Mondelinge vraag inzake de positie van algemeen directeur bij het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis

9 oktober 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de positie van algemeen directeur bij het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis" (nr. 20035)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, bij koninklijk besluit nr. 6975 van 20 maart 2008 werd de heer Dominique Hanson voor een periode van zes jaar aangesteld als algemeen directeur bij het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis. Het onderhavige besluit trad in werking op 1 april 2008. Het mandaat van de algemeen directeur van het koninklijk legermuseum loopt dus ten einde op 31 maart 2014.

Ik heb daarover de volgende vragen.

Werden de prestaties van de algemeen directeur bij het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, zoals voorgeschreven, tweejaarlijks geëvalueerd? Zo ja, kunt u daarover meer uitleg geven? Werden die voldoende bevonden? Zo nee, waarom is dat niet gebeurd?

Wie evalueert de algemeen directeur bij het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis en hoe verloopt die evaluatieprocedure exact?

Is er ondertussen reeds een nieuwe selectieprocedure gestart voor de invulling van de functie na het einde van de termijn van de heer Hanson, wetende dat die normaal gezien zes maanden in beslag zal nemen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, tot wanneer krijgen of kregen de personen de tijd om hun kandidatuur te stellen?

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, uw vraag heeft betrekking op het persoonlijke geval van de algemeen directeur van het legermuseum. U begrijpt dat, in de traditie van het Parlement, individuele gevallen niet worden toegelicht in parlementaire vragen. Ik zal echter wel antwoorden op de door u gestelde vragen die buiten het persoonlijke of individuele karakter van dit dossier vallen.

De algemeen directeur van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis valt onder het KB van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten. De evaluatie van de houder van een managementfunctie is beschreven in hoofdstuk 5 van het bedoelde KB en wordt in dit persoonlijke geval toegepast.

Op dit ogenblik heeft de directeur-generaal zijn eindevaluatie nog niet gekregen. Een selectieprocedure zal eventueel worden gestart nadat de eindevaluatie wordt gegeven. Het woord “eventueel” wordt gebruikt, gezien de mogelijkheid tot de hernieuwing van het mandaat zonder selectieprocedure, in toepassing van artikel 25 van hetzelfde KB.

De invulling van de functie na het einde van het huidige mandaat, dat loopt tot 1 april 2014, lijkt mij geen probleem te zijn. In geval van een selectieprocedure wordt de oproep gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en kunnen de mogelijke kandidaten hun kandidatuur stellen bij Selor, zoals beschreven in de oproep.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

U zegt dat de eindevaluatie nog niet is gestart. Die is volgens mij wel noodzakelijk, ook als de heer Hanson zichzelf opvolgt. Dat is mij echter nog niet duidelijk.

U antwoordde niet op de vraag of de prestaties tweejaarlijks werden geëvalueerd.

Minister Pieter De Crem: Kunt u nog even herhalen? Er worden namen genoemd.

Karolien Grosemans (N-VA): Ik heb geen namen genoemd. Dat doen wij niet meer. Ik was daarvan trouwens niet op de hoogte. Daarover kan is dus nooit meer informatie krijgen? Nee, goed.

De eindevaluatieprocedure is nog niet gestart, neem ik aan. Die is wel noodzakelijk, zelfs als hij zichzelf zou opvolgen.

Is de tweejaarlijkse evaluatie gebeurd? Daarop hebt u nog niet geantwoord.

Minister Pieter De Crem: Dat zijn personeelsaangelegenheden. Ik zal dat vragen aan de bevoegde diensten en u daarover informeren.