Mondelinge vraag inzake de mogelijke oplichting met uitgeleende legertanks

9 oktober 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de mogelijke oplichting met uitgeleende legertanks" (nr. 19508)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op 31 augustus bracht Het Laatste Nieuws een artikel over een Brits legerofficier op rust die buitenlandse musea heeft opgelicht om zijn persoonlijke collectie legertanks uit te breiden. De man kon verantwoordelijken van verschillende musea ervan overtuigen om hem tanks in bruikleen te geven door misbruik te maken van de naam van een bepaald museum in Londen. Op die wijze heeft hij ook enkele tanks van het Koninklijk Legermuseum in bruikleen gekregen, waaronder drie Leopardtanks. De Britse politie heeft de tanks geconfisqueerd en voert momenteel nog een onderzoek.

Mijnheer de minister, wat is uw reactie op dit artikel? Was u op de hoogte van het feit dat het Koninklijk Legermuseum door de Britse politie over de zaak gecontacteerd werd?

Kunt u meer uitleg geven over het uitlenen of ruilen van uit dienst genomen legermaterieel? Wie of welke dienst binnen Defensie of het Legermuseum is hiervoor verantwoordelijk? Aan welke regels is het uitlenen of ruilen van legermaterieel onderworpen? Wie of welke dienst houdt toezicht op de naleving van de regels?

Bent u van plan een eigen onderzoek in te stellen naar de zaak? Zijn er nog gevallen bekend waarin uitgeleend of geruild materieel van Defensie of het Legermuseum in verkeerde handen terechtkwam?

Zult u maatregelen nemen om gelijkaardige incidenten in de toekomst te vermijden?

Minister Pieter De Crem: Collega Grosemans, ik heb net als u het artikel in de krant gelezen. Ik heb ook een artikel in een andere krant gelezen waarin u gedetailleerd op de vragen van de journalist antwoordde. Het is dossier is dus bekend om het zo te zeggen.

De tanks waarover u spreekt, werden in 2005 uitgewisseld. Het rapport van het afdelingshoofd ter attentie van de hoofdconservator- directeur vermeldt dat de Leopard en de Gepard aan restauratie toe zijn. Het KLM bezit er verschillende exemplaren van, waarvan sommige in werkende toestand. Ze mochten bijgevolg uitgewisseld worden zonder nadeel voor de rijke collecties van het Legermuseum. Het KLM kreeg in ruil voor de twee tanks, de Leopard en de Gepard, objecten van de Tweede Wereldoorlog die gebruikt werden door de brigade Piron en die het museum nog niet had. Het ging over een Morris C8 Gun Tractor MK3 uit 1944 en een Ford WOT6 uit 1944 en een Fordson WOT2 uit 1944. Het museum heeft nadien met het KLM nog andere stukken uitgewisseld tot in 2010.

Het onderzoek van de Britse politie naar de zaak werd in april 2012 ingesteld. De situatie die in de pers wordt aangehaald, betreft een geïsoleerd individu die zijn militaire verleden gebruikt, om geen andere term te gebruiken. Het onderzoek is blijkbaar nog lopende.

Ondertussen hebben Defensie en het museum een kaderakkoord gesloten over de opdrachten van uit de omloop gehaald materieel. Het kaderakkoord tussen Defensie en het museum, ondertekend op 23 februari 2012, voorziet erin dat het museum geen gedeclasseerd materieel van de strijdkrachten mag uitwisselen met een organisme dat geen deel uitmaakt van de NAVO of de Europese Unie, zonder voorafgaande toelating van de vicestafchef Strategie, de ACOS STRAT. De toelating moet voor elk contact en contract met een derde partij worden gevraagd. Het afstaan van materieel aan organismen buiten de NAVO of de EU is aan dezelfde voorwaarde onderworpen. Die maatregel moet toekomstige uitwisselingsprocedures beveiligen.