Mondelinge vraag inzake de cyberdefensiecapaciteit van de NAVO

9 juli 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de cyberdefensiecapaciteit van de NAVO" (nr. 18468)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op 4 en 5 juni – dat is al eventjes geleden, maar mijn vraag ligt al een hele tijd op een antwoord te wachten – nam u deel aan een NAVO-top van Defensieministers, waarbij voor het eerst ook cyber defense aan de agenda stond. Op de website van Defensie staat te lezen dat de NAVO vooral haar expertise wil delen in de verdediging van internetcriminaliteit en hacking en dat zij de domeinen wil onderzoeken waarbinnen de lidstaten nog nauwer kunnen samenwerken. Tijdens de top hebben de defensieministers een stappenplan aangenomen over de bescherming van computernetwerken.

Mijnheer de minister, op welke domeinen van cyber defense willen de NAVO-lidstaten de samenwerking in de toekomst intensifiëren?

Wat betekent dat voor onze eigen defensie, onder andere op het vlak van investeringen?

Een concrete afspraak die op de top werd gemaakt, is de creatie van snelle interventieteams om de eigen NAVO-computernetwerken te beveiligen. Hoe zullen die rapid reaction teams worden samengesteld en ingezet?

Er werd nog geen consensus bereikt over de vraag of cyberaanvallen op burgerdoelen onder militaire verantwoordelijkheid vallen en of de NAVO bijgevolg moet ingrijpen indien een individuele lidstaat te maken krijgt met zulke aanvallen. Welke verschillende visies houden de lidstaten erop na? Welke landen zijn daar met name tegen gekant? Wat is ons huidig standpunt daarin?

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, een eerste domein waarin de NAVO-lidstaten in de toekomst de samenwerking in het raam van de cyber defense wensen te intensifiëren, is de hulp aan bondgenoten via het NATO computer incident response center en de cyber defense management authority, afgekort de CDMA.

Thans worden er twee rapid reaction teams uitgebouwd in het response center onder de hoede van het NAVO-communicatie- en informatieagentschap. Die ploegen hebben slechts een zeer beperkte capaciteit, die uitsluitend de bescherming van de NAVO-netwerken moet verzekeren.

Gedurende de NAVO-vergadering van 4 juni heb ik benadrukt dat de NAVO verder moet gaan en de rapid reaction teams ook ter beschikking zou moeten stellen van aangevallen bondgenoten die hulp vragen om cyberproblemen in de nationale infrastructuren aan te pakken.

Er werd echter nog geen consensus bereikt over de vraag of de cyberaanvallen op burgerdoelen onder militaire verantwoordelijkheid vallen en of de NAVO bijgevolg moet ingrijpen indien een individuele lidstaat te maken krijgt met een dergelijke aanval.

Vele landen ontwikkelen offensieve en defensieve nationale capaciteiten en willen hun capaciteit op dit moment nog niet ter beschikking stellen van anderen. Bovendien zou de alliantie een coördinatiemechanisme in plaats moeten stellen om de cyber defense van de lidstaten beter te organiseren.

De samenwerking met de partners en met internationale organisaties zal worden verbeterd door het organiseren van diverse discussiefora en cyberoefeningen waaraan de bondgenoten en ook de niet-NAVO-partners kunnen deelnemen. Om samen met de industrie op het domein van cyber defense beter te kunnen samenwerken, zullen de bondgenoten een gemeenschappelijke visie op de inzetmodaliteiten overeenkomen.

Op nationaal vlak neemt Defensie de cyberdreiging ernstig. Er bestaat op nationaal vlak een strategie voor cyber security, waarin Defensie zich compleet inschrijft. Die geïntegreerde nationale aanpak werd goedgekeurd in 2012.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, u zegt op uw website dat de snelle-interventieteams die de computernetwerken van de NAVO moeten beveiligen, tegen de herfst volledig klaar moeten zijn. Dat is dus al over enkele maanden. Op Radio 1 zei u dat er heel wat investeringen zullen moeten gebeuren, in mensen maar ook in materieel. Op de vraag ter zake hebt u dus nog niet geantwoord. Wat betekent dat voor onze eigen defensie, onder andere op het vlak van investeringen? Als daarin niet geïnvesteerd wordt, blijft uw uitspraak immers dode letter.