Mondelinge vraag inzake de drugscontroles tijdens vlaggengroeten

9 juli 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de drugscontroles tijdens vlaggengroeten" (nr. 18610)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, in Het Nieuwsblad van 13 juni klaagt legervakbond ACOD aan dat er in kazernes soms drugscontroles worden uitgevoerd tijdens het groeten van de vlag, waarbij militairen verplicht aanwezig moeten zijn. De vakbond stelt zich ook vragen bij het drugsbeleid van Defensie.

Volgens de woordvoerster van Defensie gaat het niet om stelselmatige controles, maar vormt de vlaggengroet nu eenmaal een goede gelegenheid om een drugscontrole uit te voeren.

Mijnheer de minister, ik zou u hierover graag de volgende vragen stellen. Hoe regelmatig worden er drugscontroles georganiseerd tijdens het groeten van de vlag? In welke kazernes is dat al gebeurd? Was u hiervan op de hoogte? Wat vindt u van deze manier van controleren?

Wat is uw reactie op de kritiek van de ACOD? Hebt u begrip voor het standpunt van de vakbond of vindt u zijn verontwaardiging overdreven?

Onder welke voorwaarden kunnen drugscontroles in het leger worden uitgevoerd?

Welke preventieve maatregelen of initiatieven neemt men om drugsgebruik bij militairen tegen te gaan? Hoe evalueert u deze maatregelen binnen het drugsbeleid van Defensie? Zijn er al bijsturingen nodig geweest?

Minister Pieter De Crem: Het bezitten, het gebruiken, het vervaardigen en het verhandelen van illegale drugs is een misdrijf van gemeenrecht dat wordt opgespoord door de federale gerechtelijke politie. Noch de militaire overheid, noch de militaire politie hebben bevoegdheid inzake opsporingen.

Wel valt het binnen de verantwoordelijkheid van de lokale chef, de korpscommandant dus, om op tijdstippen, door hem of haar zelf bepaald, in drugscontroles te voorzien. Deze controles worden door de politiediensten uitgevoerd.

Er bestaat geen systematiek om drugscontroles te laten uitvoeren, aansluitend op de vlaggengroet.

Het drugsbeleid binnen Defensie is gebaseerd op een nultolerantie. Een dergelijke aanpak wordt ingegeven doordat talrijke militairen veiligheidsfuncties uitoefenen die niet in overeenstemming te brengen zijn met het gebruik van drugs.

Het drugsbeleid van Defensie omvat drie delen: een doorgedreven preventie, een zorgverlening met mogelijkheid tot herintegratie, de tweede kans in bepaalde gevallen, en de repressie.

Het preventieve deel bestaat uit informatieverstrekking, sensibilisatie en bewustmaking. Bij de preventie speelt de cel Addict een belangrijke rol. Inzake repressie zijn er duidelijke verbodsregels betreffende het bezitten, het gebruiken en het verhandelen van drugs. Hierin passen ook de controles.

Het drugsbeleid van Defensie is gericht tot alle personeelsleden en dit doorheen de volledige loopbaan.

Zo worden postulanten reeds ingelicht bij hun bezoek aan het informatiecentrum. De cel Addict van het strafdepartement Well-Being geeft tijdens de basisvorming en de voorgezette vorming uiteenzettingen over drugs.

Voorts organiseert deze cel op vraag van de eenheid preventiesessies. Tijdens de voorbereiding op een buitenlandse opdracht volgt elke militair een uiteenzetting over de gevaren van drugs.

Tot slot verzekert de cel Addict maandelijks permanenties in de verschillende eenheden. Personeelsleden kunnen er terecht met individuele vragen of problemen.

Er worden voor dit preventieve deel noch ex-drugsverslaafden uitgenodigd noch documentaires van afkickcentra getoond. Er werd nog geen gebruik gemaakt van affiches.

Gedurende de afgelopen drie jaar werden in het tijdschrift Debriefing 2 artikelen aan de drugsproblematiek gewijd.

De cel Addict biedt eveneens voor individuele gevallen gehoorbijstand en oriënteert de personen die hulp nodig hebben, wanneer nodig, naar de curatieve sector.

De tweede kans die aan de militairen wordt geboden, voldoet aan elk van de volgende voorwaarden. Het moet om een eerste vastgesteld druggebruik gaan. Er mag geen strafrechtelijke vervolging tegen de betrokkene voor druggebruik zijn ingesteld. Het druggebruik mag niet vastgesteld zijn tijdens de dienst. Er mag geen sprake zijn van verhandeling van verboden producten. Tot slot moet de betrokkene aanvaarden een therapeutische behandeling te volgen.

Deze tweede kans wordt slechts een maal verstrekt en dit alleen aan het personeel dat bereid is om alle voorwaarden na te leven.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ook voor de N-VA-fractie is die nultolerantie ter zake terecht, zeker bij die job. Er wordt met wapens geoefend en dan is het natuurlijk ontzettend belangrijk dat deze militairen niet onder invloed zijn en geen drugs hebben gebruikt.

Ik spreek met militairen die mij zeggen dat het een vrij groot probleem is. Daarom is het heel belangrijk dat er een goed preventiebeleid wordt gevoerd. Ik heb er al verschillende keren op gehamerd dat het bijhouden van cijfers enorm belangrijk is, want ik merk dat welzijn binnen defensie wel eens stiefmoederlijk wordt behandeld. Dat geldt trouwens ook voor het posttraumatisch stressyndroom, arbeidsongevallen, zelfmoorden, enzovoort. Het stelselmatig bijhouden van die cijfers is daarom belangrijk voor het evalueren van uw beleid.