Mondelinge vraag inzake de verkoop van gebouwen en terreinen

9 juli 2013

Mondelinge vraag van mevrouw Karolien Grosemans aan de vice-eersteminister en minister van Landsverdediging over "de verkoop van gebouwen en terreinen" (nr. 18529)

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, uit uw antwoord op mijn vraag nr. 449 kwamen enkele interessante feiten naar voren. Vooral de lage verkoopprijs van enkele gebouwen en terreinen sprong hierbij in het oog. Zo werd in Herve een bunker voor slechts 350 euro verkocht. Ook gingen enkele terreinen voor een op het eerste gezicht redelijk lage prijs over de toonbank.

Kunt u meer uitleg geven bij de lage verkoopprijzen?

Welk bedrag hoopte Defensie initieel uit de verkopen te halen?

Werd er een minimumvraagprijs vastgelegd? Zo neen, waarom niet?

De opbrengsten uit de verkopen bedroegen voor de jaren 2011, 2012 en 2013 respectievelijk 15,5 miljoen euro, 17,1 miljoen euro en 12,8 miljoen euro.

Kunt u een totaaloverzicht geven van de saneringswerken, die aan de verschillende sites moesten gebeuren voordat ze konden of mochten verkocht worden?

Minister Pieter De Crem: Mevrouw Grosemans, Defensie draagt overbodige militaire infrastructuur over aan de Federale Overheidsdienst Financiën met het oog op de zogenaamde vervreemding. Die laatste is uitsluitend bevoegd voor de bepaling van de venale waarde en voor de organisatie van de verkoop.

Defensie vermeldt stelselmatig in de verkoopdossiers die aan Financiën worden bezorgd, dat bij een verkoop minimaal de venale waarde moet worden behaald. Dat gebeurt ook zo bij de effectieve verkoop.

In verband met een totaaloverzicht van de saneringswerken die op de verschillende sites noodzakelijk waren voordat ze verkocht konden worden, dat lijkt mij veeleer het onderwerp voor een schriftelijke vraag dan voor een mondelinge vraag. Ik veronderstel dat u er dan ook geen probleem mee hebt om daarover een schriftelijke vraag in te dienen. Ik zal u dan graag spoedig antwoorden.

Karolien Grosemans (N-VA): Mijnheer de minister, ik zal zeker die schriftelijke vraag indienen.