Mondelinge vraag inzake de Hi Fly huurovereenkomst met Defensie

7 maart 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de Hi Fly huurovereenkomst" (nr. 10065)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, de vraag werd intussen voldoende toegelicht. Ik kom tot mijn vragen.  

Zijn de in de krant De Morgen gepubliceerde cijfers correct? Hoe evalueert u het contract met de vliegtuigmaatschappij Hi Fly?  

Op basis van welke argumenten heeft men besloten het contract vast te leggen op 1 500 vlieguren?

Ten slotte, is er een mogelijkheid om dit contract te herzien? Tot welke datum loopt de huidige overeenkomst tussen Defensie en vliegtuigmaatschappij Hi Fly? 

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, collega’s, het contract van de airbus A330 werd in augustus 2009 gesloten met de firma Avico. Het dienstencontract behelst het ter beschikking stellen aan Defensie van een capaciteit van 2 000 vluchturen met een contractueel te betalen minimum van 1 500 uren. Deze cijfers werden bepaald op basis van het vluchtplan van de twee airbussen A310 die gemiddeld 1 776 uren hebben gevlogen van 2004 tot en met 2008.  

Het contract voorziet ook in de verzekering, de vorming van de bemanning en het ter beschikking stellen van een tweede vliegtuig wanneer dit voor bepaalde zendingen noodzakelijk zou zijn. De A330, ter beschikking gesteld door Avico, is eigendom van de Portugese firma Hi Fly. Avico moet een vervangingstoestel leveren wanneer de A330 drie opeenvolgende dagen niet beschikbaar is ten gevolge van een niet gepland onderhoud. De kostprijs van het contract bedroeg voor de jaren 2010 en 2011 telkens ongeveer 11,6 miljoen euro.  

Ter vergelijking, de twee A310’s kostten in 2008 12,8 miljoen euro zonder de verzekeringskosten, aangezien de Staat, Defensie, toen zijn eigen verzekeraar was.  

In 2010 vloog het toestel 1 165 uren en in 2011 1 114 uren. Er dient natuurlijk opgemerkt te worden dat het vliegtuig in de periode november-december 2011, in het kader van de verkiezingen in de Democratische Republiek Congo, in stand-by werd gehouden in Melsbroek met als rechtstreeks gevolg meer dan honderd minder gevlogen uren dan initieel gepland.  

Andere factoren die een minder gebruik van de A330 verklaren zijn de volgende.

Er is het EATC, het European Air Transport Command, waarbij luchtmiddelen van verschillende landen, Nederland, Duitsland, Frankrijk en België, werden samengebracht om een hogere effectiviteit en rendement te bekomen. Ik verwijs nogmaals naar pooling and sharing dat toelaat de aanwending van de A330 te rationaliseren.

Ook de periode van lopende zaken in 2010 en tot einde 2011 heeft een belangrijke impact gehad op het aantal minder gevlogen uren. Met uitzondering van het officiële bezoek van Koning Albert aan Congo en een aantal andere officiële delegaties, zijn er weinig verplaatsingen gebeurd. Het niet-vliegen van de resterende uren kan vanzelfsprekend niet als een verlies worden gezien, want de brandstof, die ten laste valt van Defensie, wordt niet verbruikt.

Ten slotte, ik kan ook nog melden dat er binnen het hiervoor vermelde bedrag van 11,6 miljoen euro, een vaste kost is van 7,9 miljoen euro en een vormings- en verzekeringskost van 0,6 miljoen euro. Dat is in totaal 8,5 miljoen euro, en dat wordt niet beïnvloed door het aantal gevlogen uren. Het resterende gedeelte varieert met het aantal vlieguren. Het is evenwel nooit zo dat een niet-gevlogen uur duurder is dan een gevlogen uur. Het breakevenpunt vinden voor dergelijke contracten is de uitdaging. Het kan niet zo zijn dat wij een contract voor 1 200 uren sluiten, er een vliegcapaciteit van 1 300 uren nodig zou zijn en dat dit meer zou kosten dan wat wij nu voor 1 500 uren betalen.

Het is evident dat in een onzekere wereld ook de vliegprestaties van Defensie in het kader van niet-geplande evacuaties bij conflicten en rampen niet op voorhand correct in te schatten zijn. In dergelijke gevallen moet vermeden worden dat de luchtcomponent zich blauw betaalt wanneer zeer veel uren extra en onverwacht moeten worden gevlogen. Ik verwijs naar de inzet van het toestel bij de aardbeving in Haïti.

Avico is tot op heden al haar contractuele verplichtingen nagekomen, met inbegrip van het leveren van een vervangingstoestel binnen de contractueel bepaalde termijnen. Het huidig contract werd in 2009 gesloten voor vier jaar.

Aangezien het quotum van 1 500 vlieguren niet werd gevlogen tijdens de eerste twee jaren, heeft de contractant zich bereid getoond om dat aantal te bespreken. De gesprekken daaromtrent zijn sinds begin januari 2012 opgestart, dus lang voordat er daarover in de pers werd geschreven. Wij zullen evenwel moeten opletten om het aantal uren niet te laag in te schatten, zoals ik net stelde.

Qua bezettingsgraad werden er tussen december 2009 en 2011 met de A330 549 vluchten uitgevoerd, waarvan 45 % enkel door de A330 kon worden uitgevoerd omwille van het aantal passagiers, de af te leggen afstand en/of de te vervoeren cargo. De andere vliegtuigen van Defensie beperken zich immers tot 45 passagiers en/of 15 ton cargo, dat hangt ervan af. De beschikbaarheid van de andere vliegtuigen staat daar dus los van.

Defensie streeft steeds naar de meest economische oplossing. Gelet op de operationaliteit van de rest van de witte vloot en de daaraan verbonden functioneringskosten, wordt geopteerd om de andere toestellen volledig in eigen beheer te houden.

Ten slotte kan ik vermelden dat de A330 gisterenmiddag voor een zending is opgestegen richting Kinshasa en Congo-Brazzaville. Dat heeft toegelaten om op een gecombineerde vlucht enerzijds op vraag van de Dienst Vreemdelingenzaken een aantal illegalen terug te brengen naar Kinshasa en anderzijds het B-Fastteam en 13 kubieke meter medisch materiaal ter plaatse te brengen in Brazzaville. Tevens werd op die vlucht 90 kubieke meter goederen van diverse ngo’s meegevlogen. Indien dat had moeten gebeuren met de A310’s, waren twee vluchten noodzakelijk geweest.

Het project A330 is een toonbeeld van efficiëntie, van inzetbaarheid en optimale aanwending van overheidsmiddelen.

Ik kan u met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid meedelen dat ik zelf deze formule, indien deze moet verlengd worden in de toekomst, verder zal toepassen. Ik kan u ook meedelen dat vele buitenlandse collega’s informatie hebben gevraagd over de werkwijze van ons contract.