Mondelinge vraag inzake de pensioenfinanciering van de statutaire personeelsleden van ziekenhuizen met publieke partners

8 mei 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, over "de pensioenfinanciering van de statutaire personeelsleden van ziekenhuizen met publieke partners" (nr. 11429)

Karolien Grosemans (N-VA): Mevrouw de minister, ziekenhuizen met statutaire personeelsleden hebben hun pensioenlasten niet meer onder controle. Dit is een prangend probleem aan het worden. Er dreigt een rampenscenario als hiervoor geen oplossing wordt gevonden. 

Dit probleem van de pensioenlasten van de statutaire medewerkers in de ziekenhuizen is u niet onbekend. In het regeerakkoord wordt wel degelijk een oplossing in het vooruitzicht gesteld.

Op pagina 111 van het regeerakkoord staat: "De impact van de verhoging van de RSZPPO-bijdragen voor de betrokken ziekenhuisinrichtingen zal via het budget Financiële Middelen van de ziekenhuizen worden geneutraliseerd, ongeacht of ze openbaar zijn of het gevolg zijn van een fusie tussen openbare en privéziekenhuizen. De in 2012, 2013 en 2014 nodige bedragen zullen binnen de globale begrotingsdoelstelling gecompenseerd worden".

In het regeerakkoord staat duidelijk een engagement dat het financieringsprobleem zal worden opgelost. Er is een belofte tot neutralisatie.

In de praktijk blijkt deze oplossing echter voor een aantal van de betrokken ziekenhuizen sterk tegen te vallen. Niet alle ziekenhuizen blijken immers gelijk voor het KB dat uitvoering geeft aan dit engagement uit het regeerakkoord. In het KB van 3 februari 2012 wordt het recht op tussenkomst vanuit het budget Financiële Middelen immers gekoppeld aan het aantal statutaire medewerkers, waarbij een minimaal aantal statutaire medewerkers vereist is.

Mevrouw de minister, waarom wordt de tegemoetkoming voor de ziekenhuizen aan de statutaire tewerkstelling gekoppeld? Zal deze maatregel niet leiden tot het in dienst nemen van meer statutaire personeelsleden? Kan de tegemoetkoming aan de reële pensioenverplichting van de ziekenhuizen en dus niet aan de statutaire tewerkstelling worden gekoppeld? Voorziet u in een bijsturing van het KB van 3 februari 2012?

Minister Laurette Onkelinx: Vooraleer een antwoord op uw vraag te geven, lijkt het mij nodig tewijzen op het onderscheid dat moet worden gemaakt tussen enerzijds, maatregelen waarvan het ziekenhuispersoneel geniet in het raam van de sociale akkoorden en, anderzijds de tussenkomst van de federale financiering voor de dekking van de last van de stijging van het bijdragepercentage voor de pensioenen van dit personeel.

Om volledig op de gestelde vragen te kunnen antwoorden, dien ik meerdere zaken in herinnering te brengen. Er werden de laatste jaren verschillende beslissingen genomen met betrekking tot de ziekenhuizen en het statutair personeel en deze beslissingen mogen niet door elkaar gehaald worden.

Vooreerst, in het raam van het afsluiten van een sociaal akkoord voor 2011 werd er op 21 februari in het comité C een protocolakkoord gesloten voor de federale openbare gezondheidssectoren. In dit akkoord werden onder meer afspraken gemaakt over de tweede pensioenpijler en over de statutarisering, die als doel heeft het aantal vastbenoemde personeelsleden te stabiliseren of zelfs te verhogen.

Hiertoe werden binnen de 50 miljoen euro die is voorzien voor het sociaal akkoord van 2011, bedragen vrijgemaakt van respectievelijk ongeveer 900 000 euro en ongeveer 7,5 miljoen euro. In verband met het bedrag van 7,5 miljoen euro voor statutarisering kan ik bevestigen dat het ontwerp van koninklijk besluit dat deze financiering regelt, voor advies werd voorgelegd aan het verzekeringscomité van het RIZIV. Nadien werd het ook voor advies voorgelegd aan het beheerscomité van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector, ingesteld bij de RSZPPO.

In tegenstelling tot wat u zegt, dient dit bedrag niet via de ziekenhuisfinanciering te worden toegekend. De bedoeling is dat dit beheerscomité de middelen verdeelt over de openbare ziekenhuizen, en dit volgens de principes die zijn afgesproken in het protocolakkoord. De openbare besturen zijn door middel van een omzendbrief van 25 mei 2011 van de RSZPPO op de hoogte gebracht van deze maatregel.

Sinds 2006 hebben de verschillende regeringen zich gebogen over deze problematiek en werden concrete maatregelen genomen om bepaalde pensioenlasten op te nemen in het budget financiële middelen (BFM) van de ziekenhuizen die betrokken zijn bij deze lasten. Zodoende werd conform de beslissing van de regering een structurele compensatieformule voor de bijdragegraad pensioenen van de RSZPPO in het BFM ingeschreven vanaf 1 januari 2012.

Het geschatte benodigde budget voor de verhogingen van de bijdragen werd berekend op basis van de loonmassa van het jaar 2010 en de verhogingen die plaatsvonden in 2010 en 2011 en die welke nog moeten plaatsvinden volgens de wet van 24 oktober 2011, die de duurzame financiering van de pensioenen moet garanderen.

Dit budget werd ingeschreven in het budget van de gezondheidszorg voor 2012: 6,5 miljoen in 2012, 9,3 miljoen in 2013, en 12,3 miljoen in 2014.

De budgettaire beslissing een bedrag van 5,5 miljoen toe te kennen aan de ziekenhuizen die geaffilieerd zijn aan pool 1 en pool 2 van de RSZPPO, zal worden geïntegreerd in het BFM van 1 juli 2012.

Tot slot hou ik eraan te signaleren dat, om de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten te helpen de bijkomende kosten te dragen, het Reservefonds van het pensioenstelsel een deel van de verhoging van de bijdragegraad voor 2012, 2013 en 2014 heeft gedragen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. De toekenning van het budget financiële middelen gebeurt niet op basis van de reële pensioenverplichtingen, maar het wordt toch gekoppeld aan het behoud van de statutaire tewerkstelling? De doelstelling van het koninklijk besluit lijkt mij eerder te zijn dat de statutaire tewerkstelling behouden blijft en zelfs vergroot? Het stimuleert de verdere statutarisering van het personeel in de ziekenhuizen. Het zorgt niet voor een oplossing voor de pensioenverplichtingen van de RSZPPO in de betrokken ziekenhuizen.

Mevrouw de minister, ik vind dat een onrechtvaardige oplossing, want ze helpt niet alle betrokken ziekenhuizen in dezelfde mate. Wat is vandaag namelijk de praktijk in de meeste van die Vlaamse ziekenhuizen? Ziekenhuizen kunnen pas lid worden van de koepel, van ICURO, als zij het eens zijn met de strategie, namelijk de stop van de statutaire aanstellingen.

Er is trouwens bijna unanimiteit over het principe van de stop van de statutaire aanstellingen bij de Vlaamse ziekenhuizen, om de factuur in de toekomst niet verder te laten oplopen. Daarom kiezen zij er bewust voor om nieuwe medewerkers aan te stellen met een arbeidsovereenkomst. Dat stemt overeen met het principe “gelijk loon voor gelijk werk” en met de doelstelling de mobiliteit op onze arbeidsmarkt te verbeteren. De voorwaarde van de statutaire tewerkstelling gaat echter lijnrecht in tegen de praktijk in de meeste betrokken Vlaamse ziekenhuizen en legt een hypotheek op de betaalbaarheid van de pensioenen van die ziekenhuizen in de toekomst.

Ik hoor hier geen voorstellen van oplossingen. Ik denk bijvoorbeeld aan het ter beschikking stellen van financiële middelen voor alle getroffen ziekenhuizen en niet enkel voor ziekenhuizen die de statutaire tewerkstelling minimaal in stand houden, zoals de regering heeft beslist. Ik denk bijvoorbeeld ook aan extra federaal geld voor een pensioenfonds.

Ik meen dat er andere opties zijn die veel minder aantrekkelijk zijn, bijvoorbeeld het verhogen van de gemeentebelasting. Dat is geen aantrekkelijk voorstel. Patiënten of artsen laten meebetalen, is ook geen optie. Ik hoor hier gewoon geen oplossingen. Als er geen oplossing is, dan zal, na de banken, waarschijnlijk een aantal ziekenhuizen in ons land in vereffening gaan.