Mondelinge vraag inzake de uitvoering van de strategische visie voor defensie

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de uitvoering van de strategische visie voor defensie" (nr. 13656)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, de strategische visie op lange termijn, die gevraagd werd in het regeerakkoord, is er. Het is een ambitieus en evenwichtig document geworden, waarmee, zo staat het er, het werk nu kan beginnen. Het document kondigt de eerste concrete stappen aan binnen de vier maanden na de voorstelling van de visie, met een ontwerp van militaire programmawet of een plan over de toekomstige geografische inplanting van de kwartieren. Voorts lezen we erin dat de uitvoering van de strategische visie kan worden gevolgd aan de hand van een boordtabel die een overzicht moet geven van de te nemen beslissingen en hun timing.

Mijnheer de minister, kunt u een kort overzicht geven van de belangrijkste domeinen waarin dit najaar concrete stappen verwacht kunnen worden, nu de visie er is?

De voorstelling van de visie heeft vertraging opgelopen ten opzichte van wat in het regeerakkoord werd aangekondigd. Verwacht u dat dit een impact zal hebben op de uitvoering ervan?

In welke van de in de visie aangekondigde domeinen kunnen er volgens u nog concrete beslissingen verwacht worden in deze legislatuur?

Tenslotte, is het in het kader van transparant bestuur mogelijk om onze commissie op regelmatige basis inzage te geven in de aangekondigde boordtabel?

 

Minister Steven Vandeput: Ik bevestig de inhoud van de strategische visie.

Ik kan u zeggen dat het kabinet van Defensie vandaag, net als gisteren en morgen, met de andere regeringspartners en met de Defensiestaf keihard werkt om alle actiepunten van de strategische visie te concretiseren via specifieke implementatiedossiers.

In de verschillende domeinen van de strategische visie, waaronder competence development, structuren, personeel en reserve, interdepartementale samenwerking, medisch beleid, operationeel beleid, internationale militaire samenwerking, capability development, outsourcing, infrastructuur en industrieel onderzoek, zullen nog dit jaar implementatieprojecten worden opgestart. Dat moet ervoor zorgen dat in deze legislatuur een maximaal aantal van de actie-items van de strategische visie uitgevoerd kunnen worden of minstens in gang worden gezet.

Zoals aangekondigd werd in de strategische visie, zal het regeringsbrede karakter van de implementatie van de strategische visie verzekerd worden, doordat de werkgroep Beleidscoördinatie Toekomst van Defensie geïnformeerd zal worden over de implementatieprojecten.

Ik ben uiteraard altijd bereid in de commissie in debat te gaan en uitleg te verschaffen, wanneer de beslissingen worden genomen. Daarnaast zijn er de vele materiële dossiers die sowieso aan de orde komen in de commissie voor de Landsverdediging, de commissie voor de Opvolging van de Buitenlandse Zendingen en de commissie voor de Legeraankopen.

Het implementatiedossier over de evolutie van de toekomstige geografische spreiding van de kwartieren is prioritair voor de regering. De regeringspartners en ikzelf begrijpen maar al te goed dat dat dossier het personeel van Defensie na aan het hart ligt.

Ik wil voor het verslag onderstrepen dat het niet mijn ambitie is wat dan ook te sluiten. Ik schep er geen genoegen in te moeten aankondigen dat er hier of daar een kwartier gesloten moet worden. Maar de feiten zijn nu eenmaal de volgende.

Wat de evolutie naar 25.000 fte's betreft, wordt in de strategische visie rekening gehouden met een personeelsvermindering in de ondersteunende diensten en met het behoud of het optrekken van het aantal operationele personeelsleden.

Wij hebben in de strategische visie ambitieniveaus vooropgesteld die gelijkwaardig zijn aan hetgeen wij vandaag doen en ze zelfs overstijgen. Dat wil zeggen dat wij in de toekomst keihard zullen moeten inzetten op effectiefe operationele inzetmogelijkheden. In dat kader zijn de rationalisatie en de externalisatie of outsourcing gericht op ondersteunende processen.

In het kader van de toekomstige geografische spreiding van Defensie zal er rekening worden gehouden met de strategische visie en het regeerakkoord, het welzijn van het personeel en de politieke onderhandelingen. Een en ander zal een impact hebben op de locatie van de noodzakelijke kwartieren.

Wij hebben inmiddels hierover een voorstel ontwikkeld in overleg met de Defensiestaf. Op basis van dat voorstel zal er weldra een definitieve politieke beslissing worden genomen over de evolutie van de geografische spreiding. Belangrijk is dat het gaat over de termijn van de strategische visie, tot 2030 dus.

Dat wil zeggen dat wij natuurlijk niet alleen onze ambitieniveaus en capaciteiten voor de toekomst in ogenschouw hebben genomen, maar ook rekening hebben gehouden met onder andere de demografische opbouw van de verschillende kwartieren. Het is niet mijn ambitie om wie dan ook in Defensie ongelukkig te maken, doordat hij aan het einde van zijn periode zou moeten worden ingezet in eender welk ander kwartier. Wij zullen absoluut grote volksverhuizingen vermijden, zoals dat misschien in het verleden wel eens af en toe is gebeurd.

Activiteiten die aan de civiele of openbare sector kunnen worden uitbesteed om redenen van efficiëntie, zullen niet meer of niet autonoom worden uitgevoerd bij Defensie, op voorwaarde dat de operationaliteit niet in het gedrang komt.

De farmaceutische sector biedt outsourcingsmogelijkheden. De toekomst van de medische entiteit in Nijvel en van de kwartieren in Doornik zal bekend zijn na de politieke onderhandelingen. In het voorstel van mijn kabinet en de generale staf wordt de evolutie geschetst van competence management, in functie van de toekomstige behoeften van een Defensie die kleiner en operationeler zal zijn. 

Zoals eerder gezegd, ben ik beschikbaar voor een debat en toelichting in de commissie over de strategische visie, heel graag zelfs, want de uitvoering van de strategische visie overstijgt de huidige regering en daarom heb ik er graag een zo breed mogelijk draagvlak voor. Maar u zult begrijpen dat ik niet kan vooruitlopen op de moeilijke beslissingen die de regering hierover weldra zal nemen.

 

Karolien Grosemans (N-VA): Ik heb wel een heel duidelijk antwoord gehoord, mijnheer de minister. Ik heb gehoord dat er heel veel actiepunten geconcretiseerd zullen worden, niet volgend jaar, maar wel al dit jaar, in 2016. Dat stelt mij gerust. Er is een plan en het zal niet in een lade belanden.

Voorts vind ik ook uw belofte belangrijk dat u transparant zult zijn en dat het debat hier en in de andere bevoegde commissies gevoerd kan worden, wat heel positief is.