Mondelinge vraag inzake de RMO's bij Defensie

28 maart 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de Raadgever Mentale Operationaliteit" (nr. 10658) 

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, binnen de Belgische krijgsmacht wordt er sinds begin jaren 90 steeds vaker nagedacht over de noodzaak aan een psychosociale omkadering van militairen en hun families. Sinds 1998 zijn er binnen Defensie raadgevers mentale operationaliteit, RMO’s. 

Recent is gebleken dat de generale staf heeft besloten dat de RMO’s enkel worden uitgestuurd bij incidenten. RMO’s zouden als lid van een contactteam nu enkel worden uitgezonden bij het begin en einde van een zending of bij incidenten of evenementen met een psychosociale impact. 

Dat heeft tot gevolg dat, in tegenstelling tot wat u beweerde tijdens de bespreking van de resolutie decompressie op 15 februari 2012, er geen RMO te allen tijde op het operatietoneel aanwezig is. Het concept van de eerstelijnszorg wordt dus deels ondergraven. 

Een bijkomend gevolg is dat de lijn tussen RMO en crisispsycholoog verwatert. Mijnheer de minister, graag zou ik u de volgende vragen willen stellen. 

Waarom heeft de generale staf beslist om de RMO's enkel als lid van een contactteam uit te sturen? Welke argumenten werden daarvoor aangehaald? 

Hoe staat u zelf tegenover die beslissing? 

Kunt u meer uitleg geven over de wijze waarop de RMO's moeten functioneren in de contactteams?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, in het kader van de ondersteuning van Belgische militairen tijdens de operaties beschikt Defensie, zoals eerder gezegd tijdens de commissie van 31 januari 2012, over een team van Raadgever Mentale Operationaliteit, de zogenaamde RMO’s, aalmoezeniers, morele consulenten, maatschappelijke assistenten, een platform voor psychosociaal overleg en verschillende gespecialiseerde diensten. 

Minimaal een team van 9 psychologen heeft een voortdurende taak om de mentale operationaliteit van de Belgische militairen in de operaties te verzekeren. Het feit dat RMO’s al dan niet deel van een contactteam zullen uitmaken, verandert niets ten gronde aan deze werkmethode. 

Voor de grootste detachementen in operatietheaters zoals Afghanistan, Libanon en voor de opdrachten met betrekking tot Atalanta, worden deze RMO’s systematisch ingezet. Dat betekent dat de RMO het detachement gedurende de hoofdtaken van de operatie begeleidt.

Concreet was er de afgelopen maanden minstens een RMO aanwezig in Afghanistan.

Indien de situatie dit vereist, verplaatst de RMO zich lokaal tussen de Belgische detachementen ter plaatse. Zo werd naar aanleiding van het schietincident in Masar-e-Sharif de dienstdoende RMO overgevlogen naar Kaboel om, indien nodig, psychologische bijstand te kunnen verlenen.

Tijdens een plotse crisissituatie of bij grotere incidenten staan eveneens hulpverleners, psychologen en psychiatrische verpleegkundigen van het centrum voor de crisispsychologie van het Militair Hospitaal en de RMO’s klaar om op korte termijn naar de plaats van onheil te kunnen worden nagestuurd, in een nasturing en ter versterking, waar vervolgens de nodige psychologische bijstand kan worden verleend. 

Zelfs bij andere incidenten, denk maar aan het verschrikkelijke ongeval in Zwitserland, zijn deze hulpverleners onmiddellijk inzetbaar en begeleiden zij op een zeer professionele manier mensen en dit met een grote tevredenheid tot gevolg. 

Ik kan u bevestigen dat er tijdens de voorbije maanden op geen enkel ogenblik een gebrek aan hulpverlening door de RMO’s is geweest. Ze waren altijd klaar voor inzetbaarheid en nasturing.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, RMO’s werken dus voortaan wel in contact team. Ze worden uitgezonden indien er een vliegtuig ter beschikking is, bij het begin of einde van de missie en bij incidenten. Dat blijkt ook duidelijk uit die nota. Ik had die vorige keer niet bij me. Er stond toen in de pers dat ik zwaaide met de nota maar dat is niet waar, ik had die nota toen niet bij me. Ik heb hem nu wel en ik zal er even uit citeren: “De RMO wordt ingezet op bevel van ACOS op zijn training. In principe zal dit alleen gebeuren naar aanleiding van een evenement of incident met een psychosociale impact”. Verder staat er: “De CHOD gaat akkoord met de opmerking van ACOS Ops dat de RMO een rol moet spelen in het hele proces van paraatstelling. Naast de punctuele zendingen in geval van incident zou de RMO een grotere rol kunnen spelen in de vorming en de coördinatie van peer support”.

Mijnheer de minister, de informatie die ik krijg is heel uiteenlopend. Ik krijg andere antwoorden naargelang wie gecontacteerd wordt. Ik krijg een ander antwoord van de generale staf, een ander antwoord van well-being, een ander antwoord als ik de woordvoerder van Defensie contacteer of het kabinet. Een RMO is zeker niet permanent aanwezig zeggen sommigen, anderen zeggen absoluut permanent, nog anderen zeggen in contact team. Ik krijg te horen dat er één RMO is en vervolgens dat er drie zijn. De RMO pendelt tussen de verschillende theaters in Afghanistan of er is in elk theater iemand. Er is nood aan een eenduidig antwoord op een toch heel eenvoudige vraag. Mijnheer de minister, op 15 februari hebt u mijn geloofwaardigheid in twijfel getrokken. Met alle respect, waar is uw geloofwaardigheid nu als iedereen iets anders zegt?

Mijn tweede vraag gaat over hoe die RMO’s moeten functioneren in de contact teams. Ik stel die vraag omdat er blijkbaar een nieuwe nota is van begin maart over de werking van die RMO en het contact team. Ik had hier graag meer informatie over gekregen. Gaat men nu eigenlijk op basis van een beslissingsmatrix werken? Gaat men kijken naar een gevarencoëfficiënt? Als de gevarencoëfficiënt laag is, bijvoorbeeld in Libanon, kan er dan wel in contact team worden gewerkt maar als de gevarencoëfficiënt heel hoog is, bijvoorbeeld in Kunduz, moet er dan wel permanent een RMO zijn. De situatie is mij nog altijd niet duidelijk. Ik weet nog steeds niet of de militairen nu in risicovolle gebieden permanent een RMO hebben dan wel of er in Afghanistan iemand pendelt tussen die drie theaters. Dan is er immers nog altijd geen permanente ondersteuning van onze militairen. Ik vind dat zij de ondersteuning moeten krijgen die ze verdienen. Buitenlandse missies zijn nog steeds de corebusiness van Defensie zegt u. Dan moeten die mensen ook ondersteund worden. Als ik hoor dat er één RMO is voor heel Afghanistan, dan vind ik dat persoonlijk niet kunnen.

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, ten eerste, ik wil graag antwoorden op de vragen van mevrouw Grosemans, maar u zult het met mij eens zijn dat dit het voorwerp vormt van een nieuwe vraag. Er wordt een vraag gesteld en dan worden er bijkomende vragen gesteld. Wat mij betreft, is de zaak van de RMO’s uitgemolken.  

Ten tweede, voor het gemak van de vragen in deze commissie, het meest eenduidige antwoord zult u krijgen op vragen die aan mij worden gesteld, niet aan andere mensen die in een beheersketting zitten en die in functie van hun informatie of hun ingesteldheid nu en dan eens wat informatie geven. Ik stel voor dat men zich voor de juiste informatie tot mij richt en ik zal altijd alle informatie verstrekken die daaromtrent moet worden gegeven.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb die vragen aan verscheidene mensen gesteld en niet van de minste, onder andere de generale staf. Duidelijk is dat de mensen niet op de hoogte zijn. Op de heel eenvoudige vraag of er nu een RMO is in Kunduz, kan niemand mij antwoorden. U doet er wat lacherig over en zegt dat heel de zaak van de RMO’s uitgemolken is, maar ik vind dit een belangrijk onderwerp en zal het daar verder over blijven hebben.