Mondelinge vraag inzake de eventuele verlenging van de deelname aan de missie in Irak

2 juli 2015

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de eventuele verlenging van de deelname aan de missie in Irak" (nr. P0667)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, de Nederlandse regering heeft al de beslissing genomen om de luchtmissie tegen IS in Irak te verlengen tot juli 2016. Zij zullen aanwezig blijven met vier F-16’s en een tweehonderdtal militairen. De Nederlanders vragen nu aan ons land om samen te werken. Heel concreet vragen zij om die luchtmissie in juli 2016 over te nemen. Wij hebben ondertussen onze missie met F-16’s daar beëindigd. Wij hebben daar ook nog onderrichters ter plaatse om Irakese soldaten op te leiden. U hebt eerder aangegeven dat u de missie van de onderrichters ook zou willen verlengen tot het einde van het jaar.

Mijnheer de minister, kunt u ons een evaluatie geven van de F-16-missie in Irak? Kunt u vertellen wanneer de beslissing zal vallen over mogelijke samenwerking met de Nederlanders? Hebt u al rond de tafel gezeten met de Nederlandse regering over die eventuele samenwerking?

Ik kreeg ook graag een evaluatie van de missie van de onderrichters. Is daarover al een beslissing genomen? Wanneer zal anders de beslissing vallen om de missie van de onderrichters voort te zetten? Nu staat ze gepland tot einde augustus.

Minister Steven Vandeput (in het Frans): De F-16’s zijn deze middag in Florennes geland. Dat betekent niet dat we ons uit de strijd tegen IS terugtrekken. We moeten die strijd voortzetten, maar ons ook aan de eerder gesloten akkoorden houden.

Mijnheer De Vriendt, ik kom tot de vraag inzake de evaluatie van de operatie. Ik weet dat u altijd een veel bredere evaluatie vraagt dan een zuiver militaire. Ik ben minister van Defensie. Ik maak militaire evaluaties, en die zal ik dan ook presenteren in de daartoe bestemde commissie, achter gesloten deuren. Ik kan u vandaag wel zeggen dat wij vaststellen dat sinds de Operation Inherent Resolve gestart is, 30 % van het land herwonnen is op Daesh. Dit wisselt elke dag, want Daesh slaat ook terug. Dat is een feit, en dat moeten wij onder ogen zien.

Wat de toekomst betreft, hebben wij inderdaad met de Nederlanders een principieel akkoord voorbereid. Wij hebben onder voorbehoud van politieke goedkeuring de afspraak gemaakt over de voortzetting van de operatieDesert Falcon, dus de inzet van F-16’s. In essentie zullen wij op dit ogenblik grondpersoneel ter plaatse houden om Nederlandse piloten te ondersteunen. Volgend jaar zouden wij het dan van Nederland overnemen.

Gelijktijdig zijn wij, zoals ik meermaals heb aangekondigd, bezig met opleidingen in Bagdad. Er is geen controle van de afkomst van de mensen, maar ik heb ter plaatse kunnen vaststellen dat er mensen van verschillende achtergronden aanwezig zijn. Het gaat specifiek om de opleidingen van elitetroepen van het Irakese leger die later kunnen worden ingezet in de strijd tegen terreur.

Wat de timing en de politieke besluitvorming betreft, moet men in Nederland het akkoord krijgen van het parlement. Die debatten worden op dit moment gevoerd. Bij ons is het dossier voor de Ministerraad in voorbereiding en zal een beslissing moeten worden genomen over een eerste stap. Over de eventuele operaties van volgend jaar beslissen wij pas op het einde van dit jaar, naar aanleiding van de begroting. Nu moet een beslissing genomen worden over de eerste stap: het ter plaatse houden van een aantal mensen op korte termijn.

Volgens onze partners is de inzet van onze F-16’s zeer nuttig geweest, maar net als bij de NAVO wisselen de landen elkaar af om langetermijnoperaties mogelijk te maken.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

IS, of Daesh, is volgens mij de allergrootste bedreiging voor onze democratie, voor onze beschaving en voor onze mensenrechten. Hun handelingen zijn onmenselijk en onacceptabel. Ik denk dat iedereen het daarmee eens is. Dat wil ook zeggen dat wij daarop moeten blijven inzetten. Wij mogen niet afzijdig blijven. Wij moeten die strijd blijven aangaan. Niets doen, is absoluut geen optie.

Eigenlijk stoppen wij daar nu omdat de centen op zijn. Daarom hoop ik van harte dat de samenwerking met Nederland wel kan doorgaan zodat wij de kosten kunnen delen en een beurtrol kunnen afspreken. Hoe dan ook, ook als wij de kosten delen, zullen de budgetten op tafel moeten liggen, want een buitenlandse missie kost geld. Dat weten wij allemaal. Dat geld moet nog gevonden worden. Ik roep de regering dan ook op om haar verantwoordelijkheid daarin te nemen, niet alleen om het wrede geweld tegen burgers daar te stoppen, maar ook om het risico te verminderen dat wij hier lopen om onze waarden, onze ideologieën, onze democratie en onze vrijheid kwijt te spelen.