Mondelinge vraag inzake de Global Strategy for the European Union's Foreign and Security Policy van mevrouw Mogherini

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de Global Strategy for the European Union's Foreign and Security Policy van mevrouw Mogherini" (nr. 13685)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, aangezien de vraag voldoende is ingeleid, kom ik onmiddellijk tot mijn vragen.

Welke zijn volgens u de vernieuwende elementen in de strategie die tot een doorbraak kunnen leiden op het vlak van een Europese defensie?

Welke concrete stappen ziet u op het vlak van de uitbouw van een Europese defensie en wanneer zullen die volgens u kunnen worden gezet? 

Zijn er nieuwe belangrijke defensieprojecten in het vooruitzicht gesteld waarin België een belangrijke rol kan spelen? Welke initiatieven overweegt onze regering op dat vlak? 

Wat zal volgens u de mogelijke impact zijn van de brexit op de strategie? 

 

Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, collega’s, het Italiaanse voorstel over een soort Schengendefensie is niet nieuw. In de praktijk heeft België in samenwerking met onder andere Nederland, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland al tot het idee van nauwere samenwerking met een kleine groep EU-lidstaten bijgedragen.

De regeringsverklaring en de beleidsnota voor Defensie van 2014 evenals mijn strategische visie, die in juni 2016 is gepubliceerd, getuigen trouwens van een duidelijke visie voor verdere Europese integratie en versterking van het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid in uitvoering van het Verdrag van Lissabon. Wij moedigen dan ook het pragmatische — een heel belangrijk woord — nastreven aan van een meer Europees gericht defensiebeleid.

Het is daarbij voor ons belangrijk onder EU-landen meer en beter samen te werken met het streven naar een reële output en een samenwerking met de NAVO, evenwel zonder nodeloze duplicatie tussen beide organisaties. Dat is immers een risico dat altijd op de loer ligt.

Het idee om een nieuw operationeel hoofdkwartier op te richten werd al in 2003 geopperd. Dat heeft echter enkel zin als men er zeker van is dat zulks tot meer samenwerking tussen de EUlidstaten zal leiden en de efficiency ten goede zal komen. Het is voorbarig daarover uitspraken te doen, want er is daarover een consensus nodig. De vergadering van 27 september wordt de eerste fase van die denkoefening. 

De globale strategie biedt kansen om vooruitgang te boeken op het stuk van veiligheidsbeleid en Defensie. Tijdens de informele bijeenkomst zal de hoge vertegenwoordiger haar ideeën voorleggen aan de ministers, die van gedachten zullen kunnen wisselen over de toekomst van die strategie. 

Het is te vroeg om uitspraken te doen over de impact van de brexit. Het is wel zo dat wij op Europees niveau vaststellen dat een zeker voluntarisme aanwezig is, om koste wat kost te tonen dat de Europese Unie verder kan. Defensie is inderdaad een van de vlakken waarop wij stappen vooruit kunnen zetten, indien dat wenselijk zou zijn.

De problemen met betrekking tot het niet inzetten van gevechtsgroepen houden verband met de financiering door de lidstaten en de politieke wil.

De inzet vraagt een beslissing van de 28 lidstaten, wat niet gemakkelijk is. Costs lie where they fall betekent dat de kosten voor rekening vallen van degene die de taak uitvoert. Er is geen solidariteit

De permanente gestructureerde samenwerking is langetermijngericht en ligt op een ander niveau dan transport of medische dienstverlening.

Er bestaat een geavanceerde samenwerking in de vorm van het European Air Transport Command (EATC), dat de noden van het tactische luchttransport van de Europese partners beheert. Het is een vrijwillige groepering en geen orgaan van de EU.

Ons land onderhandelt over de toetreding tot het MRTTprogramma. We overwogen eerst enkele uren per jaar in het globale systeem. De strategische visie beoogt nu een volledig vliegtuig dat tot het EACT of tot een nieuwe structuur bijdraagt. Het terugkrabbelen van Polen kan misschien wel voor problemen zorgen.

Groot-Brittannië heeft zich steeds verzet tegen het optrekken van het budget van het Europees Defensieagentschap (EDA). De herziene voorlopige begroting voor 2017 bedraagt 32,5 miljoen euro, of 2 miljoen meer dan de begroting 2016. Op de volgende vergadering van het stuurcomité van het Agentschap, op 15 november in Bratislava, zullen de gevolgen van de brexit aan bod komen. 

Er werd een economische en financiële studie gevraagd over de heraanleg van het kwartier Koningin Elisabeth en de voormalige NAVO-site. De eerste besluiten werden me voorgelegd en we hebben ervoor geopteerd de studie te verruimen aan de hand van specifieke vragen. De beslissingen ter zake zullen worden genomen in overleg met de stad Brussel en de betrokken gemeenten en deelgebieden.

 

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb drie korte bedenkingen.

Op Belgisch niveau proberen wij net naar minder overheid te evolueren. Wij noemen dat wel eens oneerbiedig “het waterhoofd”. Wij proberen dat waterhoofd ook echt aan te pakken en zetten ter zake stappen vooruit. Het is bijzonder ongewenst op een hoger niveau een nieuw waterhoofd in het leven te roepen. Op Europees niveau houden al meer dan tien organisaties zich met defensie bezig.

Ik hoor hier een vraag naar een nieuw Europees hoofdkwartier, ongetwijfeld met alweer bijhorende postjes. Wij moeten daarmee heel voorzichtig zijn en naar minder structuren, minder administratie en minder overheid evolueren. Wij moeten wel streven naar meer actie en meer output, met als doel de veiligheid te verhogen.

Mijnheer de minister, mijn tweede bedenking is de volgende. U hebt aangehaald dat wij op verschillende vlakken al samenwerkingsprojecten hebben. U daarvan voorbeelden gegeven. Het kan echter nog veel efficiënter. Wij moeten vooral daarop inspelen en niet ook nog eens over allerlei nieuwigheden beslissen. Wat wij gezamenlijk hebben, moeten wij vooral nog beter inzetten.

Tenslotte, ik ben het met u eens dat wij moeten oppassen dat wij geen tweede NAVO op poten zetten. Overal, ook bij ons, zijn de financiële middelen beperkt. Laten wij dus zeker niet dubbelop doen en zeker geen bijkomende lasten opleggen.