Mondelinge vraag inzake de discriminatie in de uitzendsector

15 december 2010

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de discriminatie in de uitzendsector" (nr. 599)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik heb een gelijkaardige vraag over de undercoverreportage van het programma Volt, die duidelijk maakte dat er in de uitzendsector soms nog sprake is van discriminatie van allochtone kandidaat-werknemers.

In die gevallen wordt dus ingegaan op de vraag van de klant om allochtone kandidaten te weigeren.

Blijkbaar vinden vele consulenten het moeilijk om tegen die vraag in te gaan. De uitzendsector blijkt verveeld te zitten met de zaak en plant meer controles. Consulenten die zich schuldig maken aan discriminatie mogen sancties verwachten. Eventueel zal zelfs een extern bureau ingeschakeld worden om aan mistery shopping te doen.

Ik heb de volgende vragen.

Hebt u enig zicht op de omvang van dit probleem? Wat zijn volgens u de onderliggende redenen van het discriminerend gedrag? Welke maatregelen moeten worden genomen om dit fenomeen tegen te gaan? Hebt u hierover reeds met de sector overlegd? Zo ja, met welk resultaat? Hoe beoordeelt u de inspanningen die de sector in dit verband reeds gedaan heeft en nog plant?

Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, collega’s, ter gelegenheid van de dag van de rechten

van uitzendkrachten heb ik een balans opgemaakt van de nieuwe initiatieven die discriminatie in die sector tegengaan. In dat raam heb ik voorgesteld een samenwerkingsprotocol te sluiten tussen het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding en de arbeidsinspectie. Dat was het geval, twee weken geleden.

De samenwerking tussen het Centrum en de dienst Toezicht op de Sociale Wetten bestaat in het

behandelen van klachten over discriminatie in het raam van de federale bevoegdheden, in de ondersteuning, in de uitwisseling van adviezen over de behandelingsprocedure van klachten en in het uitwisselen van gegevens. Die samenwerking moet leiden naar een complementariteit van de twee instellingen. Daarbij dient de bescherming van de persoonlijke levenssfeer te worden gerespecteerd.

Anderzijds heb ik de sector duidelijk gemaakt dat het mij belangrijk lijkt om in het beleid acties te ontwikkelen om discriminatie, waarmee sommige mensen worden geconfronteerd, tegen te gaan. Wanneer de sector de autoregulering niet efficiënter gaat toepassen, zullen er strengere, bijkomende maatregelen genomen moeten worden. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan een eventuele uitbreiding van het systeem dat in de welzijnsreglementering opgenomen is.

Dit moet natuurlijk worden overlegd met de sociale partners. In de welzijnsreglementering is elk

uitzendbureau verplicht te weigeren dat uitzendkrachten ter beschikking worden gesteld van een gebruiker van wie hij kan weten dat deze zijn verplichtingen ten aanzien van de uitzendkrachten niet naleeft. Dat zou bijvoorbeeld ook voor discriminatie zijn. Dat is een voorstel en een idee.

Om de strijd tegen discriminatie in de uitzendsector te versterken, kan de sector ook worden aangemoedigd om de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 1996 betreffende de gedragscode ter preventie van rassendiscriminatie dwingender te maken.

Dit kan door het invoeren van een klachtensysteem, waarbij wordt bepaald dat elke benadeelde persoon een klacht kan indienen bij het verzoeningsbureau van het paritair comité of bij het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding en niet bij de ondernemingen, zoals nu het geval is.

Een andere mogelijkheid kan bestaan in de oprichting van een intern orgaan waar deze klachten kunnen worden ingediend. Dit intern orgaan moet dan expliciet worden vermeld in de cao.

Ten slotte lijkt het mij dat een evaluatie van deze cao van 7 mei 1996 zal toelaten om een overzicht te maken van de gerapporteerde gevallen van discriminatie, zodat eventueel aanpassingen kunnen worden aangebracht.

Teneinde discriminatie op arbeidsrechtelijk vlak beter te bestrijden, zou men ook kunnen denken aan administratieve boetes, aan praktijktesten met mystery clients door de algemene directie Toezicht op de Sociale Wetten, of aan een verplichting voor de bedienden van een uitzendbureau om alle misbruiken en discriminerende vragen van hun klanten te melden aan de inspectie of aan de arbeidsauditeur.

Dat moet ook een oplossing zijn voor bijkomende maatregelen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de maatregelen die u voorstelt zijn alvast een stap in de goede richting. Ik hoop dat er snel concrete acties komen, omdat het probleem ook reeds langer gekend is. Uitsluiting op basis van afkomst is een ernstig maatschappelijk

probleem, dat een coherente aanpak vereist.

Bovendien, niet onbelangrijk, verdient deze problematiek een gecoördineerde aanpak in het belang van de uitzendsector, want wij mogen ook niet uit het oog verliezen dat dankzij deze sector heel veel allochtonen wel degelijk aan een job geraken.