Mondelinge vraag inzake de bijdragen voor het pensioenstelsel van het vliegend personeel

20 maart 2012

Mondelinge Vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "de bijdragen voor het pensioenstelsel van het vliegend personeel" (nr. 9640)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, met de programmawet van 28 december 2011 werd ook het specifieke pensioenstelsel van het vliegend personeel ingrijpend gewijzigd. Het specifieke pensioenstelsel voor het vliegend personeel werd afgeschaft voor het personeel onder de 55 jaar. De aanleiding tot het afschaffen van het systeem is het oplopende tekort in de pensioenkas van het vliegend personeel. Daardoor moeten die tekorten worden aangevuld vanuit het algemeen beheer van de Rijksdienst voor Pensioenen. Het blijkt dus dat de extra bijdragen die elke piloot, elk lid van het cabinepersoneel en de werkgevers betalen, niet voldoende zijn om het systeem in stand te houden. 

Mijnheer de minister, wat zal er gebeuren met de extra bijdragen die de sector reeds betaalde voor de specifieke pensioenregeling? Worden de extra bijdragen momenteel nog steeds ingehouden bij de verschillende actoren van de luchtvaartsector? Indien ja, op welke wettelijke basis gebeurt dat dan?

Minister Vincent Van Quickenborne: Het overleg met de luchtvaartsector is nog volop aan de gang en verloopt zeer constructief. 

Het voorlopige resultaat van het overleg, dat zowel betrekking heeft op een transitiescenario inzake leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor de piloten en het cabinepersoneel als op de te betalen bijdragen, zal de komende week in de regering worden besproken.

De extra bijdragen die de sector in het verleden betaalde, waren onvoldoende om de kosten van het verleden te dekken. De bijdragen werden in een repartitiestelsel verdeeld.

Momenteel worden de extra bijdragen nog steeds ingehouden. Het specifieke stelstel van de burgerluchtvaart was bij het KB van 3 november 1969 ingevoerd en blijft van toepassing voor de werknemers van de sector die op 31 december 2011 de 55-jarige leeftijd hebben bereikt.

Er bestaat voor die categorie van werknemers dus een wettelijke basis voor de voortzetting van de inning van de speciale bijdragen.

Artikel 119 van de wet van 28 december 2011 bepaalt dat de Koning bij een besluit, vastgelegd na overleg in de Ministerraad, in bijzondere maatregelen betreffende speciale bijdragen zal voorzien in de vermelde koninklijke besluiten van 3 november 1969 en 27 juli 1971.

Omdat er momenteel met de sociale partners wordt onderhandeld om overgangsmaatregelen in te voeren, is het logischerwijze nog niet duidelijk of de extra bijdragen ook voor de rest van het vliegend personeel al dan niet behouden zullen blijven.

Na consultatie van de sector heb ik aan de Rijksdienst voor Pensioenen gevraagd om de inning van de speciale bijdragen voort te zetten, zolang de onderhandelingen niet zijn afgerond.

Alle sociale partners in de luchtvaartsector verkiezen die pragmatische aanpak en betalen in afwachting van een definitieve regeling zowel de werkgevers- als de werknemersbijdragen voort.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Ik verneem dat de onderhandelingen nog volop aan de gang zijn. Ik zal het punt blijven volgen.