Mondelinge vraag inzake de impact van de begrotingscontrole op Defensie

14 maart 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de impact van de begrotingscontrole op Defensie" (nr. 10281)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op zondag 11 maart heeft premier Di Rupo de begrotingscontrole van 2012 voorgesteld. Hij noemt België zelfs een van de beste leerlingen van de klas. Defensie staat opnieuw op het lijstje van departementen die moeten inleveren. Zo zou Defensie moeten zoeken naar 11 miljoen aan nieuwe inkomsten uit de verkoop van gronden en materieel. Door het uitstellen van de levering van de NH90-helikopters zou een extra 39 miljoen worden bespaard. 

Mijnheer de minister, ten eerste, hoeveel inkomsten denkt u te verwerven door de verkoop van gronden? Over welke domeinen gaat het hier specifiek? Hoeveel inkomsten denkt u te verwerven door de verkoop van materieel? Over welk materieel gaat het hier? In welke kwantiteit zal dat in 2012 te koop worden aangeboden? 

Ten tweede, zal Defensie een boete moeten betalen aan de producent voor het uitstellen van de levering van de NH90? Zo ja, hoeveel zal deze bedragen? Wanneer zal de eerste NH90 worden geleverd volgens het aangepaste leveringsschema?  

Ten derde, zijn er naast de uitgestelde levering van de NH90 nog andere posten waarop Defensie zal moeten besparen? Zo ja, welke zijn dat? Over welk bedrag gaat het telkens? 

Ten vierde, hoeveel zal het Defensiebudget voor investeringen in respectievelijk materieel en infrastructuur bedragen in 2012 na de aanpassingen van de begroting? 

Ten vijfde, hebt u zelf ook besparingsvoorstellen gedaan? Zo ja, welke? Graag een gedetailleerd overzicht van de posten en de bijbehorende bedragen met vermelding van de timing. Zo neen, waarom niet? 

Tot slot, zijn er andere ministers of staatssecretarissen die besparingsvoorstellen hebben gedaan die betrekking hebben op Defensie? Zo ja, wie deed dan die voorstellen? Ook hier graag een gedetailleerd overzicht van de posten en de bijbehorende bedragen met vermelding van de timing. 

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, ik zal eigenlijk ook al een voorafname doen op de vraag van collega Defreyne met betrekking tot een aantal specifieke zaken. 

Zoals gebruikelijk heeft Defensie in het raam van de begrotingscontrole ook de niet-fiscale ontvangsten geactualiseerd. Het geraamde bedrag aan ontvangsten is nu lager dan wat in de initiële rijksmiddelenbegroting werd ingeschreven. Dat is toe te schrijven aan minderontvangsten in het domein van de verkoop van onroerende goederen. De regering heeft daarop beslist dat Defensie de minderontvangsten van 11,7 miljoen euro eenmalig zal moeten compenseren, niet door op zoek te gaan naar nieuwe inkomsten zoals beweerd in de vraagstelling maar door een eenmalige besparing aan de uitgavenzijde. 

Voor 2012 heeft de vervreemding van domeinen nu betrekking op een lijst van 47 onroerende goederen voor een geschatte verkoopswaarde van 15,9 miljoen euro waarvoor een opbrengst wordt ingeschreven van 9,1miljoen euro na toepassing van een wegingscoëfficiënt om de risico’s van niet-realisatie en minderwaarde in te calculeren. Ik noem de belangrijkste posten: delen van het kwartier De Cubber te Bierset, het oud munitiedepot te Wulpen, een deel van het kwartier Oosteroever te Oostende, het gebouw voor radio communication services te Oostende, een deel van de startbaan te Brustem, een deel van de installaties van de radiomaritieme diensten te Wingene en een deel van het Vloethemveld te Zedelgem. 

Wat de verkoop van overtollig materieel aangaat, blijven de ramingen ongewijzigd. De opbrengst uit verkoop van roerende goederen zou dit jaar 31,7 miljoen euro moeten opleveren. Het gaat om een bedrag van 28,5 miljoen euro voor bestaande contracten van verkoop van F-16’s, fregatten en een mijnenjager. Het saldo van 3,2 miljoen euro betreft opbrengsten die voortvloeien uit de verkoop van roerende goederen in de verschillende kwartieren volgens het principe van cash & carry: voertuigen, meubilair, gereedschappen en diverse andere uitrustingen. 

Aangaande de levering van één NH-90 bijkomend in 2013, moet duidelijk zijn dat niet Defensie heeft aangestuurd op een gewijzigd leveringsschema. De maatregelen die genomen zijn in het raam van de begrotingscontrole, vormen niet meer dan de boekhoudkundige vertaling van wat in de feiten wordt vastgesteld, namelijk een vertraging in de uitvoering van het contract in hoofde van de firma. Defensie zal bijgevolg geen enkele boete moeten betalen. Integendeel, Defensie behoudt al haar rechten om aanspraak te maken op contractuele boeteclausules in hoofde van de leverancier voor een laattijdige levering. Wat het betalingsschema aangaat, komt Defensie haar verplichting integraal na. 

Voor alle duidelijkheid herhaal ik nog eens dat de aanrekening en boeking in de internationale rekeningen voor de aankoop van wapensystemen gebeuren op het ogenblik van de levering. Dat gebeurt zo conform de Europese regels ter zake.

Op basis van het actueel leveringsschema zullen er dit jaar drie NH-90 geleverd worden en in 2013 vijf NH-90. In totaal zal Defensie zich dus een liquidatiekrediet van 2,72 miljard euro toegewezen zien, wat een vermindering is met ongeveer 11 miljoen euro in verhouding tot het initieel budget. Mijn administratie zal onderzoeken welke uitgavenposten daardoor geaffecteerd zouden kunnen worden. Hoe dan ook blijft de impact daarvan bijzonder beperkt. 

Ikzelf heb geen enkele piste van nieuwe besparing of coupure voor mijn departement vooropgesteld, ervan uitgaande dat wij reeds op een voldoende en substantiële wijze hadden bijgedragen tot de vorige budgettaire inspanningen. 

Ik kan u zeggen dat de regering bijzonder gevoelig is geweest voor dat argument en dat het departement zich bijkomende engagementskredieten van 280,1 miljoen euro heeft zien toegekend, waarvan 23 miljoen euro in het domein van het personeel, 15 miljoen euro voor de wedersamenstelling van gebruikte stocks naar aanleiding van buitenlandse operaties, in het bijzonder Libië, en 242 miljoen euro aangaande de dekking van het investeringsplan voor materieel. Dat investeringsplan zal heel binnenkort aan de regering worden voorgesteld. 

Voor het overige kan ik u niet meedelen welke voorstellen mijn collega-ministers en -staatssecretarissen zouden hebben gedaan aangaande besparingen op het departement van Defensie, ofschoon ik daarvan nu en dan wel iets las in bepaalde kranten. Die voorstellen zijn echter niet tot een uitvoeringsniveau gekomen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik merk dat er opnieuw bespaard wordt, namelijk 11 miljoen euro. Dat is gelukkig geen zware financiële slag, maar het is toch opnieuw een besparing.

Ik hoop dat die besparingen vanaf nu stoppen en dat Defensie kan rekenen op een stabiel budget om een planning op lange termijn te kunnen maken.