Mondelinge vraag inzake de 'Belgische spionnen' in Afghanistan

7 maart 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de 'Belgische spionnen' in Afghanistan" (nr. 9637) 

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in een gesprek met Le Soirdeelt de voorzitter van het Comité I, de heer Guy Rapaille, mee dat het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten na twee jaar het onderzoek naar de specifieke taken van Belgische spionnen in Afghanistan opnieuw heeft opgestart. Er zijn nog steeds verschillende militairen van de ADIV aanwezig in Afghanistan. Zij werken daar in het kader van de internationale troepenmacht ISAF. Het doel van het onderzoek dat nu terug is opgestart, is de informatiestromen naar de politieke en militaire autoriteiten te evalueren. 

Ik had u graag enkele vragen gesteld met betrekking tot die zogenaamde Belgische spionnen in Afghanistan. Het onderzoek startte twee jaar geleden maar werd stopgezet. Wat was de aanleiding voor het opnieuw opstarten van dit onderzoek?  

Wat zal het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten concreet onderzoeken? Wanneer zal dit onderzoek afgerond worden? 

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, misschien kunnen wij afspreken dat als er vragen zijn die onder de koepel van het Comité I vallen, deze in de Senaat worden gesteld. Ik ben zelf nog lid geweest van de begeleidingscommissie in het Parlement voor het Comité I en Comité P in de periode 1995-1999 en toen was dat ook de gewoonte. 

Ik stel voor dat de vraag wordt gesteld door uw collega Homans die lid is van de commissie belast met het Vaste Comité I. Toen uw collega Pieters nog voorzitter was van de Senaat maakte hij ambtshalve deel uit van de commissie belast met het Vast Comité I. Dat is eigenlijk het vehikel. Ik kan daar in deze commissie niets over zeggen, vandaar mijn suggestie.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb daar alle begrip voor, omdat dit inderdaad gevoelig kan liggen. 

Als repliek kan ik misschien de reactie geven van generaal-majoor Michaux op zijn publiek profiel van Facebook. Generaal-majoor Michaux, de voorganger van de huidige ACOS IS Hellemans, zegt —weliswaar in het Frans, maar vermits mijn Frans niet zo goed is zal ik het vertalen —:"Wat een amateurisme om dit van alle daken te schreeuwen. Onze buitenlandse partners zullen lachen… groen." Hij zei jaune. "Hoe zullen wij nu nog aan betrouwbare informatie geraken?” 

Minister Pieter De Crem: Ik denk dat ik in deze niet tot de categorie van de dakschreeuwers behoor.