Mondelinge vraag inzake de oprichting van het centrum voor cybersecurity in België

15 januari 2014

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de oprichting van het centrum voor cybersecurity in België" (nr. 21324)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, op 19 december heeft de Ministerraad het ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd voor de oprichting van het Centrum voor Cybersecurity België, onder het gezag van de eerste minister, in uitvoering van de Belgische strategie inzake cybersecurity. Het CCB wordt opgericht bij de Kanselarij van de eerste minister die zorgt voor de administratieve en logistieke ondersteuning van het centrum.

Mijnheer de minister, ik wil u hierover de volgende vragen stellen.

Wordt Defensie betrokken bij de oprichting en/of werking van het CCB? Zo ja, welke rol zal Defensie daarin spelen? Wat zal de verhouding zijn van het CCB tot de ADIV? Hoe zal de eventuele samenwerking tussen het CCB en de specialisten cyberdefensie van Defensie verlopen?

Indien over dit alles nog geen concrete afspraken zijn gemaakt, waaruit zou volgens u de bijdrage van en de samenwerking met Defensie best bestaan?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Grosemans, zoals u weet, behoort de operationalisering van de nationale cybersecurity strategy tot de verantwoordelijkheden van de eerste minister. Bij het uitwerken van deze strategie en nadien bij de oprichting van het Centrum voor Cybersecurity België is Defensie inderdaad als een van de partners betrokken.

Het CCB, waarvoor nog de nodige aanwervingen dienen te gebeuren, zal de precieze taakverdeling tussen alle partners aansturen. Aan Defensie is voorgesteld om haar expertise inzake malware ten dienste van het algemene belang te stellen, mits toekenning van de bijkomende middelen van Defensie. Ik sta hier positief tegenover, op voorwaarde dat inderdaad voldoende bijkomende middelen ter beschikking worden gesteld.

De ontwikkeling van de cybersecuritycapaciteit bij Defensie en de operationalisering van de nationale cybersecurity strategy en het CCB bij de Kanselarij van de premier dienen te gebeuren op een gecoördineerde manier.

Volledigheidshalve meld ik u nog dat inzake cyberproblematiek en de rol van Defensie reeds veelvuldig en uitvoerig werd geantwoord op vragen van het Parlement, en dit zowel schriftelijk als mondeling. Ik verwijs bij deze dan ook graag naar de dan gegeven details.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb hier geen verdere vragen bij.