Mondelinge vraag inzake de bevoegdheid van de militaire politie

2 maart 2016

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de bevoegdheid van de militaire politie" (nr. 9812)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, het is tijd voor de jaarlijkse vraag over de militaire politie. Collega Top heeft hierover een vraag gesteld in 2014, collega Klaps in 2015 en ik nu dus in 2016.

Het regeerakkoord voorziet in de uitbreiding van de bevoegdheid van de militaire politie, in het bijzonder van de bevoegdheid om op te treden bij verkeersinbreuken. Er is echter ook een uitbreiding mogelijk op het vlak van bewakingsopdrachten. Hoewel dit een zaak is die binnen de regering moet worden besproken, wil ik u, nu uw strategisch plan is voltooid, vragen naar een stand van zaken over dit thema.

Werd er in het kader van het strategisch plan ook nagedacht over de uitbreiding van de bevoegdheid van de militaire politie? Zijn er stappen die Defensie alvast kan nemen om dit in de praktijk te verwezenlijken? Is het overleg binnen de regering of met uw collega, minister Jambon, al van start gegaan? Zo nee, wanneer verwacht u dat dit zal gebeuren?

Minister Steven Vandeput: Mevrouw Grosemans, wij moeten goed opletten dat wij de zaken niet door elkaar halen.

Het strategisch plan beoogt de capaciteiten en ambitieniveaus te bepalen. In dat kader heeft het geen betrekking op het takenpakket van specifieke eenheden, dus ook niet van de militaire politie. De rol en de bevoegdheden van die eenheden zullen eerst worden bestudeerd door de defensiestaf en zullen deel uitmaken van een implementatieplan.

Een overleg over de afbakening van de bevoegdheden van de militaire politie moet nog worden opgestart. Ik ben mij er zeer goed van bewust dat dit deel uitmaakt van het regeerakkoord. Wij hebben een aantal inleidende zaken opgevraagd aan de defensiestaf, maar wij zouden graag eerst het grote verhaal politiek afronden alvorens die zaken aan te pakken.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik kom hierop later terug, maar zal niet wachten tot 2017.