Mondelinge vraag inzake de validering van periodes van loopbaanonderbreking in het overheidspensioen

12 juni 2012

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen over "de validering van periodes van loopbaanonderbreking in het overheidspensioen" (nr. 11873)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, indien de gelijkgestelde periodes bij loopbaanonderbreking worden beperkt tot maximaal één jaar, dan sluit dit niet uit dat er in een langere dekking kan worden voorzien indien de ambtenaar zelf vrijwillig bijdragen betaalt.

Ik kom tot mijn vragen. Hoeveel jaren loopbaanonderbreking zal een ambtenaar nog vrijwillig kunnen valideren? Hoeveel bedraagt de bijdrage in percentage van het bruto gederfde loon? Zijn er beperkingen aan de draagwijdte van de validatie?

Ik dank u voor uw antwoorden.

Minister Vincent Van Quickenborne: Inzake het valideren van periodes van loopbaanonderbreking voor de pensioenen zullen wij eerstdaags een voorontwerp van wet ter onderhandeling voorleggen aan het Comité A. Zodra die onderhandelingen zijn afgerond, zal het voorontwerp aan de Ministerraad worden voorgelegd waarna de bespreking volgt in het Parlement.

Ik wil u al voorlezen wat er precies in die wet zal staan. Het is een regeling die nog naar het Comité A moet, maar ze werd uiteraard wel al afgetoetst bij de sociale partners. Ik zal u hiervan lectuur doen zodat u goed op de hoogte bent van wat dit precies inhoudt.

Ik citeer: “Vanaf 1 januari 2012 zal enkel nog de volgende periode van loopbaanonderbreking kunnen worden gevalideerd door het storten van persoonlijke bijdragen:

Ten eerste, in de periode van loopbaanonderbreking opgenomen vóór 1 januari 2012. Een loopbaanonderbreking genomen in 2011 kan nog tot eind 2012 worden gevalideerd. Dit is niet nieuw. Dit is gewoon de toepassing van de reeds bestaande valideringsregels.

Ten tweede, de periode van loopbaanonderbreking opgenomen vanaf 1 januari 2012, op voorwaarde dat deze loopbaanonderbreking vóór 28 november 2011 bij de werkgever werd aangevraagd, vóór 1 maart 2012 bij de RVA werd geregistreerd en  uiterlijk op 2 april 2012 is ingegaan.

Ten derde, de periode van loopbaanonderbreking opgenomen vanaf 1 januari 2012, die na 28 november 2011 bij de werkgever werd aangevraagd, op voorwaarde dat die loopbaanonderbreking onmiddellijk aansluit op een periode van loopbaanonderbreking wegens ouderschapsverlof die wel vóór 28 november 2011 bij de werkgever werd aangevraagd, vóór 1 maart 2012 bij de RVA werd geregistreerd en uiterlijk op 2 april 2012 is ingegaan.

Voor het geheel van de loopbaan mogen alle gevalideerde periodes van loopbaanonderbreking, samen met de gratis aanneembare perioden van loopbaanonderbreking, niet meer dan 60 maanden bedragen, noch de duur van de effectieve prestaties overschrijden. Voor deze beperking wordt geen rekening gehouden met de gemotiveerde  vorm  van  loopbaanonderbreking  wegens ouderschapsverlof of palliatief verlof voor het verzorgen van een ernstig ziek gezinslid of familielid tot in de tweede graad. Er wordt hierbij evenmin rekening gehouden met het nieuwe, bijkomende contingent  van  aanneembare  periodes  van  deeltijdse loopbaanonderbreking waarop een ambtenaar vanaf 1 januari 2012 aanspraak kan maken vanaf de leeftijd van 50 jaar.

Ten vierde, de periode van deeltijdse loopbaanonderbreking opgenomen vanaf 1 januari 2012 die deel uitmaakt van het nieuwe, bijkomende  contingent  aanneembare  loopbaanonderbrekingen waarop een ambtenaar recht heeft vanaf de leeftijd van 50 jaar, in zoverre deze perioden niet gratis aanneembaar zijn.

Dit  contingent  bedraagt  84 maanden  voor  halftijdseloopbaanonderbreking, 96 maanden voor loopbaanonderbreking voor een derde tijd, 108 maanden voor loopbaanonderbreking voor een vierde  van  de  tijd,  dus  een  kwart,  en  180 maanden loopbaanonderbreking voor een vijfde van de tijd. Deze laatste zijn altijd volledig gratis aanneembaar voor het pensioen. De andere vormen van loopbaanonderbreking zijn gedurende 12 maanden gratis aanneembaar. Die periode kan met maximum 24 maanden verlengd worden, op voorwaarde dat het personeelslid of zijn echtgenoot die onder hetzelfde dak woont tijdens die maanden kinderbijslag heeft ontvangen voor een kind jonger dan zes jaar. De overige maanden zijn slechts aanneembaar mits storting van persoonlijke bijdragen.

De persoonlijke bijdrage ter validering van een periode van loopbaanonderbreking bedraagt 7,5 % van het gederfde brutoloon.”

Er is een aantal heel specifieke regels, maar ik wilde u de lectuur niet onthouden. Dit is wat werd afgesproken.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik stel vast dat mijn vraag te vroeg komt, want deze tekst moet nog naar het Parlement komen. Toch bedankt om al een toelichting te geven. Ik zal de tekst in het verslag eens rustig nalezen, want de informatie die werd gegeven is niet ineens te vatten.