Mondelinge vraag inzake de informatiecampagne omtrent de inkomensgarantie voor ouderen en de geautomatiseerde procedure voor de toekenning ervan

23 maart 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Pensioenen en Grote Steden over "de informatiecampagne omtrent de inkomensgarantie voor ouderen en de geautomatiseerde procedure voor de toekenning ervan" (nr. 3225) 

Karolien Grosemans (N-VA): Geachte heer de Minister, tijdens de Plenaire vergadering op 18 maart 2010 antwoordde u op een vraag vanuit onze fractie dat u een ‘grootscheepse informatiecampagne zou opzetten omtrent de IGO’.

Verder engageerde u zich ertoe om een geautomatiseerde procedure uit te werken om het recht op IGO systematisch te onderzoeken voor eenieder die de leeftijd van 65 jaar naderen.  Na die leeftijd zou er op geregelde tijdstippen opnieuw een onderzoek gebeuren.

We zijn inmiddels een jaar verder. Daarom had ik graag de minister volgende vragen willen stellen:      Hoe ver staat u met deze ‘grootscheepse informatiecampagne’ omtrent de IGO? Welke maatregelen heeft u inmiddels genomen om werk te maken van deze automatisering van de Inkomens Garantie voor Ouderen? Zijn er nog andere ingrepen gepland in de nabije toekomst om de armoede bij gepensioneerden tegen te gaan?

Minister Michel Daerden: Mijn kabinet is overeengekomen met de Rijksdienst voor Pensioenen om over te gaan tot een automatisch onderzoek van het recht op de inkomensgarantie voor ouderen. Sinds oktober 2010 wordt er nagegaan of de gepensioneerden die voor hun 65ste met pensioen zijn gegaan aanspraak kunnen maken op de IGO. Dit onderzoek gebeurt in de maand die aan hun 65ste verjaardag voorafgaat. Daarna wordt er een inhaalbeweging gemaakt. Er worden maandelijks ongeveer 300 IGO-dossiers geopend. Om een en ander te kunnen uitvoeren, worden de gegevensbanken van de FOD Financiën geraadpleegd.

Indien uit die gegevens blijkt dat de IGO niet kan worden toegekend, worden de dossiers gesloten. De behandeling van de overige dossiers wordt voortgezet en deze worden – al dan niet met een positieve beslissing – gesloten na ontvangst van de aangifte van bestaansmiddelen. Volgens het bestuurscontract wordt een IGO-dossier in 90 procent van de gevallen afgesloten binnen de 63 werkdagen die volgen op de aanvraag. De termijn wordt opgeschort voor de periode die de RVP nodig heeft om de exacte informatie op te vragen.

Om het bedrag van de IGO te bepalen, moet er een overzicht van de gezinssamenstelling en de inkomsten opgesteld worden. Wanneer de rechthebbende samenwoont, moeten de inkomsten van degenen met wie hij samenwoont ook worden nagekeken. De behandeling van de dossiers hangt bijgevolg af van de informatie die de RVP ontvangt. Dat wordt nu voor de eerste keer sinds 2001 gedaan naar aanleiding van uw opmerkingen, want ik vond dat u gelijk had. Sinds 2007 werden er meer dan 20 pensioenverhogingen en verhogingen van de IGO doorgevoerd. Zo werd de IGO in 2007 met 10 euro verhoogd, in 2008 met 2 procent, in juni 2009 met 0,9 procent en op 1 januari 2010 met 0,6 procent. Tegen het einde van het jaar zal ze met nog 2 procent opgetrokken worden.

Ik zal de OCMW’s, de sociale diensten, de ziekenfondsen en de vakbondsorganisaties vragen om hun aangeslotenen te herinneren aan hun rechten inzake de IGO. Ik heb daar lang over nagedacht. Ik heb de automatische procedure ingevoerd, maar misschien moet er toch meer ruchtbaarheid aan worden gegeven. Als ik dat evenwel in de pers zou doen, zou u wellicht zeggen dat ik daarmee stemmen wil ronselen! Daarom heb ik de RVP met die taak belast. Ik zal ook een beroep doen op de sociale instellingen om een en ander onder de aandacht van de rechthebbenden te brengen.