Mondelinge vraag inzake de opvolger van de A330

8 januari 2014

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de opvolger van de A330" (nr. 20546)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, tijdens de commissievergadering van 24 april hebben wij het voor het laatst gehad over de overheidsopdracht die Defensie zou uitschrijven voor een meerjarig contract voor de levering van diensten voor het langeafstandsluchtvaarttransport ter vervanging van het leasecontract van de huidige A330 dat in 2013 had moeten aflopen. Ondertussen bleek de voorbije weken dat Defensie als opvolger voor een A321 heeft gekozen, een toestel dat opnieuw van de firma Hi Fly geleast zal worden. Omdat dit toestel niet meteen in gebruik kan worden genomen zou het contract van de A330 met drie maanden zijn verlengd.

Mijnheer de minister, ik had u graag om wat meer uitleg gevraagd over dit dossier.

Wanneer werden de kandidaten opgeroepen om hun kandidatuur te stellen? Hoeveel kandidaten reageerden er op de publicatie? Hoeveel kandidaten werden er geselecteerd?

Kunt u de keuze van Defensie voor een A321 toelichten? Waren er meerdere kandidaten die zo’n A321 voorstelden? Zo ja, waarom ging Defensie opnieuw met Hi Fly in zee?

Wanneer werd het contract gesloten? Kunt u meer vertellen over de specificaties van het contract op het vlak van het aantal vlieguren, de geschatte kosten, de duur enzovoort? Klopt het dat het contract voor de A330 met drie maanden werd verlengd? Kunt u kort toelichten waarom?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, waarde collega, de uitnodiging tot het indienen van een aanvraag tot deelneming aan de overheidsopdracht werd op 23 april vorig jaar gepubliceerd. Twaalf firma’s hebben een aanvraag tot deelneming ingediend. Het selectiedossier werd op 2 juli goedgekeurd. Er werden zes kandidaten geselecteerd voor deelname aan de tweede fase van deze overheidsopdracht. Het lastenboek werd op 5 juli aan alle geselecteerde kandidaten bezorgd. De offertes werden ingewacht ten laatste op 28 augustus 2013. Op basis van de geplande nood aan transportcapaciteit werd in het lastenboek opgelegd dat een kandidaat moest inschrijven met een kleiner vliegtuigtype zoals een Airbus A321, een Boeing 757 of een equivalent.

Drie inschrijvers hebben uiteindelijk een offerte ingediend, waarvan twee met een variant. In die vijf offertes werden zowel een Airbus A321 – tweemaal – als een Boeing 757 – driemaal –ingeschreven. De opdracht werd op 3 december 2013 gegund aan de firma Avico uit Frankrijk met de firma Hi Fly uit Portugal als hoofdonderaannemer.

Deze offerte met een Airbus A321 is economisch de voordeligste, rekening gehouden met het technische aspect – zoals onder andere de capaciteit van het vliegtuig –, het operationele aspect – onder andere de gegarandeerde betrouwbaarheid van de dienst –, het brandstofverbruik en de prijscriteria.

Het contract is op 24 december 2013 met de firma gesloten. Dit dienstencontract voorziet in 1 500 vlieguren per jaar met een gegarandeerde betrouwbaarheid van de dienst van 97 %. Deze capaciteit zal voor het transport van troepen, dringende evacuatie van burgers en vrachtvervoer worden gebruikt. Het contract laat ook toe bijkomende toestellen, eventueel van een ander type, ter beschikking te stellen.

Het contract wordt voor een periode van vier jaar gesloten. De kosten over deze periode worden op 41,65 miljoen euro geraamd. Vergeleken met het vorige leasingcontract betekent dit een jaarlijkse besparing van 1,5 miljoen euro uitgedrukt in courante prijzen per jaar.

In het contract is voorzien dat het aangewezen A321-vliegtuig drie maanden na afsluiting van het contract ter beschikking van Defensie wordt gesteld. In die periode wordt onder meer het toestel geverfd en de eerste bemanning op het typetoestel gevormd. Om de strategische luchttransportcapaciteit te garanderen tijdens deze periode, werd het bestaande leasingcontract van de A330 verlengd tot eind maart 2014.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw uitgebreid antwoord.

Tijdens de vorige commissievergadering heb ik gevraagd om het lastenboek te mogen inkijken, niet om te bepalen of het een goede of slechte keuze was, maar gewoon om te kijken of de procedure correct werd gevolgd. Op die controle hebben wij wel recht, denk ik. In de commissie hebt u toen geantwoord dat u daarmee geen enkel probleem had en daarom had ik gehoopt dat dit spontaan zou worden geagendeerd in de commissie Legeraankopen zodra het lastenboek klaar was. Ik betreur het dus dat wij dat niet hebben kunnen inkijken. Wel heb ik nu aan collega Wouter De Vriendt, voorzitter van de commissie Legeraankopen, gevraagd om dat tijdens een volgende bijeenkomst van die commissie te agenderen, zodat wij het lastenboek alsnog zouden kunnen inkijken.

Ik heb nog een vraag. Het aantal vlieguren is bepaald op 1 500. Ik hoop dat dit realistisch is, want de vorige keer hebben wij het contract in die zin na enkele jaren moeten bijsturen. In voorkomend geval zou dat geldverspilling betekenen.