Mondelinge vraag inzake de laagvliegende C-130 boven Jette

16 januari 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de laagvliegende C-130 boven Jette" (nr. 15138)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, de ombudsdienst voor de nationale luchthaven heeft aan het directoraatgeneraal Luchtvaart van de federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer gevraagd een onderzoek te openen naar de omstandigheden waarbij op donderdag 10 januari in de namiddag een C-130 op lage hoogte over het noordwesten van Brussel vloog. Het toestel volgde de ringroute op een hoogte van ongeveer 200 meter. Dat niveau zou vier- tot vijfmaal lager zijn dan de minimale hoogte voor burgerluchtvaarttoestellen op die plaats.

Mijnheer de minister, vloog de C-130 ook naar militaire veiligheidsnormen te laag of niet? Welke hoogte moet dat type toestel minimaal aanhouden boven het gebied in kwestie? Weet u waarom de C-130 op die hoogte vloog? Komt dat vaker voor op die plaats? Is er volgens u sprake van een incident, of niet? Acht Defensie het nodig een eigen onderzoek te openen?

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, de militaire standaardnorm voor vluchten op lage hoogte is duizend voet of ongeveer tussen 325 en 335 meter boven het hoogste obstakel in een straal van 600 meter. In de militaire reglementen is in uitzonderingen voorzien voor het opstijgen, het landen en wanneer het een operationele noodzaak betreft.

Op donderdag 10 januari in de namiddag vloog een C-130 over het noordwesten van Brussel in het kader van een tactische trainingsvlucht. Het toestel was net opgestegen van de militaire luchthaven van Melsbroek en volgde instructies van de burgerluchtverkeersleiding om de controlezone van Brussel te verlaten volgens de vliegregels op zicht. De piloot kreeg de instructie om de controlezone te verlaten via de route Brucargo-Atomium-GrootBijgaarden-Ternat met een maximaal toegelaten hoogte van 1 000 voet boven het zeeniveau, dus beneden de militaire standaardnorm.

Dergelijke vertrekprocedure op zichzelf is zeer gebruikelijk voor militaire toestellen, in tegenstelling tot het burgerluchtverkeer, dat volgens de vliegregels op instrumenten vertrekt. Bijgevolg is er geen vergelijking mogelijk met de door de burgerluchtvaart gevolgde procedures. Niets wijst erop dat de boordcommandant de instructies van de burgerluchtverkeersleiding overtreden zou hebben. Er is bijgevolg geen sprake van een incident, maar het toont wel aan dat we zoveel mogelijk moeten proberen tactische vluchten in het buitenland uit te voeren.

Karolien Grosemans (N-VA): Dank u voor de toelichting. Een tactische trainingsvlucht vlak boven Brussel lijkt mij ook geen heel goede keuze. Er was in elk geval clearance door de toren, dus begrijp ik niet goed waarom de ombudsman met een onderzoek start.