Mondelinge vraag inzake de kritiek op het beleid van Defensie inzake welzijn op het werk

9 juli 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de kritiek op het beleid van Defensie inzake welzijn op het werk" (nr. 19009)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, voormalig legerarts Marc Lemmens stelt in zijn boek "Les oubliés de la Grande Muette" de toename van het aantal arbeidsongevallen en zelfmoorden in het leger aan de kaak. Volgens hem zet Defensie te weinig in op preventie en is er ook sprake van inbreuken op de wetgeving rond welzijn op het werk. Het is niet de eerste keer dat de heer Lemmens kritiek uit op het beleid van Defensie inzake welzijn op het werk.

Vandaar volgende vragen:

Kunt u voor de jaren 2011 en 2012 een update geven van de cijfers over arbeidsongevallen en zelfdoding in het leger? Welke mogelijke verklaringen hebt u voor de toename van het aantal arbeidsongevallen en zelfmoorden?

Dokter Lemmens stelt dat de mutaties in het kader van het transformatieplan en het offensievere karakter van buitenlandse missies redenen kunnen zijn voor de toename van het aantal zelfdodingen. Wat is uw mening daarover?

Volgens een woordvoerder van Defensie zijn er de laatste maanden bijkomende maatregelen genomen om de preventie te verbeteren. Welke zijn deze maatregelen en welke maatregelen moeten er nog volgen? Waarom komen deze maatregelen er nu pas? Hoe zullen de bestaande en de nieuwe maatregelen geëvalueerd worden?

Wat is uw reactie op de stelling dat Defensie de wetgeving rond welzijn op het werk schendt?

In oktober 2012 kondigde u op uw website een psychosociale risicoanalyse aan, als onderdeel van een dynamisch risicobeheersingssysteem. Hoever staat Defensie met deze risicoanalyse? Klopt het dat zo’n analyse verplicht is sinds 2007? Zo ja, waarom kwam deze er niet eerder?

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, het antwoord op deze vraag was gedeeltelijk ook in het Frans gesteld, dus ik zal het stuk dat in het Frans is vertalen.

Eerst zou ik de auteur van het boek willen situeren. Deze kolonel heeft enige jaren geleden klacht ingediend bij de arbeidsinspecteur waaraan vooralsnog geen verder gevolg werd gegeven. Eveneens heeft dokter Lemmens tevergeefs bij de Raad van State verschillende procedures opgestart.

Uiteindelijk werd er vanaf 1 maart 2012 een VOP toegekend omdat de relatie tussen hem en de COD volledig was verzuurd en geen enkele samenwerking meer mogelijk was.

Zijn boek wordt uitgegeven door een internetbedrijf waarop iedereen zijn boek kan publiceren. Al deze gegevens in acht genomen denk ik dan ook dat het noodzakelijk is om de waarde van de geschriften van de betrokkene voorzichtig in te schatten.

In 2011, 2012 en 2013 hebben respectievelijk 14, 13 en 4 personeelsleden van Defensie zich van het leven beroofd. In tegenstelling tot eerder geleverde cijfers betreffen deze cijfers de militairen, niet alleen de militairen in actieve dienst maar ook de militairen die gebruik maken van de vrijwillige opschorting van de prestaties en de burgers.

Het is vrijwel onmogelijk de precieze reden voor zelfdoding na te gaan. Meestal ligt een combinatie van financiële, relationele en professionele problemen aan de basis. Er bestaan geen aanwijzingen dat er een verband zou zijn tussen de transformatie van Defensie of de aard van de buitenlandse opdrachten enerzijds en het aantal zelfdodingen anderzijds. De cijfers van Defensie komen overeen met de cijfers van de overeenkomstige civiele populaties. Uit de cijfers waarover de sociale dienst van Defensie beschikt, werd er geen toename van de zelfdodingcijfers vastgesteld.

Wat de arbeidsongevallen betreft, werden er in 2011 1 203 arbeidsongevallen vastgesteld, voor 2012 waren dat er 1 170. Voor de telling worden alleen de arbeidsongevallen in rekening gebracht die geleid hebben tot minstens één dag verzuim, de dag van het ongeval niet inbegrepen. Het aantal arbeidsongevallen volgt de evolutie van het personeelsbestand en neemt stelselmatig af. Gedurende de laatste jaren heeft Defensie meerdere initiatieven genomen om het welzijn van het personeel te verbeteren. Zo werd in 2010 een dynamisch systeem van risicobeheer uitgewerkt, de SDGR, gebaseerd op de SOBANE-strategie: Screening, Observation, Analyse en Expertise.

Meerdere activiteiten hebben toegelaten om een preventiepolitiek in werking te laten treden. Deze directieven hebben betrekking op preventie van onder meer arbeidsongevallen, psychosociale risico’s, de antibrand, de urgentieplannen, de eerste hulp bij ongevallen. Deze directieven werden vergezeld van sensibilisatiecampagnes. De interne preventiedienst en de dienst bescherming op het werk, ondersteund door preventieassistenten, helpen de korpscommandanten om deze politiek in praktijk om te zetten.

Een syndicaal overleg heeft plaatsgevonden in verband met al deze maatregelen. Dit syndicaal overleg heeft altijd plaatsgevonden in een kritische maar zeer constructieve sfeer.

Anderzijds is er de dienst van de arbeidsgeneeskunde die het toezicht op de gezondheid van het personeel verzekert. Tot op vandaag en gelinkt aan een gebrek op de arbeidsmarkt, is het niet altijd mogelijk geweest om voldoende arbeidsgeneesheren te rekruteren. De rationalisering van de werking van deze dienst en een zeer nauwe samenwerking met andere diensten zoals het Medische Expertisecentrum hebben toegelaten om de medische toestand van de personeelsleden toch verder op te volgen.

Op het vlak van well-being, van welzijn, deel ik u nog mede dat Defensie reeds in 2007 over een structuur van welzijn, well-being, beschikte, ook gekaderd in lokaal overleg en lokale raadgevers.

Sedert enige tijd beschikt defensie ook over formele procedures voor de behandelingen die onder het psychosociale kunnen worden gecatalogeerd.

Weet ten slotte ook dat defensie over vijfennegentig medewerkers beschikt die vertrouwenspersonen zijn en een bijzondere opleiding hebben genoten. Drieëntwintig van hen zijn belast met het uitvoeren van analyses van psychosociale risico’s op het lokale niveau, waarmee het lokale niveau van tewerkstelling wordt bedoeld.

Voor de begeleiding van de personeelsleden die aan operaties deelnemen, beschikt defensie over een team raadgevers Mentale Operationaliteit, over aalmoezeniers, maatschappelijke assistenten, een platform voor psychosociaal overleg, een dienst Trauma in het Militair Hospitaal, gezinsdagen, specifieke infrastructuur in de centra Paola en Mathilde en over een speciaal telefoonnummer.

Tijdens de laatste weken van hun opdracht in het buitenland nemen alle personeelsleden deel aan workshops, die hen op hun terugkeer voorbereiden. Zij ontvangen brochures en de hulp van defensie wordt aangeboden. Aanbevelingen met betrekking tot het weerzien van hun familie worden gedaan en er wordt gewezen op aanwijzingen tot mogelijke psychische problemen.

Personeelsleden die klachten hebben of psychische stoornissen zouden vertonen, worden systematisch door het Centrum voor de Geestelijke Gezondheidszorg van het Militair Hospitaal Koningin Astrid opgevolgd.

Defensie peilt tot slot ook nog driemaal naar het moreel van de troepen door middel van een vragenlijst, te weten vóór het vertrek, halverwege de opdracht en twee maanden na de terugkeer van militaire operaties in het buitenland.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, er zijn twee punten mij nog niet helemaal duidelijk.

Ten eerste, op 19 oktober 2011 zei u: “Defensie implementeert nu een psychosociale risicoanalyse als onderdeel van het dynamisch risicobeheersysteem. De registratie van incidenten van psychosociale aard maakt deel uit van deze risicoanalyse, om zo eventuele problemen beter in kaart te kunnen brengen.” Op 20 oktober 2012 zei u: “Ten slotte werkt defensie momenteel een psychosociale risicoanalyse uit als onderdeel van het dynamisch risicobeheersingsysteem. De registratie van incidenten van psychosociale aard maakt deel uit van deze risicoanalyse.” U hebt het nu over syndicaal overleg. Ik leid daaruit af dat wij op dit moment de psychosociale risicoanalyse nog niet hebben.

Ten tweede, is het zo dat die analyse verplicht is sinds 2007?

Minister Pieter De Crem: Ik zal dat nakijken. Een verplichting bestaat er niet. Wel is er een screening van militairen die, zoals ik zei, naar militaire operaties gaan, er verblijven en terugkeren.

Wat wilde u weten over 2007?

Karolien Grosemans (N-VA): Ik wou weten of de psychosociale risicoanalyse verplicht is sinds 2007. Dat zou zo zijn, maar ik verneem nu dat wij die nog niet hebben.

Minister Pieter De Crem: Dat moet ik nakijken. Ik kan u daar nu geen uitsluitsel over geven.

Karolien Grosemans (N-VA): Bedankt voor uw uitgebreid antwoord. Ik hoop alleen dat welzijn niet altijd in een hoekje wordt geduwd. Ik krijg altijd wel lange antwoorden, maar effectieve maatregelen vloeien daar blijkbaar niet uit voort.

Voorts hoop ik natuurlijk dat de bestaande en nieuwe maatregelen worden geëvalueerd.