Mondelinge vraag inzake de klachtendatabank van het Militair Hospitaal Koningin Astrid

24 april 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de klachtendatabank van het Militair Hospitaal Koningin Astrid" (nr. 17424)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb u de jongste maanden verscheidene schriftelijke vragen gesteld over de klachtendatabank van het militair ziekenhuis van Neder-over-Heembeek. Dankzij uw antwoorden weet ik hoeveel klachten de databank bevat, maar ook dat u over het onderwerp van de klachten geen verdere informatie kunt geven. Blijkbaar maakt de databank geen onderscheid volgens thema en schaadt elke omschrijving van de aard en inhoud van een klacht de anonimiteit van de betrokkene.

Mijnheer de minister, waarom maakt de klachtendatabank van het ziekenhuis geen onderscheid volgens thema? Maakt dat de databank niet bijzonder ongebruiksvriendelijk? Indien niet volgens thema, volgens welke criteria valt de databank dan wel te raadplegen?

Waarom valt het aantal klachten over het taalgebruik van het personeel dan wel te achterhalen? U zegt in één van uw antwoorden dat dit te maken heeft met het feit dat deze klachten verband houden met de taalwetgeving. Bedoelt u dan de federale wetgeving of bedoelt u de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger? Als u dit laatste bedoelt, begrijp ik het eigenlijk nog niet. Misschien kunt u dit nader toelichten? Waarom is het onmogelijk het onderwerp van elke klacht te omschrijven, zonder de anonimiteit van de betrokkene te schaden?

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, u stelt mij een aantal bijkomende vragen, maar ik zal mij houden aan de op voorhand ingediende vragen.

De klachtendatabank van het militair hospitaal van Defensie bevat veertien klachten voor 2012. De twaalf klachten waarvan sprake in uw schriftelijke vraag van 11 januari laatstleden was een onvolledig cijfer, gezien het gegeven werd in antwoord op een vraag van november 2012, wat dus geen volledig jaar betrof. Deze veertien klachten vertegenwoordigen, om een gekende omschrijving te gebruiken: cero punto cero cero cero cero ocho porcentaje, of voor wie het wielrennen niet volgt: 0,00008 % van de klachten, ten opzichte van het aantal patiëntencontacten.

Dit percentage ligt daarmee tientallen keren lager dan het aantal klachten in andere Brusselse ziekenhuizen, maar dat is uiteraard een verwaarloosbaar gegeven. Of nog, het aantal parlementaire vragen over dit onderwerp benadert ongeveer het aantal klachten.

In mijn antwoord op uw parlementaire vraag van 29 juni heb ik vermeld dat er over een periode van vijf jaar twee klachten zijn geweest met betrekking tot het taalgebruik. Ik meen dat op deze manier de anonimiteit van de klager wordt gewaarborgd. Daartegenover kan de informatie die u vraagt, met name de aard, de inhoud en de datum van elke individuele klacht, bezwaarlijk anoniem worden genoemd.

Ik meen dat men daar terecht over verontwaardigd kan zijn, maar ik kan niet meer informatie geven dan de informatie ik nu vrijgeef omdat ik de anonimiteit van de patiënten van het militair hospitaal niet in gevaar kan en ook niet mag brengen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, de anonimiteit van de betrokkene is heel belangrijk. Ik ben het daar volledig mee eens.

Er zijn echter wel klachten in verband met taalgebruik en zij kunnen wel worden teruggevonden in die databank. Ik heb u daarover geen nieuwe vragen gesteld. Ik vraag mij gewoon af hoe het komt dat die klachten in verband met taalgebruik wel uit de databank zijn te halen. U zegt mij dat dit precies te maken heeft met de taalwetgeving.

Minister Pieter De Crem: Wat zegt u?

Karolien Grosemans (N-VA): De thema’s van de klachten kan ik niet uit de databank opmaken. De twee klachten in verband met taalgebruik kunnen echter wel worden teruggevonden. U zei in een vorig antwoord dat dit te maken heeft met de taalwetgeving. Ik heb daar nu nog geen antwoord op gekregen.

Minister Pieter De Crem: Ik denk dat ik tot twee keer toe heb geantwoord op die vraag.

Karolien Grosemans (N-VA): Neen.

Minister Pieter De Crem: Ik zal het nog eens nakijken en ik zal u daarover nog eens een brief schrijven. Wat is nu de strekking van uw vraag?

Karolien Grosemans (N-VA): Er is een klachtendatabank. Ik heb al verschillende vragen gesteld want ik wil weten wat de klachten zijn. Ik lees dan opeens wel dat er twee klachten zijn over de taal. Ik krijg geen thema’s vast, maar ik krijg wel opeens te horen dat er twee klachten zijn over de taal. Als ik dan vraag waarom ik wel informatie over klachten over de taal te pakken krijg, dan zegt u dat dit te maken heeft met de taalwetgeving. Ik begrijp die redenering niet.

Minister Pieter De Crem: Ik zal u nog een schriftelijk antwoord op uw vraag bezorgen.

Ik zou er wel willen aan toevoegen dat er een groot verdunningseffect plaatsvindt, gezien de verhouding tussen het aantal klachten – het aantal is terecht; ik heb daar geen probleem mee en iedere klacht is waardevol – en het aantal patiëntenregistraties, dat meer dan 154 000 bedraagt.

Zulks doet niets af aan het waardevolle aspect van uw vraag. Ik zal er nog op antwoorden.

Karolien Grosemans (N-VA): Ik heb inderdaad ooit naar de aard en dies meer van de klachten gevraagd. Ik begrijp dan ook dat ik geen antwoord op mijn vraag heb gekregen. Ik heb het bijgevolg anders aangepakt. Ik heb gewoon zelf een heleboel thema’s opgelijst, in de hoop dat ik bij bedoelde thema’s cijfers kreeg.

Ik begrijp niet op welke manier ik, wanneer ik vraag hoeveel klachten er bijvoorbeeld over facturatie, erelonen, nachtlawaai, geurhinder, bezoekuren, maaltijden of infrastructuur waren, de anonimiteit beschadig.

Minister Pieter De Crem: Ik heb op uw schriftelijke vraag al geantwoord, tenzij ik mij verschrikkelijk zou vergissen.

Karolien Grosemans (N-VA): Ik heb geen antwoord op mijn vraag gekregen. Daarom blijf ik natuurlijk doorvragen. Het geeft immers de schijn dat hier een potje wordt toegedekt, wat wel niet het geval zal zijn.

Minister Pieter De Crem: Neen. Ik zal een en ander eens nakijken. Echter, voor zover ik mij herinner – ik lees immers ook alle schriftelijke antwoorden die ik naar de parlementsleden stuur –, meen ik op uw vraag te hebben geantwoord. Ik kijk het echter na en zal u een nieuw antwoord bezorgen, zijnde een kopie van hetzelfde antwoord ofwel een geactualiseerd antwoord.

Karolien Grosemans (N-VA): Ik dank u.

Ik heb een antwoord op mijn vraag gekregen. Het antwoord was echter telkens verschillend. Eerst luidde het dat u mij geen antwoord kon geven, omdat er geen indeling per thema was. Daarna kreeg ik nogmaals een antwoord, waarin stond dat u mij geen antwoord kon geven, omdat de anonimiteit in het gedrang kwam.

Dergelijke antwoorden wekken natuurlijk de schijn dat Defensie iets verborgen tracht te houden. Voor twaalf klachten en nu veertien klachten in 2012 is het nu ook niet zo arbeidsintensief om even na te gaan welke thema’s ze omvatten.