Mondelinge vraag inzake de inzet van een trainingsdetachement in Irak in het kader van de internationale coalitie tegen Daesh

10 maart 2015

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de inzet van een verkenningsteam in Irak in het kader van de internationale coalitie tegen Daesh" (nr. 1869)

Karolien Grosemans (N-VA): Ik stel alleen mijn vraag nr. 2605 ingediend op 27 februari ter vervanging van mijn eerder ingediende vraag.

Mijnheer de minister, de Ministerraad van 27 februari heeft beslist om een trainingsdetachement van ongeveer vijfendertig militairen in te zetten in Bagdad, voor een periode van zes maanden, vanaf 1 maart 2015. Die militairen zullen deelnemen aan de training van de Iraakse veiligheidstroepen, op een beveiligde locatie, in het kader van de internationale coalitie tegen Daesh in Irak. Op 30 januari had de Ministerraad al beslist om een planningsteam naar Irak te sturen om die inzet voor te bereiden.

Mijnheer de minister, ik wil u daarover graag de volgende vragen stellen.

Wat is de aanleiding van die beslissing? Heeft de regering recent een officiële vraag daartoe ontvangen? Welke militairen zullen naar Irak vertrekken? Van welke kazerne zijn zij afkomstig? Kunt u meer uitleg geven over hun precieze opdracht? Zullen zij alleen werken of zullen zij samenwerken met militairen van andere coalitiepartners?

Hoeveel zal de missie naar schatting kosten?

Het planningsteam dat eerder de opdracht kreeg om de inzet van een trainingsdetachement voor te bereiden, moest onderzoeken of alle voorwaarden voldaan waren om groen licht te geven voor de inzet. Om welke voorwaarden ging het precies?

Volgens een artikel in De Morgen rekende Defensie er op dat moment op dat een andere coalitiepartner voor de bescherming van een eventueel trainingsdetachement kon zorgen. Welke afspraken zijn daarover gemaakt? Wie zal er instaan voor de bescherming van onze militairen?

Zijn er nog landen die het sturen van een soortgelijk detachement overwegen?

Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, collega’s, deze voormiddag heb ik in de commissie belast met de opvolging van de buitenlandse missies veel meer vragen beantwoord dan dat ik nu zal kunnen doen. De collega’s die aanwezig waren, zullen dat kunnen vaststellen.

Tijdens de Conferentie van Parijs op 15 september 2014 hebben een dertigtal landen zich ertoe verbonden Irak met alle mogelijke middelen, ook militaire, te beschermen tegen de destabilisatie van de regio door Daesh.

De inspanningen van de coalitie in de strijd tegen Daesh richtten zich in een eerste fase op twee domeinen, namelijk: het stoppen van de vooruitgang van Daesh en het bijstaan van Iraakse veiligheidstroepen in hun strijd tegen Daesh.

U weet dat in het kader van het eerste domein sinds december een Belgisch detachement ontplooid is in Jordanië, bestaande uit zes F-16’s en een honderdtwintigtal militairen. Deze ontplooiing is gepland tot eind juni en past in het budget van de operaties 2015, zoals voorgesteld en goedgekeurd door de Ministerraad. Voor een eventuele verlenging zou naar een budgettaire oplossing gezocht moeten worden. Een andere mogelijkheid, die momenteel ook wordt onderzocht, zou kunnen zijn om met andere landen tourbeurten af te spreken.

In het tweede domein, dat Irak in staat moet stellen om op langere termijn te kunnen beschikken over betrouwbare troepen, die de soevereiniteit van de Iraakse Staat op het volledige grondgebied kunnen garanderen, heeft de coalitie een programma Building Partner Capacity ontwikkeld, waarbij aan de deelnemende landen van de coalitie gevraagd werd om trainers en instructeurs te leveren.

Sinds begin februari 2015 werd in het kader van de verkenningsmissie één militair ontplooid in het hoofdkwartier in Koeweit en twee militairen in het hoofdkwartier in Bagdad. Zij hebben onder meer tot doel een eventuele verdere Belgische deelname aan de operatie van de coalitie tegen Daesh te analyseren en voor te bereiden, vooral met betrekking tot de inhoud van het programma en de veiligheid van het kwartier.

Sinds begin maart 2015 draagt Defensie effectief bij tot de training van Iraakse veiligheidstroepen in het kader van het programma Building Partner Capacity. Het Belgisch detachement is samengesteld uit militairen van de land- en medische component. De hoofdinspanning van het detachement is het bijstaan van de Iraakse militairen en het selecteren, opleiden en trainen van nieuwe rekruten.

Dit trainingsprogramma voldoet aan dezelfde standaarden en normen als de training in België. De Belgische deelname beperkt zich tot het geven van training samen met collega’s van verschillende Europese landen en de Verenigde Staten in beveiligde trainingscentra in de nabijheid van de internationale luchthaven van Bagdad. Er is geen direct contact tussen Belgische trainers en strijders van Daesh.

Ik heb trouwens al eerder gezegd dat de luchthaven van Bagdad in twee kringen wordt beveiligd, eerst door de Iraakse veiligheidstroepen en in tweede lijn door de Amerikanen. Wij werken samen met twee andere Europese landen ter plaatse.

We gaan na of we in overleg met partnerlanden luchttroepen kunnen opleiden buiten het Iraakse grondgebied. De begrotingsmiddelen daarvoor, die op drie miljoen euro worden geraamd, werden ingeschreven in het dossier 'operationele inzet 2015' dat op 18 december 2014 door de ministerraad werd goedgekeurd.

Om veiligheidsredenen werd onder deze openbare vorm principieel geen informatie verstrekt over het type eenheden dat wordt ingezet in de strijd tegen Daesh. Ook vertrouwelijke intenties of plannen van onze coalitiepartners in hun strijd tegen Daesh, kunnen niet openbaar meegedeeld worden. In het kader van de opvolgingscommissie operaties, zoals ik juist heb aangehaald, heb ik vanmorgen al de informatie gegeven waarover ik beschik.

Defensie beperkt zich tot het militaire aspect van het plan om Daesh te stoppen. Het is aan de andere departementen om zich uit te spreken over de niet-militaire bijdragen van ons land.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Wij hebben eind september, begin oktober een resolutie goedgekeurd in verband met de deelname van België aan die internationale coalitie tegen IS. Oorspronkelijk stond in die resolutie ook TAA, zijnde Train, Advise and Assist. Ik weet dat nog heel goed. Dat is daar toen uitgehaald, voornamelijk door de socialisten, die toen heel hard hebben geroepen dat het not done was om boots on the ground te hebben. Wij hebben dit er toen uitgehaald omdat wij een breedgedragen resolutie wilden. Ik heb echter nooit begrepen dat Train, Advise and Assist er moest worden uitgehaald omdat het precies mensen zijn die opleiden en adviseren buiten de inzetzone.

De minister heeft daarnet herhaald dat dit buiten de beveiligde zone gebeurt. Trainers en opleiders vormen uiteraard een meerwaarde. Volgens mij draait alles om use them or loose them. Wij hebben geen militairen om de kazernes te bemannen. Er zijn mensen die heel bekwaam zijn om die opleidingen te geven. Wat mij betreft, zou men deze mensen dan ook moeten inzetten.