Mondelinge vraag inzake de kritiek van het Comité I op het gebrek aan controle op ISTAR

29 mei 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de kritiek van het Comité I op het gebrek aan controle op ISTAR" (nr. 18156)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, volgens de krant De Tijd zou het Comité I een brief hebben gericht aan Defensie, waarin wordt aangeklaagd dat het ISTAR-bataljon aan de controle van het Comité I ontsnapt.

In het krantenartikel wordt het verkenningsbataljon echter als een derde, geheime inlichtingendienst bestempeld, wiens bestaan het Comité I pas zou hebben ontdekt tijdens een onderzoek naar de activiteiten van de ADIV in Afghanistan.

De creatie van het ISTAR-bataljon, ook gekend als het bataljon Jagers te Paard, werd eind 2011 met veel tromgeroffel aangekondigd.

Mijnheer de minister, om verdere misverstanden te vermijden, krijg ik graag enige opheldering over dit toch wel vreemde artikel in de krant. Kunt u bevestigen dat het Comité I een brief aan Defensie heeft gestuurd? Indien ja, kunt u hierbij meer uitleg geven?

Minister Pieter De Crem: Het concept ISTAR (Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance) werd binnen de NAVO en de EU in de periode 2006-2009 ontwikkeld. België heeft in uitvoering van het transformatieplan van 2009 een ISTAR-eenheid niveau bataljon opgericht.

Als u ISTAR intikt op google of er de parlementaire besprekingen op naslaat, zult u de bevestiging vinden van het feit dat wij van ISTAR nooit een geheim hebben gemaakt. Ik verwijs naar de commissie van 14 maart 2012. De aandachtige toeschouwers op de voorbije militaire defilés hebben ook de gele baretten zien defileren.

De eenheid is in Heverlee gevestigd. Dat is trouwens dicht bij Lubbeek waarvan de bevelhebber van ISTAR afkomstig is. Vandaar de link tussen het militaire en het burgerlijke gedeelte van dit land.

Het ISTAR-concept beoogt het creëren van een eengemaakte structuur, verantwoordelijk voor de inlichtingensteun aan tactische en operationele eenheden, zodat deze eenheden over een duidelijk inlichtingenbeeld beschikken van de hun toegewezen zone tijdens een operationele inzet.

De opdracht van het ISTAR-bataljon is bijgevolg het leveren van inlichtingensteun aan alle eenheden die worden ingezet in operaties en dit zowel tijdens de voorbereiding als tijdens de uitvoering van de operatie.

De middelen waarover het ISTAR-bataljon beschikt zijn sensoren zoals grondverkenningselementen op basis van Pandurvoertuigen en slagveldbewakingsradars.

Verder bestaat het bataljon uit een aansturingselement om de sensoren tewerk te stellen en uit een analysecapaciteit om de verzamelde informatie in bruikbare inlichtingen om te zetten.

De opdracht van het ISTAR-bataljon is complementair aan de opdracht van de ADIV. De ADIV ondersteunt de operaties van Defensie door het leveren van strategische en operationele inlichtingen. Dit omhelst voornamelijk algemene analyses van de mogelijke dreigingen en structurele aanbevelingen voor de veiligheid van onze detachementen. Zij leveren the big picture.

Het ISTAR-bataljon is een tactische inlichtingeneenheid waarvan de taken zich beperken tot de steun voor de zones waar Belgische detachementen effectief ontplooid zijn. De gezochte informatie betreft deze noodzakelijk voor de uitvoering van de opdracht, of past in het garanderen van de veiligheid van het detachement. Het ISTAR-bataljon heeft geen relatie met Veiligheid van de Staat.

De recente brief die door het Vast Comité I aan de defensiestaf werd bezorgd bevat de bevindingen van het Comité I naar aanleiding van haar deelname aan een door Defensie georganiseerd werkbezoek aan het ISTAR-bataljon begin februari 2013. Samengevat stelt het Comité I dat de operationalisering van het ISTAR-bataljon een meerwaarde betekent en dat het wettelijk kader waarbinnen de Belgische inlichtingendiensten functioneren nog niet mee is geëvolueerd en aanpassing behoeft. Defensie analyseert daarom, omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid, een voorstel om het ISTAR-bataljon onder een gepast wettelijk kader te brengen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, na uw uitleg wordt het artikel in de kwaliteitskrantDe Tijd wel heel eigenaardig. Het bevat heel straffe insinuaties. Zo zou het uw idee zijn om ISTAR op te richten. Het zou ontsnappen aan elke wettelijke verplichte controle. Haar motto is dan ook ideaal gekozen: “Zien zonder gezien te worden.”

Bovendien werd het dan ook nog heel toevallig ontdekt. Vermits uw woordvoerder niet wilde reageren, aldus De Tijd, voedde dat nog extra speculaties. Het is nu duidelijk. Het was een bericht dat beter niet was verschenen.

Minister Pieter De Crem: In het artikel staat dat er een brief onderweg is naar Defensie. Ik zal die brief beantwoorden, ik zal eerst bekijken wat erin staat, maar ik heb een vermoeden wat erin staat.

De leden die ISTAR hebben bezocht in Evere, hebben gezien wat de specificiteit van ISTAR is. De activiteit wordt aan niemands oog onttrokken, maar ISTAR heeft activiteiten die bijzonder belangrijk zijn voor ons wanneer wij militaire operaties in het buitenland uitvoeren.

Ik zal ingaan op de vraag.