Mondelinge vraag inzake de adel binnen Defensie

22 mei 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de adel binnen Defensie" (nr. 11809)

Karolien Grosemans (N-VA): In antwoord op een schriftelijke vraag over de adel bij Landsverdediging liet u weten dat Defensie op dit ogenblik een dertigtal officieren met adellijke titel telt. Daarvan bekleedt 70 % de rang van lager officier, 8 onder hen bekleden de rang van hoger officier en 1 is opperofficier. In 2008 was twee derde van de officieren met een adellijke titel Franstalig.

Hoe verkrijgt Defensie de gegevens of een militair al dan niet over een adellijke titel beschikt?

Hoeveel reserveofficieren beschikken op dit ogenblik over een adellijke titel? Kunt u mij een onderverdeling geven op basis van de taalrol, gender en of de officier een lagere, hogere of opperofficier is?

Welke voordelen, al dan niet protocollair, kan een militair met een adellijke titel bij Defensie genieten?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Grosemans, een militair kan indien hij dit wenst bij de werving melding maken van zijn adellijke titel. Een dergelijke melding kan tevens op persoonlijk initiatief tijdens de loopbaan gebeuren op basis van de gegevens van het bevolkingsregister.

Bij de reserveofficieren zijn er momenteel 1 Nederlandstalige en 14 Franstalige hoofdofficieren houder van een adellijke titel. Bij de lagere officieren zijn er 4 Nederlandstaligen en 56 Franstaligen houder van een adellijke titel.

Er zijn geen vrouwelijke reserveofficieren met een adellijke titel. Een militair met een adellijke titel geniet geen privileges binnen Defensie.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u, maar uw antwoord verwondert mij wel. Als ik vragen stel over posttraumatisch stresssyndroom of over arbeidsongevallen, is het enorm moeilijk om cijfers te krijgen. Er is geen registratie, die staat nog niet op punt, of er zijn geen gegevens, enzovoort.

Wanneer ik een vraag stel naar de adel, krijg ik een volledige gedetailleerde lijst. Dan denk ik dat er toch een reden is waarom dit alles opgelijst wordt binnen Defensie.

Minister Pieter De Crem: De reden is dat de enige opperofficier van adel is. Hij is tevens heel stressbestendig. Hij is gewezen astronaut, burggraaf Frank De Winne.

Karolien Grosemans (N-VA): Daar zat dus de geheimzinnigheid verscholen. Niemand kon me vertellen wie die opperofficier was met een adellijke titel.

Minister Pieter De Crem: Hij is brigadegeneraal.