Mondelinge vraag inzake de aanpak van het artsentekort bij Defensie

14 november 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de aanpak van het artsentekort bij Defensie" (nr. 14010)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, Defensie kampt al jaren met een tekort aan medisch personeel. Wij slagen er niet in om voldoende dokters te vinden. Te weinig afgestudeerde artsen kiezen voor een militaire carrière. Daarnaast kiezen soldaten die op de militaire school geneeskunde volgen, nadien soms toch voor een burgerpraktijk. De reden daarvoor is dat artsen veel minder verdienen bij Defensie.

Mijnheer de minister, eerder heb ik u al gevraagd welke voorstellen u hebt om dat tekort weg te werken. Vorige week hebben wij in de pers kunnen lezen dat u een wetsontwerp voorbereidt dat ertoe strekt artsen een rekruteringspremie van 40 000 euro te bieden indien zij kiezen voor een loopbaan bij Defensie. U zou hen ook betere uren en een snellere promotie aanbieden. Daar komt tenslotte nog een jaarlijkse toelage bovenop.

Mijnheer de minister, over die problematiek zou ik u graag de volgende vragen stellen.

Wat is de huidige stand van zaken in dit concreet dossier? Op vrijdag 9 november werd uw wetsontwerp  besproken  op  het onderhandelingscomité. Kunt u een stand van zaken geven over die onderhandelingen? Is er een akkoord of zit u kort bij een akkoord?

Welke budgettaire implicaties zullen uw maatregelen op jaarbasis hebben? Welk advies heeft de Inspectie van Financiën daarover gegeven? In een vorige commissievergadering, in mei, hebt u verklaard u dat u een analyse verwachtte van de Inspectie van Financiën. Het is interessant om dat advies te kunnen inkijken.

Bent u van plan om de rendementsperiode, dus de periode dat artsen in het leger moeten blijven –op dit ogenblik vijf jaar –, voor toekomstige artsen aan te passen in ruil voor die tegemoetkomingen? Als u aanzienlijke financiële middelen vrijmaakt voor militaire artsen, zult u de rendementsperiode dan ook aanpassen?

Ten slotte, wanneer mogen wij uw wetsontwerp in de Kamer verwachten?

Minister Pieter De Crem: Het huidige statuut van het MedischTechnisch Korps beantwoordt niet meer aan de verwachtingen van de jongste generaties. Zij willen veel meer dan vroeger zelf hun loopbaan sturen en aanpassen aan de realiteit van de arbeidsmarkt. Dat is evident. Op de arbeidsmarkt woedt meer dan ooit een war for talent.

In deze context is het noodzakelijk om het statuut van de officieren van het Medisch-Technisch Korps aan te passen en de behoeften van de organisatie beter af te dekken, meer in het bijzonder de nood aan personeel van het Medisch-Technisch Korps.

Om deze situatie te verhelpen werd sinds 2008 een coachingproject in het leven geroepen. Het gaat voornamelijk om motivatieacties om de instroom van nieuwe kandidaat-artsen te doen stijgen en de uitstroom te beperken. Dankzij het initiatief worden er momenteel 56 kandidaatartsen in verschillendespecialisaties gevormd. Ter voltooiing van de transformatie is de eerstelijnsgeneeskunde gedeeltelijk geoutsourcet. Uiteraard werd het luik ‘Steun aan de operaties’ niet geprivatiseerd.

Het statuut moet aantrekkelijker worden gemaakt, eerst en vooral om de aanwerving van geschikte kandidaten aan te moedigen en het personeelstekort binnen het MTK weg te werken, vervolgens om de huidige personeelsleden die door betere loonperspectieven buiten Landsverdediging worden aangetrokken, te kunnen behouden en tenslotte om de beschikbaarheid van het personeel te verhogen zodat de werklast beter kan worden verdeeld. Het moet de continuïteit en de kwaliteit van de medische steun verzekeren, in het bijzonder tijdens de trainingsperiodes, de opdrachten en de militaire operaties in het buitenland.

De onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties over het nieuwe statuut werden op 9 november 2012 aangevat maar werden niet afgerond. Het is na het beëindigen ervan dat de Inspectie van Financiën zal worden gevraagd om het nodige advies uit te brengen aangezien het resultaat van de onderhandelingen een invloed kan hebben op de budgettaire impact van de nieuwe maatregel.

Mevrouw Grosemans, wat de impact van het nieuwe statuut op de rendementsperiode betreft, wordt voorgesteld de huidige principes te behouden. Dit maakt deel uit van de onderhandelingen die zijn aangevat. Het tijdstip van het indienen van het ontwerp in de Kamer verloopt op basis van de doorlooptijd van de administratieve en budgettaire controleprocedures. Ik dring echt aan op een spoedige afhandeling.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de situatie is inderdaad heel ernstig en heel dringend. Het tekort is ook aanhoudend en groeiend.

Op voorwaarde over een heel goed statuut te beschikken, kunnen wij mensen naar ons terughalen.

Het dossier is heel dringend, omdat wij in het gegeven geval pas in 2018 op een aanvaardbaar niveau zullen komen.

Ik wil nog meegeven dat wij met grote premies heel voorzichtig moeten zijn. De vakbonden hebben ook al opgemerkt dat dergelijke premies voor wrevel en jaloezie zorgen. In het verleden zijn door uw voorganger, de heer Flahaut, ook al heel grote premies gegeven. U kent ongetwijfeld IF190, een reglement betreffende een premie voor informatici. Ter zake lopen momenteel, twaalf jaar later, nog altijd rechtzaken. Ik zou met dergelijke premies dus maar heel voorzichtig zijn.