Mondelinge vraag inzake de oprichting van een binationale SERE-school

24 april 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de oprichting van een binationale SERE-school" (nr. 17344)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op 1 april begon Defensie de eerste gesprekken met Nederland over het plan om samen een gemeenschappelijke SERE-school op te richten. SERE staat voor Survival, Evasion, Resistance and Extraction – in het Nederlands overleven, ontwijken, verzet bieden en extractie. De school zal de naam CSI - Combined SERE Institute - krijgen. Nu worden de SERE-trainingen in ons land nog georganiseerd door het Combat Survival Center van Defensie.

Mijnheer de minister, ik wil u de volgende vragen stellen over dit project.

Werkt Defensie op dit moment al samen met Nederland op het vlak van SERE? Indien ja, wat houdt de huidige samenwerking in?

Kunt u meer uitleg geven over het nieuwe project? Welke afspraken werden er tijdens de eerste gesprekken met Nederland gemaakt?

Volgens welk tijdschema zullen de verdere besprekingen en voorbereidingen verlopen? Op welke termijn zou de school operationeel moeten zijn?

Hoeveel Belgische militairen moeten gemiddeld jaarlijks een SERE-training volgen? Over hoeveelinstructeurs en kaderpersoneel beschikt Defensie daarvoor?

Hoeveel Nederlandse militairen moeten gemiddeld jaarlijks een SERE-training volgen? Over hoeveel instructeurs en kaderpersoneel beschikt de Nederlandse Defensie daarvoor?

Over welke capaciteit zal het CSI beschikken? Welke verdeelsleutel zal men voorstellen voor de bijdrage van elk land wat zaken betreft als instructeurs, kaderpersoneel en jaarlijkse kosten?

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, het oprichten van een gemeenschappelijke SERE-school past in de Benelux-verklaring in het domein van defensiesamenwerking die op 18 april 2012 werd ondertekend door de drie ministers van Defensie.

Op dit moment werkt België in dit domein al samen met Nederland inzake de standaardisatie van materiaal en overlevingsuitrusting en voor het stroomlijnen van de trainingsprogramma’s.

Wat deze trainingen betreft, wordt voor de Belgische helikoptercrews het onderdeel HUET – Helicopter Underwater Egress Training, Shallow Water Egress Training – momenteel al getraind in Gilze-Rijen in Nederland, vlak over de Belgische grens, onder begeleiding van de Belgische SERE-instructeurs.

Een studie loopt momenteel over de mogelijkheid om de andere trainingen gezamenlijk te organiseren voor de piloten uit de verschillende landen. Wel is al duidelijk dat de studie van deze Benelux-trainingen vanuit één gemeenschappelijke organisatie, het Combined SERE Institute, CSI, zal gebeuren. De capaciteiten en de verdeelsleutels moeten nog worden bepaald.

Het is goed om te weten dat alle piloten en crews hun verschillende operationele kwalificaties dienen te behalen en te behouden. Bovendien krijgt al het steunpersoneel van de Air Component dat in buitenlandse opdracht vertrekt eveneens een vorming en training, aangepast aan de opdracht die ze zullen vervullen.

Hierdoor beschikt de Belgische Defensie actueel over het Combat Survival Centre met een kern van 14 personen in Bevekom en een SERE-antenne van één onderrichter per operationele basis.

In 2012 werden in totaal 302 stagiairs in deze materie gevormd. Voor 2013 is de vorming en training van een 370-tal stagiairs gepland, verdeeld over een 40-tal cursussen en stages.

Karolien Grosemans (N-VA): De samenwerking tussen België en Nederland lijkt een heel positief verhaal. Wij juichen natuurlijk toe dat, als er meerdere projecten worden opgestart, de samenwerking tussen de beide landen nog wordt versterkt. Dat is het doel: efficiënter zijn in onze opleidingen, kennis delen en natuurlijk ook besparen. Daarom hoop ik dat alles goed in kaart zal worden gebracht, zodat wij het project achteraf goed kunnen evalueren.

Minister Pieter De Crem: Goede suggestie.