Mondelinge vraag inzake de pensioenopbouw voor vastbenoemde ambtenaren die vanaf 55 jaar voor een deeltijdse arbeid kiezen

2 mei 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "de pensioenopbouw voor vastbenoemde ambtenaren die vanaf 55 jaar voor een deeltijdse arbeid kiezen" (nr. 10643)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op de Ministerraad van 23 maart werd, in uitvoering van het regeerakkoord, overeenstemming bereikt over de deeltijdse arbeid bij de federale overheid. Er werd gezocht naar een evenwicht tussen de betaalbaarheid van het systeem en een modern personeelsbeleid.

Kunt u toelichting geven bij de verschillende pistes die op tafel liggen? Welke piste heeft het uiteindelijk gehaald inzake de pensioenopbouw voor vastbenoemde ambtenaren die vanaf de leeftijd van 55 jaar een beroep wensen te doen op de vierdagenwerkweek of op halftijdse arbeid? Alvast bedankt voor uw antwoord.

Minister Vincent Van Quickenborne: Geachte collega, het is nog te vroeg om uitsluitsel te geven over de pensioenopbouw, daar het overleg daarover nog plaatsvindt binnen het Comité A. Ik wil u wel al meegeven dat het de bedoeling is ambtenaren vanaf 55 jaar de mogelijkheid te bieden tot hun 65e, dus gedurende 10 jaar, 80 %-prestaties te verrichten die als voltijdse dienst in aanmerking kunnen worden genomen, zowel voor de opening van het recht op pensioen als voor de berekening van het pensioen.

Dit zal kunnen door loopbaanonderbrekingen voor een vijfde van de tijd te nemen, of door gebruik te maken van het nieuwe stelsel van de vierdagenweek, dat in voorbereiding is.

Ook ambtenaren die na de leeftijd van 55 jaar minder dan 80 % willen werken zouden dit binnen ruime grenzen moeten kunnen doen zonder negatieve gevolgen voor hun pensioen.

Voor een halftijdse loopbaanonderbreking of voor een halftijdse vervroegde uittreding wordt gedacht aan een bijkomende periode van 7 jaar waarin deze afwezigheid aanneembaar kan zijn voor het pensioen. Deze periode zou nog kunnen worden verlengd naarmate de restprestaties belangrijker zijn, bijvoorbeeld in het geval van een loopbaanonderbreking voor een derde of een vierde van de arbeidstijd.

Zodra de teksten beschikbaar zijn, zal ik ze vanzelfsprekend aan het Parlement voorleggen.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik zal dit verder opvolgen tot de knoop definitief is doorgehakt.