeds bestaande opvangmiddelen. Het nieuw vooropgestelde programma bevatte evenwel geen enkel nieuw element. Er werd ook geen enkel initiatief tot boeking of reservatie van hotelfaciliteiten genomen. Er zijn dus geen hieraan gerelateerde kosten gemaakt.
Canada, Nederland en Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben een Third Location Decompression program voor hun militairen die een langdurige opdracht in Afghanistan uitvoeren. Al deze programma’s omvatten een aanpassings- en debriefingsgesprek in groep, een psycho-educatie, reïntegratiebriefings en -workshops, relaxatie en sport. Geen enkele accommodatie werd gereserveerd zoals ik reeds zei.
Op dit ogenblik bestaan er binnen Defensie al een aantal begeleidings- en opvangmogelijkheden voor onze militairen en hun families. Zo heeft Defensie raadgevers mentale operationaliteit, aalmoezeniers, sociale assistenten van de sociale dienst, een psychosociaal overlegplatform, een dienst traumapsychologie van het militair hospitaal, de achterwachten, de familiedagen, specifieke infrastructuur – de clubs Paola en Mathilde – en ook een specifiek telefoonnummer. Voor alle Belgische detachementen worden er bovendien, tijdens de laatste weken in het operatietheater, workshops gegeven ter voorbereiding op de thuiskomst en worden terugkeerbrochures verdeeld met tips over het weerzien van familie en vrienden.
Dit wordt nog uitgebreid met de psycho-educatie over mogelijke mentale gezondheidsklachten en het hulpaanbod dat Defensie biedt. Bijkomend wordt er speciaal voor het detachement OMLT – relatief gezien de meest risicovolle operatie – een debriefingsgesprek in groep binnen de eenheid georganiseerd na de terugkeer uit het eindezendingsverlof. Alle militairen met zendingsgerelateerde psychische klachten worden systematisch in het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, het CGG, van het militair hospitaal Koningin Astrid door psychologen opgevolgd, ook op de lange termijn indien dat op klinische grond aangewezen blijkt te zijn.
Ik onderken, zoals wij altijd hebben gedaan, dat militairen als gevolg van hun opdracht emotionele problemen kunnen hebben, maar de vraag kan hier worden gesteld of dit probleem alle militairen in buitenlandse operaties treft, of slechts een deel ervan. Is het misschien niet beter na te gaan welke functies de meeste kans maken op trauma’s en inspanningen en ons daarop ten volle te richten? Dat zijn onder andere elementen die niet werden geanalyseerd. Niettemin mogen ze in de toekomst geanalyseerd worden. Voor alle duidelijkheid, de decompressie kan doorgaan, maar ze zal doorgaan in België en niet in het buitenland. Ik wens de geachte vraagstellers er trouwens ook op te wijzen dat de publieke acceptatie, zo zij niet onder nul is, zich op het nulpunt bevindt.
Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, in uw antwoord hebt u al verschillende begeleiding- en opvangmogelijkheden aangehaald. U wijst bijvoorbeeld op de raadgevers mentale operationaliteit (RMO) die meegaan op buitenlandse missie. U wijst ook op het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg. Dat is zeker positief, maar ik meen dat het niet altijd voldoende is. Er is inderdaad nog maar weinig onderzoek naar gebeurd. De collega’s hebben dit al aangehaald. Ik meen dat het noodzakelijk is dat wij het dringend onderzoeken. Andere landen hebben dat al gedaan.
Er zijn onder andere studies uitgevoerd in Nederland en Canada die zeggen dat decompressie zeer belangrijk is, en dat zij niet moet gebeuren op een plaats in het binnenland. Uiteraard moeten we dat met gezond verstand benaderen. Het hangt natuurlijk af van de intensiteit van de missie en van het niveau van de bedreiging. Vechtmissies, echt met dagelijkse stress en vermoeidheid, met mensen die ernstige incidenten en misschien wreedheden zien – bijvoorbeeld als men in Kunduz zit omgeven door Taliban – kunnen evenwel ook hun tol eisen van de sterkste soldaten. Dan is zo’n decompressieperiode op een aparte locatie wel belangrijk, echt weg van het theater, in een rustige en veilige omgeving, met ontspanning en medische en psychologische debriefing. specialisten dan al kan zien welke militairen misschien problemen zullen hebben met hun terugkeer. Op dat moment kunnen we veel beter de impact beoordelen die de missie heeft gehad. Als er geld is om onze militairen naar Afghanistan te sturen, dan vind ik dat er ook geld moet zijn voor de best mogelijke opvolging en verzorging. Dat is trouwens ook een erkenning van hun waarde en hun bijdrage aan de missie.
Ik vind dat de militairen nog altijd centraal moeten staan. Als er dan beslist wordt om voor een bepaalde missie een decompressie te organiseren, vind ik wel dat het een verplichting moet zijn voor alle militairen van die missie, niet alleen voor bepaalde mensen. Die gaan daar dan toch niet voor willen uitkomen en zeggen dat ze er nood aan hebben
[1]National Defence and Canadian Forces Ombudsman, From tents to sheets : An analysis of the CF Experience with Third Location Decompression after Deployment, 01-09-2004