Mondelinge vraag inzake de inplanting van windturbines

23 november 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de inplanting van windturbines" (nr. 7134)  

Karolien Grosemans (N-VA): De provincie Limburg wil in 2012 klimaatneutraal zijn en daarom zijn er heel wat windturbines in aanbouw. Dit zou echter een probleem kunnen betekenen voor Defensie, omdat die windturbines immers de radars binnen een straal van 15 km storen. Het Nederlandse ministerie wil om die reden haar radars aanpassen. Zijn er inderdaad problemen met de inplanting van windturbines in de buurt van militaire sites? Welke stappen onderneemt Defensie om dit probleem aan te pakken?

Minister Pieter De Crem: De toelating voor het inplanten van windmolenprojecten wordt door de bevoegde regionale minister van Energie verleend. Voor elk project wordt onder andere het advies van Defensie, Belgocontrol en de FOD Mobiliteit en Vervoer ingewonnen.

Defensie legt weigeringen of minstens beperkingen op wanneer projecten zich dichtbij militaire zones bevinden of wanneer het goed functioneren van technisch-militaire installaties, zoals radars en communicatietorens, wordt verhinderd. Elk windmolenproject wordt conform de geldende wetgeving en criteria voor radars geanalyseerd, waarbij de operationaliteit en de veiligheid van onze piloten centraal staan.

Het radarbeleid van Defensie werd aangepast aan de methodologie van Eurocontrol, waardoor het nu mogelijk is turbines binnen een straal van 15 km te bouwen. Indien een project geen operationele hinder veroorzaakt, voert een erkend extern studiebureau een technische analyse uit, waarbij het bepaalde parameters over de radars opvraagt.

Er is ook uitgebreid overleg gevoerd met de burgerluchtvaartsector, wat al heeft geleid tot het hanteren van dezelfde richtlijnen.