Mondelinge vraag inzake de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO)

29 november 2017

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO)" (nr. 22102)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, op 13 november hebben 23 EU-lidstaten, waaronder België, een voorstel goedgekeurd inzake de permanente gestructureerde samenwerking op het vlak van veiligheid en defensie (PESCO). Daar zijn al heel wat artikels over verschenen. Ik heb die doorgenomen. De meeste zijn bijna euforisch, de woorden "historisch", "grote stappen voorwaarts", "enorme vernieuwing" en "doorbraak" worden in de mond genomen.

Graag hoor ik uw inzichten hierover, als minister van Defensie.

Welke lidstaten nemen niet deel aan PESCO? Hebben zij daarvoor redenen opgegeven? Laten zij een toekomstige toetreding open?

Wat zijn de belangrijkste verplichtingen die deze overeenkomst met zich brengt voor ons defensiebeleid?

Wat zijn de belangrijkste domeinen waarop de militaire samenwerking van PESCO van toepassing is? Op welke domeinen zal de Belgische Defensie meewerken?

Wat zijn de vooruitzichten voor industriële samenwerking? Zijn er Belgische firma's die interesse vertonen voor bepaalde projecten? Zo ja, welke?

Wat is het verband met het door de Europese Commissie aangekondigde Europees Defensiefonds? Hoe zal dit fonds aangewend worden ter ondersteuning van PESCO? Hoe wordt dit fonds gefinancierd?

Er zijn defensiespecialisten, onder wie professor Mattelaer, die wat voorzichtiger zijn en PESCO eerder een mager beestje vinden. Zal Europa volgens u op het vlak van defensie wel belangrijke stappen voorwaarts doen dankzij PESCO?

Ik dank u bij voorbaat voor uw antwoorden.

 

Minister Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Grosemans, PESCO levert een politiek kader om de Europese militaire middelen te versterken via concrete projecten in vijf brede domeinen: defensieinvesteringen, het in lijn brengen van de verschillende defensieapparaten, een versterkte operationele inzet, het wegwerken van capacitaire tekorten en een deelname aan gemeenschappelijke Europese programma’s die een positieve impact op de Europese en defensie-industrie zouden moeten hebben.

Ik onderschrijf de stelling dat de versterkte defensiecapaciteiten ten goede zouden kunnen en moeten komen van de NAVO en dus complementair, coherent en interoperabel moeten zijn. De inspanningen in het kader van PESCO zullen meer bepaald de Europese pijler in de NAVO moeten versterken.

Defensie bestudeert de deelname van ons land aan concrete PESCO-projecten. De regering acht het vanzelfsprekend dat wij onze verantwoordelijkheid inzake Europese defensiesamenwerking opnemen. Drieëntwintig lidstaten hebben de gemeenschappelijke notificatie ondertekend. De landen die toetreden tot PESCO dienen te bewijzen dat zij kunnen voldoen aan de 20 toetredingsvoorwaarden. Hiertoe moeten zij een nationaal implementatieplan (NIP) voorleggen. Het eerste Belgische NIP bevindt zich in de finale fase van redactie. Het VK, Denemarken, Malta, Ierland en Portugal namen niet deel, maar Ierland en Portugal hebben ondertussen wel laten weten dat zij wel zullen deelnemen. Het was voor hen vooral een zaak van interne besluitvorming.

België diende vier van de 48 projecten in, die vandaag ter studie liggen. Het ging over projecten inzake maritieme ontmijningssystemen, onbemande vliegtuigen – drones –, verdedigingsystemen tegen drones en energie-efficiënte ontplooibare basissen. Uit deze projecten zullen er in een eerste fase 19 worden geselecteerd voor uitwerking. Het is vandaag te vroeg om concrete Belgische bedrijven te noemen die geïnteresseerd zijn, maar het is wel zo dat er voor projecten waaraan de Belgische Defensie deelneemt een grotere kans bestaat dat Belgische bedrijven deel zullen kunnen uitmaken van industriële consortia. Indien het PESCO-project in aanmerking komt voor EDIDP-steun (European Defence Industrial Development Programme) zal het project 10 % extra financiering krijgen.

De Europese Commissie heeft voorgesteld om bijdragen aan het Europees Defensiefonds op dezelfde wijze te verrekenen als de bijdragen van de lidstaten aan het European Fund for Strategic Investments, voor zover Eurostat hiervoor zijn akkoord geeft. De defensie-investeringen van de lidstaten worden verrekend als elke andere investering en opgenomen in de budgetten.

In dit stadium van het overleg heeft België nog geen standpunt ingenomen in het federaal coördinatieorgaan voor de interpretatie van het in rekening brengen van militaire investeringen. Mijn persoonlijke visie is dat, als men echt vooruit wil gaan, men ook op dat vlak vooruitgang zal moeten boeken.

 

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, dank u voor dit antwoord.

We zullen in ieder geval die ontwikkelingen op de voet volgen. Inzake het Europees Defensiefonds kan ik slechts hopen dat dit zich echt zal richten op capacitaire tekorten en essentiële capaciteiten waaraan in Europa een tekort is. We kunnen maar hopen dat dit niet iets wordt als het Landbouwfonds, waarbij de pot lukraak over de leden wordt verdeeld.