Mondelinge vraag inzake de decompressie na een buitenlandse missie

31 januari 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de heer Pieter De Crem, Minister van Landsverdediging  betreffende de decompressie van militairen na een buitenlandse missie. (nr.9039)

Karolien Grosemans (N-VA): Geachte meneer de minister, psychologische nazorg is noodzakelijk bij militairen als me het risico op een Post Traumatische Stress Stoornis na een intense buitenlandse missie wil verminderen. Militairen hebben nood aan een periode om hun traumatische ervaringen te verwerken.

Ondertussen heb ik vernomen dat defensie voor een derde maal de decompressie- en adaptatieperiode heeft afgekeurd. Het belang van een goede opvang van onze militairen na een buitenlandse missie mag absoluut niet verwaarloosd of gebagatelliseerd worden.

Onze militairen worden steeds meer op buitenlandse missies gestuurd en verdienen dan ook de beste zorgen. Graag had ik de minster bijgevolg de volgende vragen willen stellen:

Op basis van welke criteria beoordeelt Defensie het voorstel voor een adaptatiesas? Welke criteria waren in het laatste voorstel niet voldaan? Komt de minister of Defensie zelf met een tegenvoorstel? Zo ja, wanneer kunnen we dit voorstel verwachten? Welke extra maatregelen gaat u nemen zodat onze militairen een degelijke psychologische ondersteuning krijgen?

Minister Pieter De Crem: Al vier keer verklaarde ik in commissie dat ik niet tegen zo’n voorstel van decompressie ben als het de bestaande opvangmogelijkheden daadwerkelijk aanvult. Defensie beschikt al over raadgevers Mentale Operationaliteit (RMO), aalmoezeniers, maatschappelijk assistenten, een platform voor psychosociaal overleg, een dienst ‘Trauma’ in het militair hospitaal, gezinsdagen, specifieke infrastructuur in de centra Paola en Mathilde, en een groen telefoonnummer.

Tijdens de laatste weken van hun opdracht in het buitenland nemen alle militairen deel aan workshops die hen voorbereiden op hun terugkeer. Ze ontvangen brochures en aanbevelingen. Militairen met klachten of psychische stoornissen worden systematisch opgevolgd door het militair ziekenhuis Koningin Astrid. In 2011 werden er 272 militairen onderzocht, 9 van hen leden aan posttraumatische stress.

Bijkomend kan een psychiater een behandeling met geneesmiddelen opstarten. Defensie peilt ten slotte driemaal naar het moreel van de troepen door middel van een vragenlijst bij vertrek, halfweg de opdracht en twee maanden na terugkeer.

Mijn standpunt is dus niet ingegeven door budgettaire redenen. Ik ben ervan overtuigd dat de huidige middelen volstaan. Het gaat hier trouwens niet om onderhandelingen tussen mijzelf en de defensiestaf. Ik moet de politieke beslissingen nemen, dus op uw concrete vraag of er een tegenvoorstel van mij komt, antwoord ik neen.

Karolien Grosemans (N-VA): De minister verwijst telkens naar de eerstelijnszorg ter plaatse, maar er zijn niet voldoende ‘legerpsychologen’ of RMO’s om de militairen individueel te begeleiden. Hij verwijst ook steeds naar het militair ziekenhuis Koningin Astrid, maar individuele contacten zijn net heel moeilijk voor die militairen: als ze de stap naar hulp durven te zetten, leidt dit tot statusverlies binnen hun eenheid, terwijl ze bang zijn dat ze ongeschikt verklaard zullen worden.

De generale staf vindt deze decompressie heel belangrijk, dat toont dit derde voorstel in elk geval aan. De minister gaat voorbij aan het oordeel van militairen die in levensbedreigende situaties hebben verkeerd. Ik vraag hem met aandrang om zijn mening te herzien.