Defensie wil buurlanden bijbenen met reserveleger

Door Karolien Grosemans op 10 januari 2018, over deze onderwerpen: Defensie

HASSELT - Defensie wil tegen 2030 6.000 inzetbare reservisten hebben. Dat blijkt uit documenten die volksvertegenwoordiger Karolien Grosemans (N-VA) kon inkijken. Grosemans: “Goed dat deze regering eindelijk weer werk maakt van een reserveleger, maar het ambitieniveau ligt, vergeleken met het ons omringende buitenland, te laag.”

Defensie telt op dit moment 5.265 reservemilitairen. Nauwelijks 1.171 daarvan zijn getrainde reservisten. Limburg telt 460 reservemilitairen. Ter vergelijking: het Belgische beroepskader telt nu ongeveer 29.000 beroepsmilitairen.

6.000 in 2030
Zelfs als België in 2030 de beoogde 6.000 reservemilitairen zou tellen, is die ambitie bescheiden vergeleken met de buurlanden. Karolien Grosemans, voorzitter van de commissie Landsverdediging, heeft buitenlandse cijfers kunnen inkijken: “Met het plan Army 2020 herstructureert Groot-Brittannië zijn landmacht en verdubbelt het de inbreng van de reserve over vijf jaar. Naast het reguliere leger van 82.000 beroepsmilitairen komen er 30.000 getrainde reservisten bij. In Frankrijk voorziet de Hoge Raad voor de Militaire Reserve tegen 2019 40.000 mannen en vrouwen in de operationele reserve. Meer dan een verdubbeling. Het Nederlandse BreS (Bureau Reservisten en Samenleving) stelt dan weer als doel tegen 2020 30.000 reservisten te hebben. In 2014 kende Nederland ongeveer 5.000 reservisten.”

Grosemans: “De ambitie ligt duidelijk veel hoger in onze buurlanden, al begint het in België te kantelen. Ik vind het verstandig dat deze regering er eindelijk iets aan doet. Er moet dringend een wetgevend kader komen en contact worden gelegd met werkgevers.”

Onrealistisch
Waarom is een reserveleger belangrijk? Defensie heeft onder meer gemotiveerde mensen met interessante kennis nodig op momenten van crisis of oefeningen. Maar het kan ook voor een meer algemene inzet. Zo raakte al bekend dat de landmacht vijf compagnies opricht van telkens 120 reservisten om onder meer terreurgevoelige doelen in België mee te beveiligen of voor interventies bij crisissituaties.

Alleen ontbreken een aangepaste wetgeving en afspraken met de 'gewone' werkgever. Een 30-jarige reservist, in het gewone leven een drukbezet zakenman, getuigt: “Ik ben reservist omdat ik ervan overtuigd ben dat een wisselwerking tussen Defensie en de burgers in ieders belang is. Als er een cyberaanval komt, is het toch in het belang van het land dat Defensie zo snel mogelijk de meest competente mensen kan inschakelen. Maar de huidige voorwaarden voor reservemilitairen zijn onrealistisch. Ikzelf ben niet volledig gevormd geraakt. Twee keer veertien dagen naar een kazerne gaan en mij die tijd afsluiten van de rest van de wereld was niet haalbaar. Dan lijdt mijn zaak eronder. Dat moet anders kunnen. Ik ben zeker niet de enige reservist met dat probleem.”

Binnen Defensie bereidt een werkgroep een nieuw en soepeler statuut voor. Als reservisten nu worden opgeroepen, krijgen ze dezelfde financiële vergoeding als hun collega's met dezelfde graad in actieve dienst.

Jan BEX, HBVL © 2017, Mediahuis

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is