Mondelinge vraag inzake de neergestorte F-16

24 oktober 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de neergestorte F-16" (nr. 13232

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op donderdag 16 augustus stortte een F-16 neer op het militair domein in Peer. De piloot kon zich tijdig in veiligheid brengen door de schietstoel te gebruiken. Er zou ook brand uitgebroken zijn op de startbaan.

Over dat voorval wil ik u enkele vragen stellen. Het zomerreces is ertussen gekomen, het is ondertussen al eind oktober. Wij hebben al veel persberichten kunnen lezen en ik heb al heel veel antwoorden gekregen. Ik kan misschien nog vragen welke soort vogel in de motor is gevlogen. De vragen waarop ik via persberichten al uitgebreid antwoord heb gekregen, zal ik laten vallen.

Mijnheer de minister, kunt u nog meer uitleg geven over dat incident?

Is er al meer duidelijkheid over de oorzaken van de crash? Indien niet, wanneer verwacht u dat het onderzoek zal worden afgerond?

Welke procedure volgt Defensie wanneer een vliegtuig neerstort?

Tot slot, op hoeveel euro wordt de schade geraamd? Ik bedoel dan niet enkel de schade aan de F-16, hoewel de bedragen daarvoor in de pers varieerden van 12,5 miljoen euro – ik denk dat we in dat geval meteen enkele bestellingen kunnen plaatsen – tot 60 of 70 miljoen euro. Ook de bodem moet gesaneerd worden en er moet onderzoek gebeuren naar de vernielde gewassen.

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, ik zou er mij kort van af kunnen maken door te zeggen dat het onderzoek bij het parket loopt, maar ik zal u een iets uitvoeriger antwoord geven.

De neerstorting van de F-16 op 16 augustus van dit jaar is waarschijnlijk te wijten aan het falen van de motor tijdens het opstijgen van op de basis van Kleine Brogel. Uit getuigenissen is gebleken dat er een vogel opgezogen zou zijn door de motor. Dat moet nog bevestigd worden door het veiligheidsonderzoek.

De procedure die wordt toegepast na een ongeval met een militair vliegtuig, is afhankelijk van de plaats van het gebeuren. Zo heeft elke vliegbasis een verantwoordelijkheidzone in haar onmiddellijke nabijheid.

Wanneer het ongeval binnen die zone gebeurt, zoals dat op 16 augustus 2012 het geval was, treedt het rampenplan van de basis in werking. Gebeurt het ongeval buiten de zone, dan geldt een territoriale  instructie  waarvoor  de provinciecommandant  de uitvoeringsverantwoordelijkheid draagt. Het operatiecentrum van Defensie, COps, in nauwe coördinatie met het crisiscentrum dat op de plaats van het incident wordt opgericht, verwittigt in eerste instantie de militaire en burgerlijke nooddiensten. Tevens verzamelt het COps alle informatie en brengt het de betrokken autoriteiten en diensten op de hoogte.

Op dit moment maakt het verongelukte toestel nog het voorwerp uit van een gerechtelijk onderzoek en van een vliegveiligheidsonderzoek van het zogenaamde Aviation Safety Directorate. Zodra het vliegtuig wordt vrijgegeven, beslist men naar gelang van de staat van de resterende stukken over de bestemming van het toestel.

Gezien de aard van het ongeval wordt in dit geval een totaalverlies verwacht. Het vliegtuig wordt dus vernietigd. Een van de "gecocoonde" F-16’s zal na het uitvoeren van de nodige onderhoudsinspecties opnieuw in de operationele vloot worden opgenomen. Zo blijft de F-16-capaciteit op hetzelfde niveau.

De piloot is met zijn parachute in een boom terechtgekomen. Hij bleef ongedeerd, maar werd voor een routinecontrole toch overgebracht naar een ziekenhuis, conform de procedure bij een dergelijk incident. Indien de resultaten van het medisch onderzoek positief zijn, worden de piloten opnieuw geschikt tot luchtdienst verklaard en mogen ze het vliegen onmiddellijk hervatten. Dat was het geval voor de betrokken piloot.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor het antwoord. Ik wacht tot het onderzoek is afgerond en kom dan bij u terug met een opvolgingsvraag.