Mondelinge vraag inzake de Belgische cybercapaciteit

31 januari 2012

Mondelinge vraag van Kamerlid Karolien Grosemans aan Minister van Landsverdediging Pieter De Crem over "de Belgische cybercapaciteit" (nr. 8588) 

Karolien Grosemans (N-VA): Geachte Heer Minister, dat de Belgische defensie over een cybercapaciteit beschikt is geen geheim. Defensie werkt samen met verschillende diensten, zowel nationaal als internationaal, om de staatsbelangen veilig te stellen, ook in de cyberdimensie. Volgens een artikel verschenen in Le Soir op 9 januari zou de ADIV, de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, over een “offensief recht” beschikken om terug te slaan, zich baserende op de wet van 4 februari 2010. In de wereld van Computer Network Operations (CNO) kan defensie zich dus juridisch gezien naast CND (Computer Network Defense) en CNE (Computer Network Exploitation) bezigen met CNA (Computer Network Attack). Defensie weigerde echter commentaar te geven.

Geachte Heer Minister, graag zou ik u de volgende vragen willen stellen: Welk beleid zal u gedurende de komende jaren voeren wat betreft cyberdefensie? Op welk spectrum van CNO zal defensie de nadruk leggen? Overweegt defensie om de cybercapaciteit -met het oog op een verdere specialisatie van de Belgische Krijgsmacht- verder uit te breiden? Zo neen, waarom niet? Welke relatie zal defensie nastreven met de andere actoren op het veld van cyberdefensie, zowel nationaal (FCCU,…) als internationaal? Verloopt de coördinatie tussen deze actoren volgens u snel genoeg om te kunnen reageren in het geval van een cyberaanval? Wat is er hier volgens u voor verbetering vatbaar?

Minister Pieter De Crem: De BIM-wet (wet op de bijzondere inlichtingenmethoden) heeft heel wat aanbevelingen van het Vast Comité van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten uitgevoerd, onder meer over de noodzaak om de militaire inlichtingendiensten de toelating te geven om op te treden tegen cyberaanvallen. Artikel 4 van de wet bepaalt dat de militaire inlichtingendienst deze aanvallen mag neutraliseren en de daders identificeren. Dit doet geen afbreuk aan het recht van Defensie om bij een gewapend conflict met een eigen cyberaanval te reageren overeenkomstig het recht van de gewapende conflicten. Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 22 september 2011 deze BIM-wet nagenoeg intact gelaten.

Defensie heeft de laatste jaren zijn cybercapaciteit gevoelig uitgebreid met onder meer de aanwerving van vier specialisten. Ik antwoordde eerder al uitgebreid op verschillende vragen over cyberdefensie. De Defensiestaf legt de laatste hand aan een document over de cyberstrategie. De Computer Network Operations worden hierin geëvalueerd, met nadruk op Computer Network Defense. De uitbreiding van de capaciteit zal worden gestuurd door een Cyber Defense Management Cel.

Defensie werkt nauw samen met onder meer de Federal Computer Crime Unit en de Veiligheid van de Staat, en speelt een actieve rol in BELNIS, het nationale platform voor informatieveiligheid. Het Computer Emergency Response Team behandelt intussen de activiteiten gericht tegen de netwerken van de federale overheid. Binnen de NAVO spelen het Cyber Defence Center of Excellence en het NC3A-agentschap een belangrijke rol in de verdediging tegen deze dreiging.

Karolien Grosemans (N-VA): De vorige antwoorden van de minister over cyber defence waren nogal ontwijkend. Netwerken en elektronica vormen in deze maatschappij onze achillesniel: ik hoop dat het hervormingsplan van de minister meer duidelijkheid zal brengen over onze cybercapaciteit.