Mondelinge vraag inzake de samenwerking tussen de Benelux-landen op het vlak van medische ondersteuning

6 maart 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de samenwerking tussen de Benelux-landen op het vlak van medische ondersteuning" (nr. 16187)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, op 21 februari hebt u, voorafgaand aan de NAVO-top, informeel overleg gepleegd met uw Nederlandse en Luxemburgse collega's. De nieuwe Benelux-overeenkomst die toen werd gesloten, behelst onder andere de versterking van de medische maritieme samenwerking door dezelfde chirurgische capaciteit in te richten aan boord van Belgische en Nederlandse M-fregatten.

Mijnheer de minister, kunt u meer uitleg geven bij de versterking van de medische maritieme samenwerking? Wat houdt de nieuwe chirurgische capaciteit concreet in? Komt er een gezamenlijke aanbesteding? Kunt u al een raming van de kosten geven? Binnen welke termijn wil men deze plannen realiseren?

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, collega’s Maertens en Grosemans, het concretiseren van de Beneluxsamenwerking gebeurt binnen deBenelux-stuurgroep. Het nieuwsfeit waarnaar wordt verwezen, betreft de officiële ondertekening van het mandaat van die groep. Het gaat dus niet over nieuwe afspraken, noch over een nieuwe overeenkomst. De stuurgroep vergadert twee keer per jaar, op het einde van elk semester, om de stand van zaken van de verschillende studies te coördineren en eventueel bijkomende richtlijnen aan de werkgroepen te geven.

De studies over de vier aangehaalde projecten uit de verklaring van 18 april 2012 zijn nog aan de gang. Over de resultaten van deze projecten zijn nog geen aankondigingen gebeurd. Concrete resultaten kunnen slechts worden meegedeeld na een volledige afronding van de studie. Ik ga ervan uit dat de studies van een aantal projecten nog dit jaar zullen kunnen worden afgerond.

Om te antwoorden op uw vraag, mevrouw Grosemans, wens ik te melden dat een van de gebieden waarin wij een betere samenwerking nastreven binnen de Benelux-landen, de medische ondersteuning is aan boord van de marineschepen. De noodzaak van een initiële chirurgische behandelingscapaciteit aan boord, inclusief een evacuatiemiddel naar het volgende zorgechelon, werd, naar aanleiding van de antipiraterijoperaties in de Golf van Aden, door zowel de Belgische als de Nederlandse medische militaire autoriteiten erkend. Deze capaciteit maakt deel uit van een algemeen concept voor een lichte voorwaartse chirurgische ontplooiing met een kleine logistieke voetafdruk. Het gaat dus niet om vaste medische middelen aan boord, die bij elke maritieme operatie zullen worden ingezet.

In het kader van de Benelux-defensiesamenwerking werd beslist om een haalbaarheidstudie in dit verband uit te voeren. Een dergelijke capaciteit werd reeds aan boord van het fregat Louise-Marie gevalideerd tijdens de ontplooiing van het fregat tijdens de operatie Atalanta van november 2012 tot februari 2013. Ze is net terug uit de zone. De hieruit getrokken lessen zullen worden overgemaakt aan de marine en de medische dienst van Nederland omdat zij over een gelijkwaardige capaciteit wensen te beschikken aan boord van een hun M-fregatten tijdens de ontplooiing medio 2013.

Uit beide operationele ervaringen worden de nodige lessen getrokken. Wij willen dan een gezamenlijk concept voor een beperkte initiële chirurgische behandelingscapaciteit aan boord van de M-fregatten opstellen. Dit wordt een eerste stap naar de ontwikkeling van een ruimere samenwerking voor medische steun aan boord van schepen van de beide marines. Dit eerste concept zal onder meer een raming van de kosten inhouden en zal bepalen of er een gezamenlijke aanbesteding komt.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.