Mondelinge vraag inzake de man-vrouwverhouding in het leger

16 april 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de man-vrouwverhouding in het leger" (nr. 16973)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, eind januari heb ik in onze commissie al een vraag gesteld over de vertegenwoordiging van vrouwen in het leger. U hebt toen gezegd dat het aantal vrouwen bij het militaire personeel licht gedaald is, omdat de jongste jaren vooral gevechtsfuncties en technische functies werden opengesteld, maar dat er in het leger geen sprake is van een glazen plafond. Het aantal vrouwelijke officieren is zelfs gestegen, al zal het volgens u enige tijd duren voor die evolutie gevolgen heeft voor de hogere functies.

Mijnheer de minister, omdat er inderdaad voldoende vrouwen aan een carrière in het leger moeten beginnen om daarna daadwerkelijk te kunnen doorstoten tot de hogere functies, wil ik u graag het volgende vragen. Wat doet Defensie om bij de rekrutering zowel het mannelijke als het vrouwelijke doelpubliek aan te spreken? Tijdens de Open Campus Day van de KMS op 24 maart schreven meer dan 700 jongeren zich in. Om hoeveel mannen en hoeveel vrouwen ging het?

Wat doet Defensie om bij bevorderingen gelijke promotiekansen te garanderen voor mannen en vrouwen? Het aandeel van vrouwen in het leger blijft klein. Worden de bestaande maatregelen om dat aandeel te vergroten, regelmatig geëvalueerd? Zo ja, wat is het resultaat daarvan? Zo nee, waarom niet?

Minister Pieter De Crem: (…) hoofdofficier plaats: 11 comités kolonel, waar voor 1 comité een vrouw zetelde; 12 comités luitenant-kolonel, waarin voor 6 comités één vrouw zetelde; 12 comités majoor, waarin voor 4 comités minimum één vrouw zetelde. Er vonden 36 comités hoofdonderofficier plaats: 18 comités adjudant-majoor, waarin voor 7 comités één vrouw zetelde; 18 comités adjudant-chef, waarin voor 9 comités één vrouw zetelde.

Ik moet toch opmerken dat, gelet op de voorziene wettelijke en reglementaire samenstelling van een bevorderingscomité, waaraan steeds een aantal vaste leden op basis van hun functie en een aantal tijdelijke leden op basis van een loting deelnemen, het aantal deelnemende vrouwen niet het gevolg is van een vrije keuze. De cijfers die ik zonet gaf, moeten dus worden genuanceerd.

Op 1 januari 2012 waren er in totaal 12 vrouwelijke adjudant-majoors en 49 vrouwelijke adjudant-chefs. Op 1 januari 2013 waren er in totaal 11 vrouwelijke adjudant-majoors en 50 vrouwelijke adjudant-chefs.

De gemiddelde daling van 7,8 % in 2010 en 7,6 % in 2011 van het aantal vrouwelijke militairen bij Defensie betreft enkel de categorieën van onderofficier en vrijwilliger. Dat fenomeen is te verklaren door het feit dat de rekruteringscijfers lager liggen dan de pensioencijfers. Bovendien heeft Defensie de jongste jaren bij de rekrutering prioriteit gegeven aan de operationele functies, met name de gevechtsfuncties en sommige technische functies. Die functies zijn in doorsnee minder aantrekkelijk bij de vrouwelijke kandidaten. Er dient echter wel te worden opgemerkt dat het aantal vrouwen werkzaam bij het burgerpersoneel van Defensie hoger ligt en evolueerde van 42 % in 2011 naar 43 % in 2013.

In de communicatie- en wervingscampagne van Defensie wordt altijd rekening gehouden met gender en diversiteit binnen Defensie. Door middel van een goede mediamix worden het heel jaar door de talrijke aspecten van Defensie voorgesteld. Bij de rekrutering staan alle functies open voor zowel mannen als vrouwen die voldoen aan de selectiecriteria.

Tijdens de Open Campus Day, de OCD, van de Koninklijke Militaire School op 24 maart laatstleden, schreven 247 jongeren zich in, van wie 37 vrouwen en 210 mannen. Het getal van 700 inschrijvingen dat in de media verscheen, is het totaal inschrijvingen waarvoor de 247 jongeren zich hebben ingeschreven voor een of meerdere openstaande plaatsen.

Bij het begin van de loopbaan worden bevorderingen verleend op basis van anciënniteit, behalve indien men niet geschikt wordt geacht om de functies van de hogere graad uit te oefenen of indien de wijze van dienen onbevredigend wordt geacht. In een latere fase bevordert men op basis van een aanbeveling door een bevorderingscomité. Dit comité vergelijkt de kandidaturen voor de bevordering op volstrekt gelijke basis, of het nu om mannen of vrouwen gaat. De aanbeveling voor de bevordering gebeurt op basis van een gemotiveerd klassement dat steunt op het persoonlijke dossier en de professionele en gedragscompetenties van elke kandidaat.

In het kader van het Belgisch Nationaal Actieplan ter implementatie van de VN-Veiligheidsresolutie 1325 Vrouwen, Vrede en Veiligheid neemt Defensie deel aan de interparlementaire werkgroep in samenwerking met het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. Daarnaast gaat een nieuw federaal plan inzake Gender Mainstreaming 2013-2016 van start eind april 2013. Dat moet de indicatoren identificeren om de acties te kunnen evalueren en af te stemmen op de beoogde resultaten in het domein gender. Daarnaast heeft Defensie haar eigen actieplan inzake diversiteit en gender.

Karolien Grosemans (N-VA): Ik hoor dat er verschillende maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat er meer vrouwen zijn in het leger. U zegt onder meer dat de doelgroep wordt aangesproken via de media, dat alle functies worden opengesteld en dat de NATO-aanbevelingen worden gevolgd.

Het probleem is dat er tien jaar geleden 8 % vrouwen waren in het leger en in 2013 is dat nog altijd 8 %. Wij kunnen voor meer vrouwen in het leger zijn of tegen meer vrouwen in leger, maar het is niet normaal dat dit het resultaat is ondanks zoveel maatregelen, die toch ook geld kosten. Wij blijven hangen op die 8 %. In de buurlanden, zoals Nederland en Frankrijk, zit men aan 14 % tot 15 %. Spanje heeft 16 % vrouwen in het leger.

In het verleden waren er nog vragen over de man-vrouwverhouding en over de evaluaties. Het is belangrijk dat de genomen maatregelen worden geëvalueerd. Ik weet dat er evaluaties worden gehouden in het kader van het diversiteitsbeleid, dat heb ik nagekeken. Specifiek op gender wordt er voorlopig echter niet geëvalueerd. Ik heb daarom een resolutie over genderbeleid. Collega Francken vindt dat bezigheidstherapie, heb ik net vernomen. Donderdag wordt zij in de Kamer in overweging genomen. Ik vraag te kijken naar de maatregelen die wel efficiënt waren in onze buurlanden en om die eventueel in België toe te passen. Ik heb in de commissie van de verschillende fracties vaak bekommernissen gehoord over de man-vrouwverhouding in het leger. Ik reken dus op grote steun voor mijn resolutie. Daarvan ben ik overtuigd.