Mondelinge vraag inzake 'burden sharing' in het kader van de NAVO

24/05/2017

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "'burden sharing' in het kader van de NAVO" (nr. P2084)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, sinds het einde van de Koude Oorlog besparen we op het defensiebudget. Daar waren goede redenen voor zoals de afschaffing van de legerdienst, de terugtrekking uit Duitsland en het verkleinen van ons voortaan professioneel leger. In het licht van de veiligheidssituatie van de afgelopen decennia is de onderinvestering echter niet meer verantwoord. Sociale zekerheid, mobiliteit, milieu en onderwijs zijn allen zeer belangrijk, maar enkel indien het voortbestaan van onze maatschappij en haar waarden gegarandeerd zijn. Het is een en-enverhaal.

Mijnheer de minister, denkt u, gelet op de kritiek die president Trump in het verleden had op de NAVO, dat het onderwerp van de 2 % burden sharing voor defensie-uitgaven ter sprake zal komen? Wat is het standpunt van België daarover? Met uw Strategische Visie schuiven we alvast op in die richting. Zult u het plan aanwenden bij uw NAVO-collega’s en in het bijzonder bij president Trump om onze inspanningen in de verf te zetten? Ik dank u voor uw antwoord.

Minister Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega’s, in 2014 hebben de NAVO-bondgenoten zich inderdaad ertoe verbonden om meer bij te dragen aan de collectieve defensie, zoals dat heel goed genoemd wordt. Destijds werd afgesproken dat wij tegen 2024 groeien naar een besteding van 2 % van ons bruto binnenlands product. Daarvan zal 20 % beschikbaar zijn voor investeringen in vernieuwing van het defensieapparaat. 

Ik verwijs naar hetzelfde artikel, want ik heb dat artikel uiteraard ook met veel belangstelling gelezen. Het is in elk geval een feit dat in 2015 globaal de NAVO-landen de daling gestopt hebben. Dat was een eerste afspraak die destijds in Wales werd gemaakt en dat is absoluut een engagement dat de regering probeert hard te maken. Er is echter nog werk aan de winkel.

Ik denk dat de heer Stoltenberg in zijn interview duidelijk heeft gemaakt dat wat hem betreft België vandaag niet voldoende doet met betrekking tot de input, terwijl hij juist zeer tevreden is over onze output. Die factor wordt natuurlijk in rekening genomen. Misgroeiingen tussen 0,9 % en 2 % moeten wij natuurlijk aanpakken. Ook roemt de heer Stoltenberg in datzelfde artikel, wat ook weer belangrijk is, onze bereidheid als klein land in de grote NAVO-gemeenschap, de VN en de EU, om effectief met de beperkte middelen, die we hebben, iets te doen en ze in te zetten voor een grotere algemene veiligheid.

Er werd gevraagd naar ons standpunt over een Europees leger. Op dat vlak moeten wij een en ander heel duidelijk stellen. Wij hebben hier in de Kamer altijd en absoluut meer Europese samenwerking, meer Europese integratie en een echt Europees veiligheids- en defensiebeleid verdedigd.

Doch, wanneer een Europees leger dezelfde dingen doet als de NAVO en we dus dubbele troepen inzetten om twee keer hetzelfde te doen, zijn wij fout bezig, en daarover had de heer Stoltenberg het.

Daarom zijn er – dit werd in hetzelfde artikel aangehaald - onder andere tweeëntwintig heel concrete acties afgesproken tussen de NAVO en de Europese Unie, bij monde van de heer Stoltenberg en mevrouw Mogherini, om de Europese integratie en de Europese poot in de NAVO duidelijker te maken. 

Laat ik heel duidelijk zijn. Indien wij een meer Europees geïntegreerde defensie tot stand willen brengen, zal dat niet goedkoper zijn. België loopt voorop in de Europese samenwerking en loopt voorop in zijn samenwerking met Nederland en met deels Luxemburg op het vlak van de marine. België loopt voorop bij de samenwerking op Benelux-niveau inzake de minidrones. Het loopt voorop in de huidige gesprekken met Frankrijk, om geïntegreerd met de Fransen onze landcapaciteit te ontwikkelen. Het loopt voorop in zo vele dossiers.

Dat moeten wij blijven doen. Voor morgen is absoluut de allerbelangrijkste boodschap, die wij kunnen geven, de boodschap dat wij effectief bereid zullen blijven ons deel van internationale operaties op ons te nemen ten gunste van wie het nodig heeft. Bovendien moeten wij duidelijk maken dat wij de aan de strategische visie gekoppelde investeringen, die wij hier vorige week bij wet hebben goedgekeurd, stap voor stap zullen omzetten in effectief vastgelegde investeringsprogramma’s. Dat zal immers het enige signaal zijn dat al onze partners, zowel de Verenigde Staten als onze Europese partners, als geloofwaardig zullen aanvaarden, waardoor zij ons dan ook als geloofwaardig zullen behandelen.

Karolien Grosemans (N-VA):  Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. U hebt gelijk, in de NAVO moeten wij de lasten verdelen. Wij moeten aan burden sharing doen, maar dat moeten wij evengoed doen in de Europese Unie. Wij moeten eerst voor eigen deur vegen.

U hebt uw huiswerk al lange tijd af. U hebt een strategische visie. Wij hebben al heel veel output gehad. Het is nu tijd voor input. Wij zijn inderdaad voorstander van Europese samenwerking en een Europees leger, maar dat moet wel complementair zijn aan de NAVO en van onderuit opgebouwd worden. Een Europees leger mag inderdaad geen excuus zijn om te onderinvesteren. Wij kunnen niet verwachten dat andere landen investeren in onze defensie en in onze veiligheid.