Mondelinge vraag inzake Belgische pensioengerechtigden die een activiteit uitoefenen in het buitenland

20 maart 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "Belgische pensioengerechtigden die een activiteit uitoefenen in het buitenland" (nr. 9755)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, een aantal gerechtigden op een Belgische pensioenuitkering verblijft in het buitenland. Indien zij daar een activiteit uitoefenen waaruit een inkomen voortvloeit, zijn zij er toe gehouden de Belgische pensioeninstellingen daarvan in kennis te stellen. 

Mijnheer de minister, daarover heb ik de volgende vragen.

Worden pensioengerechtigden die zich in het buitenland vestigen door onze pensioendiensten gesensibiliseerd, in het algemeen omtrent hun verplichtingen, en in het bijzonder omtrent de informatieplicht in geval van het uitoefenen van een activiteit?

Oefenen onze pensioendiensten dan ook een controle uit op het al dan niet verrichten van een activiteit in het buitenland door een gerechtigde op een Belgisch pensioen? Zo ja, hoe gebeurt die controle?

Ten derde, ontvangen onze pensioendiensten klachten die betrekking hebben op het uitoefenen van een activiteit in het buitenland door een gerechtigde op een Belgisch pensioen? Hoe worden die klachten behandeld?

Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Grosemans, sinds 1 januari 2006 is er een automatische confrontatie en wisselwerking tussen de databank van de RVP en de flux DmfA, dus de aangiftes RSZ. Daardoor kan iedere tewerkstelling onmiddellijk worden opgespoord van een gepensioneerde en/of zijn echtgenote in de hoedanigheid van werknemer en worden de sociale uitkeringen dus gecontroleerd. De controle van de zelfstandige beroepsactiviteit gebeurt aan de hand van de informatie-uitwisseling met het RSVZ. 

Een aantal categorieën van gepensioneerden kan nog niet automatisch gecontroleerd worden, onder meer bij tewerkstelling in het buitenland. Die categorieën dienen hun beroepsactiviteit aan te geven bij de Rijksdienst voor Pensioenen met het formulier 74 (93). Zij worden daarvan in kennis gesteld bij de aanvang van het onderzoek naar hun pensioenrechten. Dat wordt ook nog eens meegedeeld bij de notificatie van de beslissing. Het wordt dus twee keer meegedeeld aan de betrokkenen en dat is wel heel duidelijk. Het gaat om bijlagen. 

Na aangifte van een beroepsactiviteit in het buitenland, ontvangt men jaarlijks een controlebrief die moet worden ingevuld door de werkgever. Het uitblijven van een antwoord heeft een impact op de uitbetaling van het pensioen. De gepensioneerde kan nuttige informatie terugvinden in de brochure Werken en uw pensioen behouden. 

Wat de internationale informatie-uitwisseling aangaat, heeft de RVP de intentie om een betere elektronische gegevensuitwisseling te bekomen. In die optiek kan worden verwezen naar de deelname van de RVP als pilootinstelling aan de uitvoering van het Frans-Belgische raamakkoord, naar de deelname aan het EU-project inzake de elektronische gegevensuitwisseling binnen de sociale zekerheid en naar de bilaterale besprekingen die de RVP voert met buitenlandse instellingen, waarvan het aspect van de elektronische gegevensuitwisseling steeds onderdeel uitmaakt.

Wat PDOS betreft, alle gepensioneerden verbinden zich ertoe om de PDOS in kennis te stellen van elke beroepsactiviteit die zij later zouden uitoefenen. Op dat ogenblik worden zij ook ingelicht over de toegelaten inkomensgrenzen. In 2011 beheerde PDOS 116 dossiers van gepensioneerden die een beroepsactiviteit uitoefenen in het buitenland, 72 rustpensioenen en 44 overlevingspensioenen. De aard en de hoogte van de beroepsinkomsten wordt jaarlijks onderzocht. Dit gebeurt op basis van een verklaring op erewoord van de gepensioneerde, aangevuld met een verklaring van de werkgever of een officiële instantie. Bij die jaarlijkse enquête worden de gepensioneerden herinnerd aan hun plichten ter zake. Tegelijkertijd worden zij opnieuw ingelicht over de toegelaten inkomensgrenzen. PDOS heeft nog geen specifieke klachten ontvangen van gepensioneerden die een beroepsactiviteit uitoefenen in het buitenland.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik begrijp dat de betrokkenen zeer goed worden gesensibiliseerd. Er zijn duidelijke richtlijnen.

Ik heb niet echt goed begrepen wat u zei over de controle. U had het over een brief en erewoord.

Medewerker van de minister: Mensen die een activiteit uitoefenen in het buitenland zijn verplicht om een aangifte te doen van die activiteit. Op basis van die aangifte voeren wij de controle uit. Wij sturen jaarlijks controlebrieven. Deze moeten door de betrokkenen zelf en hun werkgever worden ingevuld. Het gaat hierbij over zeer weinig personen. Als zij geen aangifte doen, weten wij het niet.

Minister Vincent Van Quickenborne: Als wij natuurlijk geen verbinding hebben met een databank van tewerkstelling in het buitenland dan is dit de enige manier om het te controleren. Als de Kruispuntbank voor de sociale zekerheid, het wereldwijd geroemde project van Jean-Luc Dehaene, zou gekoppeld zijn aan een buitenlandse databank, dan zouden wij natuurlijk een echte controle kunnen uitvoeren. De controle in het buitenland is minder fijnmazig dan wat wij in België doen.

Wij hebben gepensioneerden op heel wat plaatsen in de wereld die daar overigens zeer gelukkig zijn. Naarmate men verder weggaat van ons land wordt het moeilijker om connecties aan te knopen. De ideale wereld zou erin bestaan dat alle databanken elektronisch met elkaar zouden worden verbonden, zodat men permanent kan controleren.

Dat doen wij stap voor stap, zeker met die landen waar wij de meeste gepensioneerden hebben. Het is juist dat de controle momenteel nog niet perfect is.

Karolien Grosemans (N-VA): Ik begrijp dat het inderdaad heel moeilijk is. Wij moeten inderdaad evolueren naar databanken die kunnen worden gekoppeld.

Ik krijg hier ook klachten over. Het gaat dan vooral over mensen met een dubbele nationaliteit die hier met pensioen gaan en dan naar het buitenland gaan werken terwijl ze hun pensioen gewoon op hun rekening krijgen gestort. Soms overlijden die dan ook in het buitenland en blijft dat gewoon vijf of tien jaar verder lopen.

Minister Vincent Van Quickenborne: Ik heb dat ook al laten checken. Dat zijn van die Griekse toestanden waar men pensioen blijft betalen aan mensen die overleden zijn. Dat wordt bij ons meticuleus gecontroleerd met levensbewijzen en dergelijke. Als dat er niet komt, wordt niets meer gestort. Dat wordt ook wel goed gecontroleerd. Daar is de controle nog fijnmaziger dan wat wij hier hebben vermeld, omdat het gaat over het uitbetalen van pensioenen aan mensen die niet meer leven.

Karolien Grosemans (N-VA): Anders raken de pensioenkassen nog sneller leeg.