Mondelinge vraag inzake de terugroepbaarheid van het personeel van ADIV

22 mei 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Landsverdediging over "de terugroepbaarheid van het personeel van ADIV" (nr. 11825)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, terugroepbaar personeel zijn militairen of burgers die voor Defensie werken en aan wie een waarschuwing werd gegeven, om binnen een termijn van twee tot maximaal vier uur de dienst te hervatten. Een dergelijke oproepbaarheid vindt plaats in het raam van een beurtrol.

Het personeel dat terugroepbaar is, heeft recht op een toelage. Ik heb via een schriftelijke vraag cijfers opgevraagd van het aantal personeelsleden dat een toelage voor bedoelde terugroepbaarheid kreeg.

De geldende regelgeving legt geen maximumaantal uren of dagen vast dat een persoon terugroepbaar kan zijn.

In 2011 heeft Defensie wegens terugroepbaarheid in totaal 120 335 euro uitbetaald aan militairen of burgers die door de ADIV werden tewerkgesteld. 183 personeelsleden van de ADIV kregen in 2011 een toelage. Gemiddeld kreeg een persoon die twee uur terugroepbaar was, een jaarlijkse premie van 1 059 euro. Iemand die vier uur terugroepbaar was, kreeg een gemiddelde jaarlijkse premie van 447 euro.

Ik had u daarom de hiernavolgende vragen willen stellen.

Waarom is er geen maximumaantal uren of dagen vastgelegd dat een persoon terugroepbaar kan zijn?

Kan volgens Defensie misbruik – dus excessieve culminatie-uren door individuen – van het systeem worden gemaakt, aangezien er geen maximum op het aantal uren en dagen staat? Zo neen, waarom kan geen misbruik worden gemaakt? Zo ja, wat doet Defensie, om dergelijke misbruiken te verhinderen?

Hoeveel keer werd gedurende de voorbije vijf jaar misbruik vastgesteld?

Wat is het hoogste bedrag dat de voorbije vijf jaar een personeelslid van de ADIV als toelage voor terugroepbaarheid heeft gekregen? Hoeveel uur had de persoon in kwestie daartoe geculmineerd?

Ik dank u voor uw antwoorden.

Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Grosemans, het terugroepbaar personeel is het personeel aan wie een preadvies werd gegeven opdat het binnen een door de bevoegde overheid bepaalde redelijke termijn, die de vier uur niet mag overschrijden, de dienst zou kunnen hervatten met het oog op het uitvoeren van dienstprestaties die plaatsvinden in het raam van een beurtrol en niet kunnen uitgevoerd worden binnen de normale diensturen.

De bevoegde overheden om een preadvies van terugroepbaarheid te bepalen zijn onder meer de directeur van de particuliere staf van Defensie, de onderstafchef van elk departement en de directeur-generaal van elke algemene directie.

Om evidente redenen werd de vermelde regeling ook ingesteld bij de ADIV. Zo bestaat er onder meer een beurtrol voor terugroepbaar personeel in het raam van de steun aan de operaties, waaronder zich technici en analisten bevinden. Deze laatste laten toe om te beschikken over de grondige kennis van de regio waar Belgische militairen worden ontplooid volgens de noden afhankelijk van het verloop van de operaties.

De voormelde regelgeving voorziet in geen enkel maximum met betrekking tot het aantal dagen of uren dat een persoon van de ADIV terugroepbaar zou mogen zijn. Verder dient nog te worden opgemerkt dat de onder het systeem van terugroepbaarheid ingestelde toelagen volledig passen in het budgettaire kader.

Wat betreft uw vragen naar het hoogste bedrag dat aan een personeelslid van de ADIV werd uitgekeerd in de laatste vijf jaar, kan ik u melden dat alle details hieromtrent nog dienen te worden opgezocht. Ik moet ook opmerken dat individuele gevallen nooit in parlementaire vragen worden beantwoord. Indien u weet heeft van enig misbruik dienaangaande, vraag ik uiteraard dit aan mij te willen doorgeven.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, u zegt dat er niet in een maximum aantal dagen of uren is voorzien. Dat is de regelgeving, maar ik heb gemist waarom.

Minister Pieter De Crem: Voor de noodwendigheid van de dienst. Dat is een subjectief criterium.

Karolien Grosemans (N-VA): Over het eventueel misbruik kunt u zelf niks zeggen, zonder namen te noemen.

Minister Pieter De Crem: Ik kan een inventaris opmaken, maar individuele gevallen maken nooit het voorwerp uit van een parlementaire vraag. Als u effectief weet heeft van gevallen waarbij er excessief gebruik van een systeem zou zijn, moet u mij dat laten weten.