Mondelinge vraag inzake Burundi

27 mei 2015

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "Burundi" (nr. 4591)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, sinds de mislukte staatsgreep in Burundi heerst er grote onrust. Er is protest tegen de huidige president, die een derde ambtstermijn ambieert. Er zijn ook al verscheidene doden gevallen tijdens zware rellen in de hoofdstad Bujumbura. Ons land heeft verschillende militaire samenwerkingsakkoorden met Burundi. U heeft ook bevestigd dat er militairen van Defensie aanwezig zijn in Bujumbura ter bescherming van de Belgische ambassade.

Waaruit bestaat de huidige militaire samenwerking met Burundi? Om welk soort taak gaat het? Met welk doel, hoeveel en welk type militairen zijn daarbij betrokken?

Waaruit bestond de militaire samenwerking met Burundi in het verleden? Kunnen we volgens u spreken van succesvolle samenwerkingsprojecten?

Hoe zal de militaire samenwerking gezien de huidige omstandigheden evolueren? Wordt die voortgezet?

Welke maatregelen heeft Defensie genomen sinds de mislukte staatsgreep? Bereidt Defensie zich voor om verdere stappen te ondernemen, bijvoorbeeld in het kader van een eventuele evacuatie van landgenoten? Zo ja, welke zijn dat?

Minister Steven Vandeput: Op het ogenblik van de feiten werden in Burundi noch onze landgenoten noch buitenlanders specifiek bedreigd en hebben alle partijen die betrokken waren in het conflict, opgeroepen om ook in de toekomst de buitenlanders niet in het conflict te betrekken.

De veiligheidssituatie in Burundi evolueert constant en wordt continu gevolgd door onder meer Defensie. De informatie hierover wordt gedeeld met de betrokken overheidsdiensten, waaronder het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse, het OCAD, dat verantwoordelijk is voor de bepaling van het dreigingsniveau.

(In het Frans:) Het overleg met andere landen loopt altijd door, via onze verbindingsofficieren in de militaire hoofdkwartieren in het buitenland en de periodieke vergaderingen met de landen die onze belangen delen.

Voor een evacuatie van landgenoten kan Defensie in eerste instantie een beroep doen op de eigen luchttransportmiddelen, indien nodig aangevuld met bijdragen van andere naties of van het European Air Transport Command, het EATC. Opdat men permanent en tijdig zou kunnen beschikken over voldoende capaciteit voor een grootschalige evacuatie, bestaat er bij Defensie een beurtrol waarbij eenheden oproepbaar zijn om snel ingezet te worden voor een evacuatieopdracht, indien de situatie dat vereist.

Bij het initiële detachement voor zo’n evacuatie zijn hoofdzakelijk eenheden van de lichte brigade en de luchtcomponent betrokken. Die eenheden kunnen, indien nodig, aangevuld worden met militairen van andere specialiteiten. Voor de omvang van het initiële detachement gaan we grosso modo uit van een bataljon – 800 tot 1 000 militairen –, dat, indien nodig, op vrij korte termijn versterkt kan worden met 500 bijkomende militairen.

(In het Frans:) Gelet op de naderende Burundese verkiezingen werden de veiligheidsvoorzieningen van onze ambassade in Bujumbura geëvalueerd door Defensie en Buitenlandse Zaken. Op verzoek van die laatste werden er een tiental veiligheidsagenten ter plaatse gedetacheerd: die militairen zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de ambassadeur en de ambassade.

De bilaterale relaties tussen de Belgische Defensie en de Burundese strijdkrachten zijn voornamelijk gebaseerd op het militaire partnerprogramma, dat werd opgestart in 2006. Het programma gaat uit van een samenwerking op de lange termijn, ook al is het onderhevig aan een permanente evaluatie, die eveneens rekening houdt met de politiek-militaire situatie. Op die basis werd besloten om enerzijds de lopende vormingen, die momenteel in België plaatsvinden, voort te zetten, en om anderzijds in de huidige omstandigheden geen nieuwe activiteiten op te starten. Heel concreet werd de vraag gesteld of wij ook zouden stoppen met de samenwerking. Wij hebben geen militairen die vorming geven in Burundi of wat ook. Het heeft dan ook weinig zin hiermee te stoppen. Tot de vakantie zijn er nog wel militairen aanwezig, maar daar heb ik het nog over.

Het belangrijkste samenwerkingsproject met Defensie kadert in de security sector reform (SSR) en situeert zich voornamelijk in het domein van de vorming van Burundese militaire middenkaders in vredesondersteunende operaties. Het omvat steun aan de basisvorming en de voortgezette vorming van officieren, zowel in België als in Burundi. Zoals ik reeds zei, waren er op het ogenblik van de staatsgreep geen militairen voor vorming in Burundi. In het domein van de ontwikkeling van capaciteiten waren er kleine initiatieven zoals het vormen van instructeurs lichamelijke opvoeding en sport, instructeurs in commandotechnieken en raadgevers in het recht van de gewapende conflicten. Ook die vormingen werden zowel in België als in Burundi verstrekt. Het succes van die aanpak in het kader van SSR kan onder andere afgemeten worden aan het feit dat Burundi met 5 000 manschappen ondertussen de tweede grootste leverancier van troepen is geworden voor AMISOM, een vredesondersteunende operatie van de Afrikaanse Unie. Daarnaast stelt het succesvol een contingent ter beschikking in het kader van de VN-missie MINUSCA in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Om duidelijk te zijn, er zijn nog militairen in opleiding in België, maar we sturen die niet van vandaag op morgen terug. Wel zullen we geen nieuwe initiatieven opstarten, zolang er geen duidelijkheid is over de situatie in Burundi. De militairen die hier zijn voor een kortstondige opleiding, gaan normaal gezien gewoon terug. Het gaat volgens mij om één of twee personen die in de KMS zijn begonnen aan de basisopleiding. Lopende projecten werken we af, nieuwe projecten worden niet opgestart.

Karolien Grosemans (N-VA): Ik wil enkel de minister bedanken voor zijn antwoord. Ik heb geen verdere repliek.