Mondelinge vraag inzake de spreiding van de Pensioenpunten

22 november 2011

Mondelinge vraag van Karolien Grosemans aan de minister van Pensioenen en Grote Steden over "de spreiding van de Pensioenpunten" (nr. 6704) 

Karolien Grosemans (N-VA): Geachte meneer de minister, De pensioendienst voor de overheidssector (PDOS) heeft over heel het land inlichtingsbureaus opgericht, de zogenaamde Pensioenpunten. Elke burger die inlichtingen wenst in verband met zijn pensioen als ambtenaar, of voor algemene inlichtingen in verband met de pensioenen van werknemers en van zelfstandigen, kan bij deze Pensioenpunten terecht. Het is positief dat de pensioeninstellingen ervoor zorgen dat er contactmomenten met de burger mogelijk zijn. 

In het jaarverslag van de PDOS (2010) kunnen we lezen dat de dienst een zo goed mogelijke spreiding van de Pensioenpunten probeert na te streven. Ik stel echter vast dat er in de provincies Limburg en Antwerpen samen slechts drie pensioenpunten zijn (1 per 850.000 inwoners), terwijl de provincie Luxemburg er alleen al drie heeft (1 per 85.000).  

Graag had ik daarom volgende vragen willen stellen? Ondanks dat men een zo goed mogelijke spreiding nastreeft zijn er toch zeer grote verschillen tussen de provincies, hoe kunt u deze verklaren? Wordt er bij de inplanting van deze Pensioenpunten geen rekening gehouden met het inwonersaantal? Zijn er nog plannen om nieuwe Pensioenpunten op te richten? In 2010 is er een nieuw Pensioenpunt opgericht in Libramont (Luxemburg) ondanks dat er al twee Pensioenpunten waren in Luxemburg, wat was de motivatie voor deze beslissing?

Minister Michel Daerden: De regel is dat er voor alle inwoners op minder dan 40 tot 50 kilometer een pensioenpunt moet zijn. Hoe groter de provincie, hoe meer pensioenpunten er dus moeten zijn. De provincies Antwerpen en Limburg hebben een oppervlakte van 5.289 km², de oppervlakte van de provincie Luxemburg alleen al bedraagt 4.400 km². Het pensioenpunt van Libramont werd opgestart omdat er een blinde vlek was in de geografische spreiding in Luxemburg. Voor de spreiding van de Pensioenpunten hebben we rekening gehouden met de bevolkingsdichtheid. Het is niet zozeer de locatie die een rol speelt als wel het aantal dagen en uren dat de ambtenaren aanwezig zijn (7,5 uur per maand voor de provincie Luxemburg, 25,5 uur per maand voor de provincies Antwerpen en Limburg, die veel meer inwoners tellen). We zijn momenteel niet van plan om nieuwe Pensioenpunten te openen, al is er wel een pilotproject in Gent en Namen om vijf dagen per week een permanentie te verzekeren in de bestaande Pensioenpunten.

Karolien Grosemans (N-VA): Er wordt dus geen rekening gehouden met het aantal inwoners, maar met de geografie. Niet alleen in Libramont was er een blinde vlek, ik zie er ook in Limburg – Maaseik ligt op meer dan 40 km van een pensioenpunt. Heel consequent gebeurt de inplanting van de pensioenpunten blijkbaar niet.