Mondelinge vraag inzake de besparingen bij defensie

3 december 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de besparingen bij Defensie" (nr. 14251)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de onderhandelingen over de begroting van 2013 zijn achter de rug. Defensie zal volgens het begrotingsakkoord opnieuw moeten besparen, ondanks het feit dat u zich daartegen heeft verzet. Aanvankelijk was er veel onduidelijkheid over welk bedrag het zou gaan.

Op 22 november stelde ik vicepremier Steven Vanackere, voor de gelegenheid uw plaatsvervanger in de plenaire vergadering, de vraag hoeveel er effectief zal worden bespaard op Defensie en of het om uitstel van betalingen of om structurele besparingen gaat. Uit zijn antwoord bleek dat Defensie 100 miljoen euro moet besparen. Verder vernam ik dat het departement 67,3 miljoen euro later zal betalen, gezien de vertraagde levering van de twee NH90-helikopters. De overige 32,7 miljoen euro zal bij “Werking en investeringen” moeten worden gevonden, maar uw plaatsvervanger kon daarover op dat moment niet meer details geven.

Ik heb dan ook nog de volgende vragen.

Kan u mij meedelen aan welke werkings- en investeringsposten zal worden geraakt? Zullen er geplande investeringsprojecten worden geschrapt? Zo ja, welke? Via welke maatregelen beoogt u te besparen op de werking?

Ik dank u voor uw antwoord.

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Grosemans, ik kan u bevestigen wat vicepremier Vanackere in de plenaire vergadering van 22 november heeft aangegeven, namelijk dat de regering heeft beslist om in 2013 aan Defensie een inspanning te vragen van 100 miljoen euro. Ik hoef u niet te verhullen dat ik mijn dossier hard heb moeten bepleiten om dit resultaat te verkrijgen. Ik heb de begrotingsbesprekingenzelfs even stilgelegd.

Ik heb op het kernkabinet heel duidelijk aangetoond wat de omvang is van alle inspanningen van de jongste jaren en wat de gevolgen zouden zijn van nieuwe, drastische budgettaire ingrepen. Het bereikte resultaat stelt mij tevreden in moeilijke omstandigheden omdat de gevolgen voor het departement relatief beperkt blijven. Aan het personeel en de operationaliteit wordt niet geraakt, noch aan de paraatstelling en de verdere uitvoering van het transformatieplan, dat trouwens bijna voltooid is. De volgende keer zal ik over de “voltooide transformatie” spreken.

Het begrotingsakkoord over Defensie is ook het resultaat van een moedige beslissing, want besparen bij het departement roept bij de bevolking doorgaans weinig weerstand op. De regering heeft niet gekozen voor de weg van de minste weerstand, maar heeft voor Defensie een specifieke besparingsmaatregel uitgewerkt op maat van Defensie, in nauw overleg met Defensie en in balans met wat andere departementen moeten bijdragen.

Het resultaat is een globaal pakket geworden van 100 miljoen euro, dat voor 67,3 miljoen euro wordt ingevuld door een vertraging in de levering van twee NH90-helikopters en voor 32,7 miljoen euro met besparingen in het eigen budget.

De regering heeft er ook op toegezien dat Defensie buiten elke andere algemene besparingsmaatregel blijft. Zij heeft het enveloppeprincipe herbevestigd tot het einde van de legislatuur. Aldus kan Defensie zelf bepalen op welke manier zij vooropgestelde besparingen binnen haar eigen budget realiseert. Die soepelheid is belangrijk, gezien de specificiteit en het operationele karakter van mijn departement.

Ten slotte, het betreft een punctuele en geen structurele maatregel, wat in de huidige omstandigheden een groot verschil uitmaakt.

Wat de twee NH90-helikopters betreft, waarvan één een marineversie is, moet ik er de nadruk op leggen dat de vertraging in de levering in geen geval de betalingscapaciteit van Defensie bezwaart. Alleen worden conform de Europese regels de uitgaven voor de aankoop van bepaald militair materieel in de overheidsrekening geboekt op het ogenblik van de overdracht van de eigendom, dus bij de levering. Op het terrein worden we natuurlijk wel geconfronteerd met de vertraging, maar dat zal geen impact hebben op de search-and-rescueactiviteiten aan de Belgische kust.

Het saldo van de te leveren inspanning, na verrekening van de ESERcorrectie voor de twee NH90helicopters, bedraagt 32,7 miljoen euro, te vinden in de uitgavenkredieten. Deze doelstelling moet voor mij worden bereikt zonder structurele maatregelen te moeten nemen.

Ik zal u nu in grote lijnen de pistes toelichten, maar ik zou toch willen voorstellen om de details te bespreken in het daartoe voorziene forum, op het daartoe voorziene moment, namelijk tijdens de behandeling van het wetsontwerp houdende de begroting 2013 in onze commissie voor de Landsverdediging.

Volgens de laatste informatie verkregen van onze vertegenwoordigers bij de internationale organisaties, ontstaat op onze internationale verplichtingen een kleine marge door een daling van bepaalde bedragen.  Het  betreft  voornamelijk  de  bijdrage  in  het investeringsprogramma van de NAVO. We spreken over een bedrag van 3 miljoen euro.

De versterkte budgettaire behoedzaamheid, die erin bestond toe te zien op het onsamendrukbaar karakter van de uitgaven met het oog op de realisatie van de begrotingsdoelstelling 2012, heeft uiteraard zijn  effect  niet  gemist.  Niet  zozeer  op  het  grote wederuitrustingsprogramma, waarvoor de regering zich engageert de schijf voor 2012 te realiseren, maar wel op een aantal kleine courante investeringen. Aangezien de kleinere investeringen vaak als samendrukbare uitgaven werden beschouwd, heeft men het verhoopte plan voor kleine investeringen niet volledig kunnen uitvoeren. Er werd minder vastgelegd en dat vertaalt zich in minder schuld, en bijgevolg minder betalingen in 2013. We spreken hier over een bedrag van 6 miljoen euro.

De  overige  23,7 miljoen euro  wordt  gezocht  in  de investeringskredieten van de wederuitrustingsprogramma’s. We moeten nog zien hoe de realisatie van de laatste investeringsdossiers van de schijf voor 2012 evolueert, maar op basis van wat is vastgelegd en wat voorligt aan gunningsdossiers, kan ik u melden dat mede dankzij het goed onderhandelen met de inschrijvers, de investeringsuitgaven ongeveer 10 % onder de initiële ramingen zullen zitten. We verwerven dus wat we voor ogen hadden, maar dat gebeurt aan een gunstigere prijs. Is dat niet fantastisch? Deze gunstige evolutie zal zich uiteraard vertalen in een kleinere schuld op 1 januari 2013, waardoor in 2013 ook minder moet worden afbetaald dan  initieel  geraamd.  Deze  marge  zal  dienen  om  de begrotingscoupure op te vangen. U zult begrijpen dat ik hierover momenteel niet meer details kan vrijgeven, aangezien de formele toewijzing van een aantal investeringsdossiers nog moet gebeuren. Dit is echter in elk geval de piste die nu wordt gevolgd.

Om op uw concrete vragen te antwoorden: neen, er worden geen grote investeringsprojecten geschrapt. De schijf voor 2012 is in volle uitvoering en ik zal de investeringsschijf voor 2013 begin volgend jaar voor goedkeuring aan de Ministerraad kunnen voorleggen.

Ik besluit dat voor de regering de uitvoering van het regeerakkoord de referentie blijft voor deze legislatuur. Daarbij hebben wij zelf de pen vastgehouden. Dat wil dus zeggen dat we willen komen tot een Defensie van 30 000 militairen en 2 000 burgers tegen 1 januari 2015, dat we opnieuw aanknopen bij de noodzakelijke investeringen in de wederuitrusting en dat we onze internationale engagementen blijven waarmaken, zoals we dit actueel doen in Afghanistan, Libanon en Afrika en op diverse operatietonelen.

Ik ben van oordeel dat de ambitie inzake Defensie vastgelegd in het regeerakkoord door dit begrotingsakkoord niet op de helling werd gezet. Integendeel, het vormt een bevestiging van onze engagementen en het is binnen dit kader dat ik als minister van Landsverdediging mijn beleid verder gestalte wens te geven. Ook wanneer men op ons een beroep doet om gesteund door de internationale gemeenschap opnieuw engagementen aan te gaan, zijn we bij machte om deze uit te voeren.

De voorzitter: Mevrouw Grosemans, u krijgt het woord voor een korte repliek, want ik neem aan dat we dit debat in januari zeer uitvoerig zullen kunnen voeren.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijkheid.

Ik wil alleen nog even herhalen dat onze fractie zeker geen voorstander is van verdere besparingen. Wat die 32,7 miljoen euro op werking en investeringen betreft, verneem ik dat het departement op dit moment de mogelijke pistes onderzoekt. Zo vat ik het samen.