Mondelinge vraag inzake de aankoop van Rapid Reaction Vehicles

15 januari 2014

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de aankoop van Rapid Reaction Vehicles" (nr. 21323)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het investeringsplan 2012-2014 voorzag voor 2013 de aankoop van Rapid Reaction Vehicles voor de eenheden van de Lichte Brigade ter vervanging van oude legerjeeps. Dit programma werd al goedgekeurd door de Ministerraad. Op 20 december meldde Het Belang van Limburg dat de aankoop, een investering van 40 miljoen euro, maar niet door het kernkabinet raakt. Volgens kolonel Laureys, chef Lichte Brigade, zijn de RRV’s echter dringend nodig omdat anders het operationeel karakter voor opdrachten in het buitenland in het gedrang komt.

Mijnheer de minister, waarom heeft het kernkabinet de aankoop van de RRV’s niet goedgekeurd? Was er onenigheid over het type dat Defensie heeft gekozen? Kunt u hier meer uitleg over geven?

Wanneer verwacht u dat het dossier wel behandeld kan worden? Wordt het doorgeschoven naar 2014? Welke initiatieven of stappen zult u nemen om het operationeel karakter van de Lichte Brigade te garanderen?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Grosemans, zoals u weet komt het kernkabinet niet tussenbeide in aankoopdossiers. Het dossier werd in de fase “aanvraag voorafgaand aan het akkoord” goedgekeurd door de Ministerraad en diende te worden voorgelegd in de fase “gunning”. Een algemene begrotingsmaatregel van toepassing voor alle departementen liet niet meer toe het dossier vast te leggen in 2013. Het dossier zal tijdens een van de volgende vergaderingen van de Ministerraad worden voorgelegd. Tot de levering van de nieuwe Rapid Reaction Vehicles zal de Lichte Brigade gebruikmaken van de Iltis-terreinwagens.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Over het investeringsplan zei u “dat al het materieel dat erin zit onontbeerlijk materieel is om onze eenheden en ons personeel adequaat uit te rusten met het oog op, enerzijds, de uitvoering van de taken die door de regering aan Defensie worden toevertrouwd en, anderzijds, de verzekering van de veiligheid van onze troepen. Het gaat om het vervangen van overbodig over verouderd materieel waarvan het operationeel karakter niet langer kan worden gewaarborgd of waarvoor de onderhoudskosten buitensporig worden.” U zei tijdens de commissievergadering van 22 mei 2012 ook “dat het fundamenteel is dat deze programma’s worden verwezenlijkt.”

Ik meen dat opdrachten in het buitenland toch nog steeds onze corebusiness vormen. Kolonel Laureys, chef Lichte Brigade, zegt nu dat het operationeel aspect van onze corebusiness, namelijk de opdrachten in het buitenland, in het gedrang komt.

Ik hoor hier evenwel geen enkele oplossing voor de Lichte Brigade. Aangezien u in het verkiezingsjaar een investeringsenveloppe hebt van 25 miljoen, zie ik niet meteen een oplossing.