Mondelinge vraag inzake de escorteopdracht van de Leopold I

18 november 2015

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de escorteopdracht van de Leopold I" (nr. 7493)

Deze vraag en dit antwoord werden voorafgegaan door een toelichting van de minister.

Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, collega's, de Ministerraad van vanochtend heeft de beslissing van de Ministerraad van 30 oktober 2015 bevestigd. Het fregat Leopold I zal worden ingezet als escorte van het vliegdekschip Charles de Gaulle binnen de groupe aéronaval.

De bloedige terroristische aanslagen in Parijs van vrijdag 13 november hebben de situatie die initieel voorzien was bij de beslissing van 30 oktober grondig veranderd. Frankrijk heeft zijn strijd tegen Daesh gevoelig opgevoerd, in respons op de laffe aanvallen.

De Franse acties vallen binnen hun recht op zelfverdediging. Het valt dus niet uit te sluiten dat Frankrijk bijkomende luchtoperaties zal lanceren vanaf de Charles de Gaulle.

Tijdens de EU-Raad van 17 november heeft de Franse minister van Defensie, Jean-Yves Le Drian, artikel 42.7 van het Verdrag van Lissabon geactiveerd. Hij heeft een oproep gelanceerd aan de lidstaten om maximale steun te leveren in het bilateraal kader.

Mevrouw Mogherini en de volledige Raad hebben zich hierbij aangesloten. Ik kan u melden dat elk individueel land heeft aangeboden te zullen helpen waar dat kan. Wij beschouwen het inzetten van de Leopold I als een onmiddellijke en concrete invulling door België van deze vraag tot bijstand.

De escorteopdracht is duidelijk een zuiver defensieve taak en houdt dus geenszins een tussenkomst in van onze eigen troepen in of boven het Syrische grondgebied.

Het is daarnaast belangrijk te vermelden dat België blijft pleiten, bij name van de minister van Buitenlandse Zaken en mijzelf, voor een echt mandaat van de VN of een internationale coalitie om een eventuele militaire interventie in Syrië mogelijk te maken.

(In het Frans:) Eind juli gaf Frankrijk te kennen dat het de maritieme samenwerking met België wenste te versterken. De chef-staf van de Franse strijdkrachten stelde zijn Belgische ambtgenoot voor een schip van de Belgische marine te laten aansluiten bij de lucht- en zeemachttroepen waarvan het vliegdekschip Charles de Gaulle deel uitmaakt.

De Ministerraad van 30 oktober heeft de goedkeuring verleend voor de deelname van de Leopold I voor een inzet in die voorziene groupe aéronaval volgens deze initiële vraag.

(In het Frans:) De ministerraad heeft vanmorgen bevestigd dat het fregat Leopold I het vliegdekschip Charles de Gaulle tot begin januari 2016 zal escorteren. Die operatie zal naar schatting 10 miljoen euro kosten, een bedrag dat in de operationele begroting werd ingeschreven. De opdracht van de Leopold I zal erin bestaan dreigingen ten aanzien van het vliegdekschip te detecteren en te identificeren. Als er reëel gevaar dreigt, kan het schip geweld gebruiken in overeenstemming met de rules of engagement, die confidentieel zijn.

Het personeel wordt ingezet in de deelstand operationele inzet, inzet buiten de inzetzone.

Ik zal straks alle vragen beantwoorden die ik kan beantwoorden. Ik kan ook bevestigen dat wij aan de voorzitter van de Commissie voor de opvolging van de buitenlandse missies hebben gevraagd om snel een commissie samen te roepen om daar achter gesloten deuren meer technische en inhoudelijke details mee te geven.

Karolien Grosemans (N-VA): Collega’s, de vorige keer dat wij ten oorlog trokken, als ik het zo mag zeggen, was er telkens een regering van lopende zaken: eerst in Libië, daarna in Irak. Wij hebben dat toen geregeld met resoluties die kamerbreed werden gesteund.

Deze keer hebben wij wel degelijk een regering en is de beslissing genomen door het kernkabinet. Gisteravond is daarover tot laat vergaderd, heb ik vernomen. De regering heeft de beslissing genomen om enkel een defensieve beschermingsopdracht uit te voeren. Er is gisteravond nog over vergaderd. Het Parlement nog sneller inlichten, lijkt mij nauwelijks mogelijk. U hebt het punt trouwens meteen op onze agenda geplaatst, mijnheer de minister. Ik vind dat de regering hierin heel correct heeft gehandeld.

Frankrijk beroept zich nu op de wet inzake zelfverdediging en vraagt ook aan ons land solidariteit. Dat is een heel terechte vraag, zekere wetende dat een aantal daders uit Molenbeek komt. Het is volgens mij dus zeker legitiem om onze bondgenoot te helpen met een defensieve beschermingsopdracht. Het is heel belangrijk dat wij solidair zijn en in de strijd tegen IS wil ik best guilty by suspicion zijn.

Vervolgens onthoud ik dat meer details over de rules of engagement in de commissie achter gesloten deuren zullen worden toegelicht. Ik hoop dat die commissie zo snel mogelijk wordt samengeroepen. Ik zal daarover mijn collega aanspreken.

Mijnheer De Vriendt, u zegt dat wij lessen moeten trekken uit het verleden. Daarmee ga ik helemaal akkoord. Het mag niet alleen gaan om een militair ingrijpen. Onze fractie heeft dat ook telkens gezegd. Er is ook een wederopbouw nodig. Er is een stabiel land nodig, maar daarvoor kunnen wij niet alleen defensie verantwoordelijk stellen. Defensie doet een militaire ingreep en zorgt ervoor dat het land stabieler wordt, maar daarna ook nog de hele heropbouw en stabiliteit van het land in de schoenen van defensie schuiven, lijkt mij zeer verregaand.

Voorts wil ik het nog over iets helemaal anders hebben. Ik wil namelijk een oproep doen aan de coalitiepartners. Aan de grenzen van Europa, in Oekraïne, is het oorlog. In het binnenland worden wij geconfronteerd met IS-terreur. Er is ook IS-terreur in het buitenland. Wij hebben een aanval achter de rug in het Joods museum. In Verviers werd een aanslag verijdeld. Het dreigingsniveau staat nu op 3, in heel het land. Dat wil zeggen dat luchthavens, sportwedstrijden, kerstmarkten, rechtbanken enzovoort worden beschermd. De wereld staat in brand en wij hebben nog altijd geen strategisch plan met, daaraan gekoppeld, een budget. De vijf scenario’s liggen al zeven maanden op tafel. De minister heeft zijn werk gedaan. Ondertussen is het budget voor de operaties bijna uitgeput. Ook de inlichtingendiensten snakken naar zuurstof. Ik doe dus een oproep om die knoop dringend door te hakken.

Voor het overige heb ik geen vragen meer, want die werden allemaal beantwoord tijdens de uitleg van de minister.

Minister Steven Vandeput (in het Frans): U begrijpt dat ik de details van de operatie niet kan meedelen. Wij zullen zo spoedig mogelijk een vergadering met gesloten deuren organiseren.

Ik heb vijf grote blokken gedetecteerd in de vragen.

(In het Frans:) Wat de betrokkenheid van het Parlement betreft, zegt de Grondwet duidelijk dat het de Koning toekomt om over de aard van de operaties te beslissen.

De Koning beslist, aldus onze Grondwet, ik moet dus luisteren naar de Koning.

Om heel duidelijk te zijn, de procedure van beslissing is de volgende. De Ministerraad beslist finaal over het al dan niet deelnemen aan een operatie en op dat ogenblik wordt het Parlement op de hoogte gesteld. Ik wil u nu even de voorgeschiedenis geven; ik heb die lichtjes aangeraakt in mijn inleiding, maar ik wil toch zeggen hoe de operatie tot stand is gekomen.

Eind juli is er de vraag gekomen van de Fransen om samen iets te doen. Voor de marine was dat een interessante opportuniteit, omdat het een missie was die geschreven is op maat van een fregat en het is zeker 20 jaar geleden dat dat soort missie of training gebeurde.

De initiële missie was de escorte van de Charles de Gaulle, die op vraag van de Amerikanen een aanwezigheid in de Golf zou garanderen. U weet dat of u weet dat niet, wij hebben een continue Westerse aanwezigheid van een vliegdekschip in de Golf. De Amerikanen hebben aan de Fransen gevraagd om hen daar voor een tijdje af te lossen.

Onze initiële opdracht was, meer als training dan iets anders, om de Charles de Gaulle en alle daarbijhorende schepen, onderzeeërs, destroyers, bevoorradingsschepen – het is een grote vloot – naar de Golf te begeleiden. Op dat traject zitten twee à drie knelpunten, waar er een risico is. Dat was in essentie de missie, meer training dan operatie.

Daartoe heeft de Ministerraad beslist op 30 oktober 2015. Dat is toen niet gecommuniceerd, omdat dat de manier is waarop de Fransen werken. Het uitzenden van de Charles de Gaulle is een specifieke bevoegdheid van de Franse president en er was ons gevraagd daarover niet te communiceren, voordat de Franse president zelf had aangekondigd dat de Charles de Gaulle zou ingezet worden. Dat heeft hij gedaan op 5 november. Tot daar was er eigenlijk geen probleem: de missie bleef staan tot afgelopen weekend.

De afspraak toen in de Ministerraad was de volgende.

Gistermorgen hebben wij van de Fransen vernomen dat de itinéraire voor een stuk werd gewijzigd. De gepalnde verplaatsing naar de Golf werd gewijzigd. De mogelijkheid bestaat dat de Charles de Gaulle effectief operationeel zal worden ingezet in Syrië. Die mogelijkheid bestaat. Dat werd ons meegedeeld, waarop ik, zoals afgesproken in de Ministerraad, contact heb opgenomen met de eerste minister om hem uit te leggen wat zich voordoet. Het kernkabinet heeft gisteravond samen gezeten en beslist door te gaan met de operatie. Wij zien ze als een invulling van de vraag van Frankrijk, waarvan iedereen hier zei dat de zelfverdediging die Frankrijk toepast, een gerede vraag is. Wij gaan mee in de defensieve opdracht van de Charles de Gaulle.

U zult begrijpen dat ik vorige week, toen de beslissing genomen was, aan de voorzitter van de commissie heb gevraagd om een bespreking hiervan te agenderen, maar op dat moment was het slechts iets meer dan een zuivere trainingsmissie en was de urgentie ervan dus minder hoog dan nu het geval is met een mogelijke operationele inzet van de Charles de Gaulle. Tot daar de besluitvoering.

(In het Frans:) Onze twee verbindingsofficieren, in Parijs en op de Charles de Gaulle, zullen ons voortdurend op de hoogte houden van het verloop van de acties. Vandaag is onze opdracht beperkt tot het beschermen van het vliegdekschip. Mocht de vloot worden aangevallen, dan zullen wij toepassen wat er daarover in de rules of engagement staat.

(In het Frans:) Ik hoop dat er zo snel mogelijk een beslissing wordt genomen. De ministerraad is bijeengekomen om 9.45 uur en door toedoen van de media was ik hier in de commissie aanwezig om 10.05 uur in plaats van 10 uur.

Als wij een militair engagement aangaan, dan moeten wij goed weten dat er ook daarna iets moeten komen. Geachte collega’s, u bevestigt daarmee wat ik hier al altijd heb gezegd. U zult er mij nooit op betrappen, ook niet in de media, daarvan af te wijken. Dat heb ik altijd gezegd, met betrekking tot het huidige conflict, maar ook met betrekking tot andere conflicten. In de analyse van het strategisch plan - dat goedgekeurd werd -, omschrijven wij heel duidelijk en zijn wij zo eerlijk om te zeggen dat er in Libië fouten zijn gemaakt. Daar werd niet nagedacht over de volgende stappen.

In die zin ben ik inderdaad oprecht bezorgd over de 3D-LObenadering (Diplomacy, Defense, Development, Law and Order): diplomatie is belangrijk, net als development, maar ook Defensie heeft haar rol. Als wij naar het totale conflict kijken, dan zijn de eerste stappen die in Wenen genomen zijn hoopgevend. Daar waren toch een aantal partners aanwezig die daarvoor niet aanwezig waren maar rechtstreeks of onrechtstreeks deel uitmaken van het conflict. Ik denk bijvoorbeeld aan Iran. Het is belangrijk dat wij die initiatieven alle kansen geven.

Daarnaast moeten wij, zoals vele anderen, blijven streven naar een mandaat om een gedekte operatie in Syrië toe te staan. Dat lijkt mij evident. In dat opzicht is het hoopgevend dat de Fransen, de Russen en de Amerikanen al bereid zijn om samen ergens aan te werken. De Britten zullen geen groot probleem vormen, maar de vraag is wat China zal doen. Als die vijf kunnen overeenkomen – ik vermoed dat er daarvoor mogelijkheden zijn – dan zou er uiteindelijk effectief een, al dan niet beperkt, mandaat kunnen komen.

Ik moet niet voor de Franse president spreken, maar ook president Hollande heeft heel duidelijk aangekondigd dat hij de VNVeiligheidsraad erbij zou betrekken, deze week nog. Wat vandaag gebeurt, gebeurt onder het recht op zelfverdediging, zoals de Fransen het inroepen. Internationaal wordt dat niet bestreden. Als men twee juristen bij elkaar zou zetten – dat zal vanmiddag en vanavond in de media wel gebeuren – dan krijgt men waarschijnlijk drie meningen, maar geen oplossing. Ikzelf ben ervan overtuigd dat wij 100 % moeten gaan voor een breed mandaat en een 3D-benadering. Wij moeten dus ook nadenken over wat er daarna moet gebeuren. Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd – daarover wil ik ook duidelijk zijn en ik heb het deze week al een paar keer in de media gezegd – dat Daesh op zich militair op de knieën moet worden gedwongen. Daarvoor is er gewoon geen andere keuze.

Dat is een groep terroristen, die we niet mogen erkennen als staat en waarmee we niet aan tafel mogen gaan zitten om mee te onderhandelen. Dat is alleszins mijn visie hierop, die ik blijf aanhangen. In die zin zeg ik niet alleen dat artikel 42.7 (Verdrag van Lissabon) ons een plicht geeft om Frankrijk te ondersteunen, maar ik denk ook dat het onze morele plicht is, ter verdediging van onze eigen Westerse waarden, dat we hierin bijdragen, waar we kunnen.

Dan wil ik even iets zeggen over de risico’s voor onszelf door het sturen van het fregat. De vraag is of de inzet die we nu tonen, samen met de Franse vloot, leidt tot een verhoging van het risico dat we lopen. Het lijkt me duidelijk dat met het verhogen van het algemene risiconiveau van twee naar drie, dat ook Defensie de maatregelen heeft genomen die Defensie moet nemen. Ik ga daar niet heel uitgebreid over communiceren, want als men alle maatregelen op straat gooit, toont men ook waar de zwakke punten zitten. Laat me duidelijk zijn: we nemen de maatregelen die we moeten nemen.

Worden we nu ineens een veel groter doelwit dan we daarvoor al waren?

(In het Frans:) Het is algemeen bekend dat, zodra er een internationale coalitie tegen Daesh op de been wordt gebracht, ons land daarvan deel zal uitmaken. Iedereen weet dat onze F-16's ingezet worden in Irak. Daesh weet dus dat we bij het conflict betrokken zijn.

Dit gezegd zijnde, zijn wij een doelwit? Ik denk dat wij een doelwit zijn, zoals alle westerse landen vandaag een doelwit zijn.

Als we kijken naar hetgeen vorige week in Frankrijk is gebeurd, blijkt dat Daesh mikt op gemakkelijke doelen, doelen die niet ‘verwacht’ zijn. Eigenlijk kan het op elk moment overal gebeuren. Wij kunnen alleen maar hopen dat onze veiligheidsmaatregelen en het harde werk van de veiligheidsdiensten om alle betrokkenen en eventuele handlangers te vatten, zullen volstaan om erger te voorkomen. Als ik vandaag lees dat er arrestaties zijn in Duitsland, dat in Frankrijk continu acties gebeuren en dat ook hier gisterenavond nog acties hebben plaatsgevonden, denk ik dat we nog niet aan het einde van de problemen zijn. Ik heb er wel hoop op dat de grote inspanningen die vandaag worden geleverd, ook effectief zullen ressorteren in een aantal oplossingen die er moeten komen.

Is het risico door het inzetten van het fregat veel hoger geworden? Als u een echte risicoanalyse wil, zullen we dat aan het OCAD vragen, maar mijn persoonlijke inschatting is dat we hierdoor vandaag wel in het Belgische nieuws een beetje hoger komen, maar ook andere landen doen mee.

Dan kom ik tot de vraag die gisteren werd gesteld in de EU-Raad door collega Jean-Yves le Drian. Hoe werkt artikel 42. 7 van het Verdrag van Lissabon? Frankrijk beroept zich op artikel 42. 7 van het Verdrag. Het treedt daarmee in werking. Het grote verschil, bijvoorbeeld, met artikel 5 van het NAVO-verdrag, waarbij een aanval op een van ons wordt beschouwd als een aanval op ons allemaal, is dat op dat moment het NAVO-commando de zaken overneemt. Wij hebben dan allemaal de plicht om bij te dragen wanneer het centraal commando ons dat vraagt.

Bij artikel 42. 7 van het Verdrag van Lissabon, een EU-verdrag, blijft Europa zelf voornamelijk aan zet. Dat is een van de dingen die erbij horen. Daarnaast kan Frankrijk op basis daarvan bilateraal zaken vragen aan partners. Ik heb zojuist buiten al gezegd dat wij de huidige operatie beschouwen als een directe invulling van de vraag die gisteren is gelanceerd, maar ik verwacht mij ook aan andere vragen.

Wat kunnen die andere vragen zijn? Wij kunnen daarover filosoferen, maar ik verwacht dat zij de acties die zij rechtstreeks tegen Daesh ondernemen, willen blijven doen, en dat zij vooral versterking zullen vragen op andere vlakken.

U weet dat Frankrijk zich de situatie in de regio van de Sahel en de regio van Centraal-Afrika, voor een stuk vanwege historische redenen, erg aantrekt. Ik kan u vertellen dat wij bij de voorbereiding van het plan inzake de operaties voor 2016 onder andere met de Fransen hebben besproken hoe wij elkaar kunnen versterken in de specifieke regio’s waarop wij het accent willen leggen. Het gaat bijvoorbeeld over de regio van de Sahel.

Daarnet is mij de vraag gesteld: zal Mali voorkomen in het plan dat u aan de regering zult voorstellen? Wel, dat kan ik bevestigen. België is nu al actief in Mali en ik wil dit voortzetten, want ik meen dat het om een belangrijke bijdrage gaat voor het creëren van meer stabiele staten in die regio.

Er is gevraagd naar verdere bijzonderheden over de acties. Ik heb al gezegd dat wij op de hoogte zullen zijn van de initiatieven die zij zullen nemen. Onze liaisonofficieren weten heel goed wat de beperkingen zijn van het mandaat dat wij gekregen hebben, en zij zullen ons verwittigen als wij buiten dat mandaat treden.

Wat is mijn inschatting vandaag? Ik heb het daarnet al in de media gezegd. Men moet zich zo’n porte-avions voorstellen als een vliegveld met daarop een tankgebouw, een restaurantgebouw enzovoort. De vloot is samengesteld. Het is goed mogelijk dat men ons op een bepaald moment vraagt niet de Charles de Gaulle zelf te beveiligen maar wel de bevoorradingsschepen. Begrijpt u? Zo’n groupe aéronaval is in zijn geheel een indrukwekkend gegeven. Dat is niet niets. Zo’n ontplooiing kan tellen.

Ik kan u wel meer data geven. Ik kijk even naar mijn raadgevers. Achter gesloten deuren kan ik u hierover wel iets meer vertellen, maar ik meen dat ik de kern van de zaak hier verteld heb. Er is eigenlijk weinig te verbergen. Het feit is alleen: als men internationaal, zeker bilateraal, met de Fransen samenwerkt, moet men rekening houden met hun manier van communiceren.

(In het Frans:) De Fransen hebben hun eigen manier van communiceren op militair vlak, die verschilt van de onze. Zodra het Franse Parlement een mandaat heeft gegeven, wordt het niet veel meer bij de zaak betrokken. De technische militaire communicatie van de Fransen is echt beperkt.

(In het Frans:) Mijnheer Hellings, ik vind niet dat IS sterker staat in de regio. De resultaten bewijzen dat: waar er zes maanden geleden duizenden foreign fighters toestroomden, zijn dat er vandaag nog slechts honderden of zelfs maar tientallen per dag.

(In het Frans:) Het is precies omdat ze ginder minder sterk staan dat ze hebben opgeroepen tot acties hier. Voor mij is dat het bewijs dat we hen zowel hier als ginder moeten bestrijden.

(In het Frans:) Mijnheer Dallemagne, het Belgische standpunt is niet dubbelzinnig: we zijn duidelijk solidair met Frankrijk. Onze actie kadert in de resolutie van 2014: we zullen niet actief zijn op het Syrische grondgebied maar we ondersteunen Frankrijk wel in het kader van de internationale coalitie.

(In het Frans:) De andere bijstandsverzoeken vanwege Frankrijk zullen wellicht vooral betrekking hebben op Afrika.