Mondelinge vraag inzake de pensioenen van buitenlandse ex-kolonialen

23 maart 2011

Mondelinge vraag van Karolien Grosemans aan de minister van Pensioenen en Grote Steden over "de pensioenen van buitenlandse ex-kolonialen" (nr. 2870) (komen te vervallen)

Geachte heer de minister, de krant ‘De Tijd’ publiceerde donderdag 17 februari een artikel waarbij het de discriminatie van de pensioenen van ex-kolonialen aankaartte. Het zou volgens de krant gaan om ongeveer 200 Europeanen die werkten in overheidsopdracht van België in onze voormalige kolonies. Deze pensioenen zouden nooit geïndexeerd zijn.

De Europese Commissie oordeelde dat er sprake was van discriminatie en besliste daarom België voor het Europees Hof van Justitie te dagen. Het argument van de Europese Commissie is dat EU-burgers die werkten in overheidsopdracht van België in de ex-kolonies niet genieten van dezelfde pensioenrechten als Belgische ex-kolonialen vanwege hun nationaliteit.

Graag had ik daarom volgende vragen willen stellen: Om hoeveel buitenlandse ex-kolonialen gaat het hier? Wat is de meerkost indien deze personen zouden genieten van dezelfde pensioenrechten als Belgische ex-kolonialen?  Hoe reageert u op de beslissing van de Europese Commissie om België voor het Europees Hof van Justitie te dagen?

 

In antwoord op de mondelinge vraag van mevrouw Sonja Becq aan de minister van Pensioenen en Grote Steden over "de discriminatie van voormalige koloniale werknemers" (nr. 2920)

Minister Daerden: Het betreft 170 personen. Een bijkomend woordje uitleg: Het betreft Europese onderdanen (met uitzondering van de Benelux en Portugal) die voornamelijk in onze voormalige kolonies hebben gewerkt (Kongo-Rwanda-Burundi) en die buiten Europa wonen.

De wetgever heeft de verblijfsvoorwaarde afgeschaft vanaf 1 augustus 2004. Sinds die datum worden de pensioenen van de personen in kwestie cumulatief geïndexeerd, dus rekening houdend met de indexeringen die doorgingen tussen de datum van ingang van het pensioen en augustus 2004.

Het geschil heeft enkel betrekking op de achterstallige indexering die verschuldigd zouden zijn voor de periode tussen de ingang van het pensioen en 1 augustus 2004. De kost wordt geraamd in de orde van, min of meer, 5 miljoen euro.

Ik heb al aan de Europese Commissie meegedeeld dat de administratie een voorontwerp van wet aan het opstellen was, dat de opmerkingen van de Commissie in acht zou nemen.