Mondelinge vraag inzake de pensioenen van de mijnwerkers

2 mei 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "de pensioenen van de mijnwerkers" (nr. 11322)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op maandag 23 april verscheen in een aantal kranten een artikel waarin de Limburgse mijnwerkers aankondigen dat ze naar de rechter trekken om de pensioenhervorming aan te vechten. Ze klagen de ongelijkheid aan die nu door de regering wordt gecreëerd.

De hervorming van het pensioen voor de ondergronders werd door de Ministerraad teruggeschroefd. De wijzigingen in het pensioenstelsel van de bovengronders blijven daarentegen wel bestaan. Volgens de regering gaat het maar over 14 personen die hierdoor worden benadeeld. De vakbonden spreken echter over zeker 200 personen.

Mijnheer de minister, u bent heel snel uit de startblokken gekomen. U hebt holderdebolder een aantal wetten in de prullenmand gegooid, onder andere de wet met betrekking tot de pensioenen van de mijnwerkers. Er komt nu een rechtzetting. U geeft toe dat u te snel bent geweest. Dat siert u. Dat heeft echter een aantal consequenties. Dat heeft veel verwarring gezaaid. Vandaar mijn vragen.

Kunt u bevestigen dat er een aanpassing voor de mijnwerkers die ondergronds werken zal worden doorgevoerd? Kunt u dat toelichten?

Gelet op het zeer recente KB dat op 30 april werd gepubliceerd, kunt u verduidelijken aan welke voorwaarden, al dan niet cumulatief in loopbaanjaren en leeftijd, enerzijds een bovengronder en anderzijds een ondergronder moet voldoen om recht op een volwaardig pensioen te hebben?

Er is veel verwarring ontstaan. Ik denk dat er nu echt duidelijkheid moet komen. Een pensioenregeling moet glashelder zijn.

Het recente KB is blijkbaar niet duidelijk, zeker niet als het gaat om de voorwaarden, cumulatief in loopbaanjaren en leeftijd. Ik heb daarover veel mails gekregen.

Kunt u uitsluitsel over het aantal bovengronders geven? Die getallen blijven verschillen.

De regering heeft het over 12 tot 14 personen. Volgens de vakbond gaat het over 200 personen. De KS Vriendenkring heeft het over 360 bovengronders. Dat leiden zij ook af uit mails die zij krijgen. Kunt u uitsluitsel over dat getal geven?

Zal er nog overleg met de afgevaardigden van de mijnwerkers plaatsvinden?

Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter, collega, het koninklijk besluit werd op 30 april gepubliceerd. Eind vorig jaar werden alle bijzondere stelsels die nog bestonden opgeheven conform het regeerakkoord, waaronder ook het mijnwerkersstelsel. We hebben dus het regeerakkoord uitgevoerd.

Ik heb mij steeds geëngageerd om verworven rechten te respecteren, ook eind vorig jaar heb ik dat met zoveel woorden gezegd hier in het Parlement – hierover mag geen verwarring bestaan - en om ook de afspraken die in de jaren ’90 gemaakt zijn bij de mijnsluitingen na te komen.

Voor de gewezen mijnwerkers die op 31 december de leeftijd van 55 jaar hadden bereikt, verandert er niets, alle verworven rechten worden gerespecteerd. De overgrote groep van gewezen mijnwerkers die nog actief zijn en de leeftijd van 55 nog niet hebben bereikt op 31 december 2012, had eind vorig jaar reeds volledige pensioenrechten als mijnwerker opgebouwd. Het gaat om de ondergronders en de mijnwerkers die met de ondergronders gelijkgesteld werden. Aangezien verworven rechten worden gerespecteerd, kunnen ze die rechten nog steeds laten gelden en op pensioen gaan.

Voor ondergrondse mijnwerkers geldt de pensioenleeftijd op 55 jaar of op elke gewenste leeftijd na 25 jaar ondergrondse prestaties. Voor mijnbouwfuncties die met de ondergrond gelijkgesteld werden, geldt ook de pensioenleeftijd van 55 jaar, het gaat hier bijvoorbeeld om ophaalmachinisten en werknemers in wasserij en zeverij.

Een kleine groep van gewezen mijnwerkers, de bovengronders jonger dan 55 jaar, kon onder de oude regeling ook pas op pensioen op de leeftijd van 60 jaar, zoals het geval was voor de gewone mijnwerknemers. Voor hen wordt de pensioenleeftijd gradueel opgetrokken tot 62 jaar. Indien deze bovengronders een voldoende lange loopbaan hebben, kunnen ze nog steeds op 60 jaar op pensioen, dat is de fameuze uitzondering lange loopbaan.

Het reële aantal mijnwerkers dat langer dan tot de leeftijd van 60 jaar zal moeten werken, zal in de grootteorde van 14 zijn, en dus niet het cijfer van 200 personen dat u gaf, absoluut niet.

De pensioenhervorming wijzigt niets aan de berekening van het mijnwerkerspensioen. De berekening van het pensioen blijkt in dertigsten gebeuren en ze behouden het supplement. De betrokkenen zullen dus geen negatieve financiële impact ondervinden.

Heel wat gewezen mijnwerkers hebben hun loopbaan verder uitgebouwd in normale bedrijven. Daardoor hebben zij in het gewone werknemersstelsel vaak een hoger pensioen opgebouwd dan het mijnwerkerspensioen.

De RVP zal alle mijnwerkers die dat wensen informeren over hun persoonlijke situatie, op welke leeftijd ze met pensioen kunnen en wat voor hen het voordeligste pensioenbedrag is, het werknemerspensioen of het normale pensioen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, dank u voor uw toelichting. Positief is in ieder geval dat er terug een wet is, dus rechtszekerheid. Er blijkt nood aan duidelijke informatie, maar misschien kan die nog verder worden verspreid.

Er is toch een aantal twijfelgevallen in het KB, waardoor mensen niet goed weten waar ze aan toe zijn. De sector heeft altijd constructief willen meewerken, zelfs op korte termijn. Het is jammer dat het definitieve KB niet met hen werd doorgenomen, zodat zij de twijfelgevallen en onduidelijkheden er uit hadden kunnen halen. Dan is er het aantal bovengronders. De getallen zijn zeer verschillend: 12 tot 14, 200 tot 360. Er is een gebrek aan duidelijke informatie, maar ik heb daar begrip voor: de sluitingsperiode verliep zeer snel. Alle begrip daarvoor, maar het is interessant te kijken naar de informatie die beschikbaar is op de LRM. Als u die informatie opvraagt, zal u eerder uitkomen bij een cijfer rond de 300 bovengronders.

Minister Vincent Van Quickenborne: Er is meer dan vijf keren overleg gepleegd met de kleurvakbonden, met de representatieve vakbonden. Er is geen groep waarmee we meer overleg hebben gehouden, ook over de inhoud en de details van het gepubliceerde koninklijk besluit. Zeggen dat er geen of te weinig overleg is geweest, betwist ik ten zeerste.

Er is inderdaad een kleine groep die al een pensioenleeftijd van 60 jaar had. Hadden we die verlaagd van 60 naar 55 jaar, dan had u mij verweten dat we de pensioenhervorming compleet hadden uitgehold. U moet weten wat u wilt. Die regel voor die mensen is gewoon meegegaan met de gewone werknemers, van 60 naar 62 jaar. U spreekt over 200 tot 300, maar de geraadpleegde deskundigen zeggen mij dat dit niet klopt. Trouwens, onze groene lijn staat open. Mensen die daar vragen over hebben, zijn bij ons altijd welkom. We zullen zien hoeveel mensen zich aanmelden, maar ik denk dat dit cijfer fel overdreven is.

Medewerker van de minister: Veel mijnwerkers van 57 jaar zijn ook ongerust en denken dat zij ook worden getroffen. Wij zeggen hier duidelijk: eens 55 gepasseerd, verandert er niets. Er zijn inderdaad wat misverstanden, maar dat de mensen zich tot de RVP wenden en ze zullen allemaal individueel hun situatie geschetst krijgen.