Mondelinge vraag inzake de stiptheidsacties van de 100-centrale in Leuven

19 januari 2011

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de stiptheidsacties van de 100-centrale in Leuven" (nr. 2068)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mijn vraag gaat inderdaad over de 100-centrale, maar nu ook over de stiptheidsacties in Leuven. Eind december startte het personeel van de Leuvense 100-centrale met een stiptheidsactie, voor een correct loon, bijkomende aanwervingen en betere werkomstandigheden. De actie wordt, zo blijkt uit persberichten van vandaag, nog steeds voortgezet. 101-oproepen die terechtkomen op de 100-centrale in Leuven worden zonder bevraging en zonder behandeling doorverbonden. Daarnaast worden anderstalige oproepen nog enkel in het Nederlands beantwoord. Dat zou voor levensbedreigende situaties kunnen zorgen. Mevrouw de minister, ik heb de volgende vragen. Ten eerste, welke acties onderneemt u om dit probleem op te lossen? Werd er al overleg gepleegd met het personeel van de 100-centrale? Wat is daarvan het resultaat? Ten tweede, komt door deze actie de dienstverlening in het gedrang? Is er een risico voor mensen in nood die naar de 100-centrale in Leuven bellen?

Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, beste collega, de stiptheidsactie wordt ondernomen naar aanleiding van drie redenen, namelijk een tekort aan personeel in het hulpcentrum 100/112 in Vlaams-Brabant, het invoeren van de functie van ploegleider en het feit dat het statuut van de aangestelden verschilt van dat van de calltakers in de politionele meldkamer. Wat het tekort aan personeel betreft, mijn diensten hebben de nodige maatregelen genomen. In 2009 werden er negen en in 2010 drie, waarvan een derde nog dient te starten, extra operatoren gerekruteerd, met een federaal statuut. De personeelsbezetting is in de voorbije twee jaar dus sterk opgetrokken. Het hulpcentrum 100/112 is volgens mij voldoende bemand om de noodoproepen te behandelen.

Ik wil ook nog opmerken dat de aangestelden in de meldkamer, die de stiptheidsactie voeren, werknemers zijn van de stad Leuven. De stad moet dus beslissen of er nog bijkomende aanwervingen nodig zijn. Aangaande het verschil in statuut tussen aangestelden en calltakers in de politionele meldkamer is de oplossing om deze verschillen uit te wissen de federalisering van het gemeentelijk personeel. Daarvoor heb ik de regering voorgesteld om de werkzaamheden met betrekking tot de federalisering voort te zetten. Dat voorstel werd positief ontvangen, waardoor het politieke overleg nu kan worden opgestart.

Ten slotte heeft de organisatie 112 voorzien om in alle hulpcentra 100/112 de functie van ploegleider in te voeren. Ploegleiders zijn operatoren die een hogere beslissingkracht en verantwoordelijkheid toevertrouwd krijgen en in de toekomst een operationele meerwaarde aan de meldkamers zullen geven.

De stad Leuven heeft op dit ogenblik die procedure nog niet gestart, maar heeft in de plaats de officiële positie van aanspreekpunt ingevoerd. De operatoren gaan niet akkoord met de invoering van deze voorlopige functie, waartegenover geen hoger loon staat en waarvan de extra verantwoordelijkheden, die ermee gepaard gaan, onduidelijk zijn. Het is dus aan de stad om zo snel mogelijk werk te maken van de invoering van de functie ploegleider. De operatoren van het hulpcentrum 100/112 blijven zich inzetten om te garanderen dat alle noodoproepen behandeld worden, maar het is duidelijk dat deze actie niet bevorderlijk is voor een ideale hulpverlening. De operatoren voeren in kader van de actie geen basisbevraging uit bij dringende politionele oproepen naar de noodnummers 100/112 vooraleer zij de oproep doorschakelen naar de meldkamer van de politie. Wanneer dat gebeurt en de verbinding verbroken wordt tijdens het doorschakelen, dient de politie terug te bellen naar de oproeper om de basisgegevens te verkrijgen. Dit gaat niet enkel gepaard met tijdsverlies, maar zorgt ook voor bijkomende risico’s.

Karolien Grosemans (N-VA): Mevrouw de minister, ik ben blij met uw uitgebreid antwoord. Ik verneem dat de stad Leuven hiervan werk moet maken. Ik hoop dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Het personeel wil nu nog niet tot acties overgaan om die dienstverlening niet in het gedrang te brengen, maar de vraag is of dat ook zo zal blijven want de calltakers zitten nu echt op hun tandvlees.